Tit Khun
de verhalen
de oorbel
Je kunt HIER meer lezen over Tit Khun. Mocht je interesse hebben dan kun je HIER lezen over lestijden en HIER over de kosten. Voor contact met mij kun je HIER klikken.
Meneer Tan vertelde elke les wel verhalen; verhalen die hij weer gehoord had of situaties die hij zelf had meegemaakt. Altijd was er een verband met de uitleg van dat moment.
In deze vertellingen heb ik de oude Kuntao-benamingen intact gelaten, en de namen van de technieken zijn dus -zoals gebruikelijk in het voormalig Nederlandsch-Indië- een mengeling van Nederlands, Chinees en Indonesisch.

De hieronder vertelde verhalen zijn ontleend aan mijn boek 'Tit Khun Pay - annotatie van een krijgsambacht' (ongepubliceerd, 1990). Hierin heb ik -naast een overzicht van de Tit Khun van meneer Tan Eng Ho- alle anecdotes opgetekend die meneer Tan ons vertelde, en aan de hand waarvan wij werden onderwezen in de geschiedenis van deze stijl, maar ook en vooral in de normen en waarden van de traditionele krijgskunstcultuur.
Een verhaal dat meneer Tan vertelde om de onverschrokkenheid van Tan Boen Hoey te illustreren.
Een vermogend iemand koesterde een wrok tegen Tan Boen Hoey, en huurde drie mannen om hem met goloks (een soort kapmessen) in een steegje op te wachten en om te brengen.
Toen Thio Seng Peng -die op dat moment pas zeven jaar Tit Khun trainde- een bezoek wilde brengen aan zijn oudere oefenbroeder was zijn verbazing groot toen hij, in een steegje dat naar het huis van Tan Boen Hoey leidde, drie bewapende mannen in hurkzit aantrof.
"Ben jij Tong Anting?" vroegen ze hem terwijl ze hem staande hielden. 'Tong Anting' was een bijnaam van Tan Boen Hoey: toen hij nog een klein kind was had zijn moeder uit bijgeloof hem, vanwege zijn gezondheid, een oorbel laten dragen. Deze bijnaam verwees daarnaar.
"N-nee", antwoordde Thio Seng Peng die zich niet zo op zijn gemak voelde. "Ik ben Thio Seng Peng. Tong Anting woont dáár". En hij liep door met versnelde pas.
Eenmaal bij Tan Boen Hoey aangekomen vertelde hij wat hem zojuist was overkomen. Tan Boen Hoey, gekleed in zijn pyjama -de gebruikelijke kleding binnenshuis- sprong, toen hij hoorde dat de drie mannen op hèm zaten te wachten, ontstemd op uit zijn stoel. "Waar zitten ze precies? Kom op!"
Zonder zich om te kleden liep hij naar buiten. Onderweg nam hij z'n slippers van zijn voeten en schoof die om zijn onderarmen, als bescherming tegen eventuele aanvallen met de goloks.
In het steegje aangekomen zaten de drie huurlingen daar nog steeds op hun hurken. "Zochten jullie Tong Anting?" vroeg Tan Boen Hoey. De drie beaamden dat dat degene was die ze moesten hebben.
"In dat geval: kom maar op!" nodigde hij hen uit, en hij sloeg zichzelf op de borst. "Jij, jij en jij (hij wees ze één voor één aan), alledrie tegelijk. Want Tong Anting, dat ben ik!"
Het drietal ging er als een haas vandoor!