Tit Khun
de verhalen
de oplossing
Je kunt HIER meer lezen over Tit Khun. Mocht je interesse hebben dan kun je HIER lezen over lestijden en HIER over de kosten. Voor contact met mij kun je HIER klikken.
Meneer Tan vertelde elke les wel verhalen; verhalen die hij weer gehoord had of situaties die hij zelf had meegemaakt. Altijd was er een verband met de uitleg van dat moment.
In deze vertellingen heb ik de oude Kuntao-benamingen intact gelaten, en de namen van de technieken zijn dus -zoals gebruikelijk in het voormalig Nederlandsch-Indië- een mengeling van Nederlands, Chinees en Indonesisch.

De hieronder vertelde verhalen zijn ontleend aan mijn boek 'Tit Khun Pay - annotatie van een krijgsambacht' (ongepubliceerd, 1990). Hierin heb ik -naast een overzicht van de Tit Khun van meneer Tan Eng Ho- alle anecdotes opgetekend die meneer Tan ons vertelde, en aan de hand waarvan wij werden onderwezen in de geschiedenis van deze stijl, maar ook en vooral in de normen en waarden van de traditionele krijgskunstcultuur.
Ooit was (traditionele Chinese) medische kennis een vaardigheid die ook de Tit Khun-meesters machtig waren. Kam Siok -die Tit Khun rond 1850 naar Indonesië bracht- schijnt een medisch boek geschreven te hebben, Gouw Gin Hok genas Thio Seng Peng (lees 'Listig') en Tan Boen Hoey had in ieder geval weet van acupunctuurpunten (zie het verhaal 'Knipoog').
Als je die medische kennis 'omdraait' heb je het over vaardigheid in dianxue ('dim mak'), het gebruik van puntlokaties op het lichaam om schade toe te brengen.
Meneer Tan vertelde onderstaand verhaal onder andere om het gebruik van deze puntkennis in Tit Khun te illustreren, en soms ook om het effect van tit lohan tju te illustreren en door te geven.
Maar de belangrijkste reden om dit verhaal te vertellen was dat hij wilde laten zien dat je het meest op je hoede moet zijn voor diegenen die het dichtst bij je staan, je vrienden: zij zijn immers degenen die jou wel eens willen zien vechten!
Tjung Tang Kiam was tijdens zijn leven al zó beroemd als Tit Khun-meester dat men deze stijl kende onder de naam 'Tang Kiam Khun', 'het boksen van Tang Kiam'. Ook de Hollanders waren van zijn vaardigheid op de hoogte.
Een Nederlandse regent (meneer Tan wist zijn naam  nog maar ik ben die helaas vergeten) nodigde de meester op een keer uit om met hem mee te gaan naar Bandoeng: daar waren grote festiviteiten vanwege Tjap Goh Meh, het Chinese nieuwjaarsfeest dat op de vijftiende dag van de Chinese maankalender werd gevierd.
Tjung Tang Kiam aanvaardde de uitnodiging, en het kleine gezelschap toog naar Bandoeng.
Het feest was groots opgezet en er was erg veel te doen. Het groepje liep overal rond en bleef uiteindelijk staan bij een mensenmenigte. Temidden van al die mensen stond een reusachtige Hollander, een worstelaar, en hij gaf een demonstratie van zijn kracht: hij nam een textielbaal uit een kraampje en scheurde die dwars doormidden! Vervolgens daagde hij iedereen uit voor de tweekamp...
Tjap Goh Meh
Tjung Tang Kiam begon nattigheid te voelen: het was wel duidelijk dat de regent enigszins de hand had gehad in deze 'toevallige samenloop van omstandigheden'! En toen de regent hardop en voor iedereen duidelijk hoorbaar vroeg of hij het wel tegen deze krachtpatser durfde op te nemen begreep Tjung Tang Kiam hoe de vork in de steel zat: hij was in de val gelopen.
Met alle ogen op hem gericht kon hij de uitdaging niet weigeren; het zou een enorm gezichtsverlies betekenen voor hemzelf en voor Tit Khun. Dus hij antwoordde: "Als ik dit van tevoren had geweten was ik nooit meegegaan. Maar ja, nu ik er toch ben kan het gevecht net zo goed plaatsvinden".
Twee uur lang tastten de vechters elkaar af. Tjung Tang Kiam, klein van postuur en mager door het opiumgebruik, stond tegenover de gigantische worstelaar in de wetenschap dat hij verloren zou zijn als die hem eenmaal vast zou kunnen grijpen.
De worstelaar op zijn beurt wist wie Tjung Tang Kiam was en nam dus, ondanks zijn kracht, toch wel enige voorzichtigheid in acht. Maar wie zich sterk voelt is vaak ongeduldig, en zo ook nu: hij begon Tjung Tang Kiam te beledigen. Waar haalde zo'n kleine pinda-Chinees het lef vandaan om het tegen hem op te nemen? Hij zou hem wel-es even mores leren!
Op het hoogtepunt van zijn scheldkannonnade sloeg de reus toe. Tjung Tang Kiam zag hem op zich afkomen en kon de krachtige greep maar nèt ontwijken met tit lohan tju; vervolgens sloeg hij vanuit diezelfde beweging toe. Hij trof de worstelaar vol op diens solar plexus waardoor deze in zijn beweging stokte en achterover neerstortte, op zijn rug.
Met zijn lichaam stuiptrekkend lag hij daar op de grond, schuim kwam uit zijn mond en hij liep helemaal blauw aan!
Geschrokken sprong de regent op. Hij hield wel van een weddenschap op zijn tijd, maar een dode kon hij nooit verantwoorden aan de autoriteiten! Dus ging hij naar Tjung Tang Kiam en hij smeekte hem om, indien dit binnen zijn vermogen lag, de worstelaar te genezen en in leven te houden.
Tjung Tang Kiam verkeerde in tweestrijd. De worstelaar had hem en alle Chinezen tot in het diepst beledigd, en dat was al reden genoeg om niet te willen helpen. Bovendien zou hij zich, eenmaal hersteld, zeker willen wreken en Tjung Tang Kiam voelde er weinig voor om voor zijn eigen toekomstige ondergang te tekenen door deze man in leven te houden.
Aan de andere kant zag hij wel in dat zijn vriend de regent -en hoe voordelig was het wel niet om bevriend te zijn met een regent!- enorm in de problemen zou kunnen komen als de worstelaar zou overlijden.
Dus ging hij aan het werk en herstelde zijn tegenstander dusdanig dat hij eigenmachtig de festiviteiten kon verlaten.
Wat Tjung Tang Kiam niemand verteld had was echter, dat hij de worstelaar op zó'n manier had geholpen dat het effect maar tijdelijk zou zijn; zo kreeg in ieder geval de regent geen verdere problemen.
Enkele weken na het evenement, toen iedereen het gebeurde alweer vergeten was, overleed de worstelaar alsnog; zo kreeg Tjung Tang Kiam geen verdere problemen.