de School van de Kraanvogel

Essentie

QIGONG

Als we het hebben over oefen­ing in, van, met of door qi, dan wor­den er vaak een aan­tal begrip­pen door elka­ar gebruikt: tcm (tra­di­tionele Chi­nese medici­j­nen), qigong, neigong en nei­dan — ‘fysiek werk­mod­el met qi als basis’, ‘oefen­ing in/van/met/door qi’, ’toepas­bare interne train­ing’ en ‘interne alchemie’. Dit door elka­ar gebruiken is onterecht. Er is weliswaar een over­lap tussen deze dis­ci­plines, namelijk qi; maar de onder­linge ver­schillen zijn te groot om deze vier op één hoop te gooien. 

Het onder­staande artikelt­je gaat over qigong -‘oefen­ing in/van/met/door qi’- met een lichte over­lap met tcm — ‘fysiek werk­mod­el met qi als basis’.

Over qi
Je kunt qi onderverde­len via een lev­el­sys­teem of via een kwaliteitssys­teem.

1. Lev­el­sys­teem
In het lev­el­sys­teem wordt gekeken naar de ver­schil­lende lagen van qi. Wan­neer je, nog voor je geboorte, in je moed­er ‘ont­van­gen wordt’ is dat als een ener­getis­che bal – het dant­ian. Daar omheen vormt zich de laag van de Acht Extra Merid­i­a­nen. Om die laag liggen de Twaalf Orgaan­merid­i­a­nen, en daar omheen de Haar­vaat­jes­merid­i­a­nen. Dit alles wordt om-geven door ‘materie’: spi­er, vlees, bot­ten enzovoorts. Zo ga je, van bin­nen naar buiten, van ‘hemelse qi’ gelei­delijk en stap voor stap over in materie.

De qi in elke laag heeft een eigen ‘fre­quen­tie’ die maar een heel klein beet­je ver­schilt van de fre­quen­tie van de qi in de naast-liggende laag. Zo kan de qi in het dant­ian nog net com­mu­niceren met de qi in de Acht Extra Merid­i­a­nen; de qi in de Acht Extra Merid­i­a­nen kan com­mu­niceren met de qi in zow­el het dant­ian als met die in de Twaalf Orgaan­merid­i­a­nen; de qi in de Orgaan­merid­i­a­nen kan, op zijn beurt, weer com­mu­niceren met de qi in de Acht Extra Merid­i­a­nen en de Haar­vaat­jes­merid­i­a­nen; en de qi in de Haar­vaat­jes­merid­i­a­nen com­mu­niceert met de qi in de Twaalf Orgaan­merid­i­a­nen en met de materie — bloed­vat­en, spieren, vlees, bot­ten enzovoorts.

De qi in het dant­ian is gelijk aan de qi ‘van de Hemel’. Om onszelf af te stem­men op die Hemel ‑de qi buiten ons lichaam- moeten we dus eerst weer van buiten naar bin­nen.

2. Kwaliteitssys­teem
Het kwaliteitssys­teem gaat over hoe de qi ‘van buiten’ in ons lichaam wordt getrans­formeerd tot de qi in ons lichaam. Het vertelt waarom een goede beheers­ing van dit pro­ces belan­grijk is voor onze gezond­heid. Hier­voor moeten we eerst ken­nis nemen van het ‘qi-mech­a­nisme’, dat gaat over de pro­duc­tie van qi.

Het qi-mech­a­nisme
In dit qi-mech­a­nisme bren­gen we twee kwaliteit­en van qi in ons lichaam van buiten ons lichaam naar bin­nen: kong qi (‘lege qi’) via het inade­men van lucht en gu qi (‘rauwe qi’) via het innemen van voed­ing en drank.

De kong qi wordt ingeademd naar de lon­gen. De gu qi gaat naar de maag, waar het wordt geschei­den in afval en werk­bare stof. Het afval gaat naar de dar­men; wat hier verder gebeurt is voor ons doel min­der rel­e­vant. De werk­bare stof gaat naar de milt, die deze ‘schoonge­maak­te’ gu qi omhoog trans­porteert langs de lon­gen. Daar komt de gu qi samen met de kong qi. Hier wordt het één geheel, dat enigszins valt te vergelijken met een bak­je water en olie: het is als één vloeistof te trans­porteren maar ver­mengt zich onder­ling niet. Deze een­heid van kong qi en gu qi gaat naar het hart, waar het door een soort van ‘elek­trische schok’ wèl kan ver­men­gen en trans­formeert naar qi en bloed. Deze qi noe­men we ‘zheng qi’, Ware qi, en dit is de qi waar wij mee te mak­en hebben.

Jing
Waar komt die ‘elek­trische schok’ van­daan? Bij onze geboorte hebben we een ruwe vorm van qi meegekre­gen, jing geheten. Deze jing valt te vergelijken met een regen­ton maar let op: het is zow­el het water in de ton als de ton zelf. Zo kan het zijn dat de ton lek is of op een andere manier zwak, of niet zo goed gevuld. Als dat zo is dan uit zich dat in bijvoor­beeld een hand­i­cap, een erfe­lijke ziek­te of een vroege dood. Er kan te weinig water in zit­ten: dan gaan we eerder dood want de hoeveel­heid water bepaalt de lengte van ons lev­en. Daar­naast heeft die ton sowieso één gaat­je onderin: daar loopt de jing uit die we gebruiken om te lev­en. Als de ton leeg is betekent dat het einde van ons bestaan.

De jing die uit dat ton­net­je ons lichaam in loopt kan de lengte van ons lev­en bepalen door­dat ze wordt gebruikt voor het op gang bren­gen of houden van de orga­nen, zodat die goed kun­nen func­tioneren. Via de vri­je ruimte tussen de orga­nen en overige materie komt ze op de plaats van bestem­ming. Deze vri­je ruimte, dat is de san­jiao: het ‘orgaan dat niet bestaat’. De san­jiao moet dus alti­jd goed geopend zijn.

De ‘jing die gebruikt wordt’ noe­men we yuan qi, ‘oor­spronke­lijke qi’. Het is deze yuan qi die de ‘elek­trische schok’ aan het hart geeft waar­door het mengsel van kong qi en gu qi kan omvor­men tot qi en bloed.

Nu is de hoeveel­heid jing die we van onze oud­ers hebben meegekre­gen eindig en raakt langza­am op. Gelukkig kun­nen we deze aan­vullen. Dat werkt als vol­gt:
Behalve via het inhaleren van lucht en innemen van voed­ingsstof­fen gener­eren we ook qi via onze dagelijkse activiteit­en: bewe­gen, ade­men en eten gener­eren alle­maal qi. Als die activiteit­en zwaar en uit­put­tend zijn ver­bruiken we alle qi die we ‑zow­el via voed­ing en adem als via activiteit- hebben aange­maakt; maar als we de activiteit mild en gelijk­matig kun­nen houden wordt niet álles ver­bruikt en bli­jft er een beet­je over. In de nacht, wan­neer we slapen en inac­tief zijn, wordt dit restant aan qi omgezet in jing.

De jing die we van onze oud­ers meekri­j­gen noe­men we ‘voorhemelse jing’; de jing die we ‑vanu­it wat we aan het eind van de dag over­houden aan qi- zelf aan­mak­en noe­men we ‘nahemelse jing’. De kwaliteit is het­zelfde, het naamver­schil zegt alleen iets over de herkomst.

Deze nahemelse jing wordt als het ware weer terugge­gooid in het regen­ton­net­je waar­door dit langza­mer lee­gloopt. Dit uit zich in een langer en gezon­der lev­en.

Wat is qigong?
Qigong is een meth­ode die meerdere aspecten van het boven­staande ver­haal prak­tisch onder­s­te­unt. Om te begin­nen ver­betert het ons ademhal­ing­spro­ces waar­door we meer, en be-tere, kong qi over­houden. Daar­naast stim­uleert de buikademhal­ing het voed­selver­w­erk­ings-pro­ces, en daar­door is het werk­bare deel van de gu qi meer en van betere kwaliteit. Dit resul­teert in de uitein­delijke pro­duc­tie van meer en betere zheng qi.

Verder maakt qigong je rustig. Hier­door zul je meer geneigd zijn tot matigheid in je activiteit­en ‑bewe­gen, nadenken- waar­door de kans grot­er is dat je qi over­houdt wan­neer je gaat slapen. Daar­door kun je meer nahemelse jing pro­duc­eren.

Hoe werkt qigong? — de opbouw
Je oefen­vaardigheid in qigong bestaat uit lev­els waar je doorheen groeit van A tot Z. Het eerste lev­el dat je zoekt bestaat uit cor­recte lichaam­scon­struc­tie. Om daar vaardig in te wor­den gebruiken we de oefenin­gen die je beschreven vin­dt in ‘De Essen­tie van Tai Chi’ en wor­den de principes bestudeerd waarmee je tot een cor­recte fysieke struc­tu­ur kunt komen. Die vind je beschreven in ‘De Principes van Tai Chi’. 

Cor­recte lichaam­scon­struc­tie heb je wan­neer alle ‘gewricht­en’ (alles wat in je lichaam kan bewe­gen) open zijn. Dit ope­nen van de gewricht­en doe je door te voe­len en te vouwen tot het punt dat er geen span­ning meer voel­baar is. Door ‘in con­struc­tie’ te zijn kan het lichaam zichzelf dra­gen, en kun­nen spieren en pezen ontspan­nen. Let op: wan­neer de ontspan­ning zo groot is dat de zwaartekracht gevoeld kan wor­den (‘wan­neer de zwaarte van de armen wordt waargenomen’) is er sprake van tevéél ontspan­ning, want elke voel­baarheid is een mate van stag­natie.

Omdat elke vorm van voel­baarheid in feite een vorm van qi-stag­natie is beteke­nen ‘in con­struc­tie’, ‘spierontspan­ning’ en ‘vrij van de zwaartekracht’ dat de qi vrij door het lichaam kan stromen, zon­der blokkades. Dit vri­je stromen van qi is een eigen voel­baarheid (Let op: qi kun je niet voe­len! Wat je voelt zijn de gevol­gen van die vri­je doorstro­ming zoals bijvoor-beeld: warmte, een gevoel van sta­tis­che elek­triciteit, tin­telin­gen enzovoorts).

Alle vol­gende lev­els hebben te mak­en met hoe sterk die vri­je doorstro­ming voel­baar is.

In de eerste lev­els die nu vol­gen ben je voor­namelijk bezig met het verder ver­fi­j­nen en cor­rigeren van je lichaam­scon­struc­tie, waar­door je af en toe een stuk­je van die vri­je doorstro­ming kunt voe­len.

In lat­ere lev­els ben je daar zo goed in dat je die vri­je doorstro­ming recht­streeks vanu­it je gevoel kunt oproepen, waar­door je lichaam­scon­struc­tie en cor­recte houd­ing zich automa­tisch ontvouwen zon­der dat je daarmee bezig bent. Dit niveau noe­men we ‘gevuld van qi’. Het vraagt jaren aan train­ing.

Lij­nen en velden
Het lichaam is lang­gerekt. Dat heeft als gevolg dat de qi-cir­cu­latie (de vri­je doorstro­ming van qi) lin­eair ver­loopt, dus in lij­nen.
Die vri­je doorstro­ming van qi laat zich heel goed vergelijken met de werk­ing van elek­triciteit: als je de stekker in het stop­con­tact steekt gaat de stroom door de draad, en aan de andere kant gaat de lamp bran­den.
Als je nu die stroom­draad rond­wikkelt en dat doe je meerdere keren, dan gaat de stroom nog steeds door de draad uit­er­aard; echter, door zijwaartse lekk­age door de wan­den van de draad ontstaat er, naast warmte, één groot elek­tro­mag­netisch veld.
Terug naar het ver­haal van qi betekent dit dat de vri­je doorstro­ming van qi (die dus lin­eair ver­loopt), omdat het een cir­cu­latiesys­teem is, uitein­delijk een veldge­waar­word­ing genereert.

Als je na jaren oefe­nen op dit niveau bent aangekomen kun je die veldge­waar­word­ing recht-streeks oproepen. Hier­door ontstaat een ronde lichaam­scon­struc­tie, wat heel belan­grijk is voor Tai Chi.

Om mogelijk te mak­en dat je dit lev­el kunt bereiken moet op het allereer­ste lev­el meer aan­dacht uit­gaan naar cor­recte lichaam­scon­struc­tie dan naar voe­len: eerst de mal, dan de inhoud. De beste manier om dit te doen is door te ‘staan’.

Achter­grond van de qigong-oefenin­gen
Het Chi­nese woord voor interne alchemie is nei­dan. Een neven­ef­fect van nei­dan is een lang lev­en en goede gezond­heid. Het doel van nei­dan is iet­wat abstracter, namelijk het her­stellen van xing en ming tot hun natu­urlijke staat om zodoende één te wor­den met, of op zijn minst inzicht te kri­j­gen in, de Dao. Je hebt niks aan een langer lev­en als je niks zin­vols doet met de extra tijd die je ver­w­erft. Nei­dan vraagt om veel uit­leg maar die valt buiten de scope van dit artikel.

Nei­dan bestaat uit vier lev­els. De qigong die wij doen is bedoeld als basis om lat­er aan dat eerste lev­el te kun­nen werken.

Die basis bestaat uit het her­stellen van de jing, dus: het repar­eren en bijvullen van de regen­ton. Het achterliggende idee is dat het in the­o­rie mogelijk moet zijn om de jing net zo snel aan te vullen als we die gebruiken; aangezien jing ook onze lev­ens­du­ur bepaalt zou dit dan the­o­retisch resul­teren in onster­fe­lijkheid, of op zijn minst een langer lev­en. Voor het her­stellen van jing is een vri­je doorstro­ming van qi nodig.
Om deze vri­je doorstro­ming mogelijk te mak­en moeten twee soorten blokkades wor­den opge­heven, namelijk de fysieke en de men­tale.

Fysieke blokkades bestaan uit spierspan­nin­gen en andere onn­odi­ge lichamelijke voel­baarhe­den. Men­tale blokkades bestaan uit nadenken, gewaar­wor­den (bijvoor­beeld van fysieke voel­baarhe­den!), emoties enzovoorts. Je heft deze fysieke blokkades op door cor­recte lichaam­scon­struc­tie en de daar­door mogelijk gewor­den spierontspan­ning.
Men­tale blokkades hef je op door vaardigheid in yi shou dant­ian.

In onze qigong wordt deze train­ing samengevat in het voor­waar­den schep­pen voor het ope­nen van de kleine en grote hemel­baan, respec­tievelijk de vierde en de tiende oefen­ing. Je vin­dt een beschri­jv­ing van deze belan­grijke qigong-reeks in ‘Stilte in je Zelf’.

TOEGEPASTE QIGONG: TAI CHI

Tai Chi is een sti­jl die gebruik maakt van opti­male lichaam­scon­struc­tie; dit in com­bi­natie met sen­si­tiviteit om die lichaam­scon­struc­tie in stand te houden en func­tion­eel toe te passen onder de druk van inter­ac­tie. Het doet dit intern in plaats van extern.

1. Intern ver­sus extern
Het ver­schil tussen intern en extern bewe­gen schuilt (a) in het aans­turen van de moto­riek, en (b) in de manier van inter­ac­tie met de ander. Wat (a) betre­ft: als we de lichaams­de­len uit-sprei­den hebben we een vaste kern, de romp, met daaromheen vijf bewe­gende delen: twee armen, twee benen en hoofd en nek. Wan­neer er in of vanu­it de bewe­gende delen wordt ge-han­deld is dat let­ter­lijk aan de buitenkant; dit noe­men we ‘extern’.

Wordt er gehan­deld vanu­it de romp dan is dat, alweer let­ter­lijk, aan de bin­nenkant; dit noe­men we ‘intern’. Wat (b) betre­ft: als wij zelf han­de­len naar de ander toe, eigen ini­ti­atief uiten, enzovoorts, dan is dat naar buiten toe en daarmee extern. Als onze han­del­ing aansluit op het han­de­len van de ander en recep­tief is, dan is dat naar bin­nen toe en zodoende intern.

Als er gezegd wordt dat Tai Chi intern is wil dat zeggen dat het (a) alle beweg­in­gen vor­mgeeft vanu­it het cen­trum, en (b) dat al die vor­mgevin­gen bepaald wor­den door ‑want: aan-sluiten op- de ander.

De struc­tu­ur
De fysieke struc­tu­ur, de lichaam­scon­struc­tie dus, wordt staps­gewi­js opge­bouwd. Eerst wordt het besef getraind dat er geen twee armen zijn maar één arm­cirkel:

Tegelijk­er­ti­jd wordt geleerd dat de romp niet meer gebro­ken mag wor­den ter hoogte van het diafrag­ma maar als één com­pact geheel moet func­tioneren:

Daar­na is het zaak om, door te focussen op het open houden van de schoud­ers, deze twee ele­menten met elka­ar te verbinden…:

…en op een bal te plaat­sen:

Deze bal rust op een piramide (de bei­de benen wor­den niet apart onder­schei­den):

Dit is de vereiste lichaam­scon­struc­tie, en daarmee de eerste stap die beheerst moet wor­den.

De totale con­struc­tie ‑dit is de tweede stap- moet bewogen wor­den vanu­it de cen­trale bal; van­daar de uit­spraak in de School van de Kraan­vo­gel “de armen rusten op het dant­ian, de benen hangen aan het dant­ian”.

In feite is Tai Chi dus redelijk sti­jf in de zin van ‘vor­m­vast’: wij bewe­gen ons cen­trum en daar­door beweegt de totale lichaam­scon­struc­tie (de Tai Chi-vor­mgev­ing of ‑houd­ing). Of de ander beweegt ons door con­tact te mak­en met, bijvoor­beeld, onze armen waar­na wij die beweg­ingsricht­ing ‘ver­tal­en’ naar een draairicht­ing van het cen­trum. Hoe sen­si­tiev­er wij wor­den voor de beweg­ingsricht­ing van de ander, hoe beter wij dit kun­nen zon­der onze lede­mat­en actief in te zetten.
We bewe­gen nooit, maar dan ook nooit tegen de ander — hoo­gu­it zoeken we zoveel mogelijk aansluit­ing, ver­spreid over een zo groot mogelijk raakvlak.

De con­nec­tie met qigong
De hier­boven beschreven vaardigheid in lichaam­scon­struc­tie ver­w­er­ven duurt enige tijd. Bin­nen diezelfde tijd wordt tevens geoe­fend in de eerder genoemde ‘lij­nen en velden’-gewaarwording die qigong ons leert.

Door de com­bi­natie van deze oefen­meth­od­es ontstaat gevoe­ligheid voor voel­baarhe­den in de gewricht­en, met name de schoud­ers, ellen­bo­gen, de romp ter hoogte van het diafrag­ma en de liezen. Door te zoeken naar het oph­ef­fen van deze voel­baarhe­den ‑en de gewricht­en dus voort­durend ‘open’ te houden- geven we ruimte aan het gewaar­wor­den van de chong­mai.

De chong­mai is één van de Acht Extra Merid­i­a­nen. Ze loopt, globaal gespro­ken, ver­ti­caal door het lichaam en is de enige meridi­aan die recht­streeks com­mu­niceert met het dant­ian — de ‘fre­quen­tie’ is net niet hele­maal gelijk maar vol­doende om te kun­nen com­mu­niceren.
Deze chong­mai heeft ‘uit­lop­ers’ die door de lede­mat­en lopen en die con­tact mak­en met de qi buiten het lichaam via de ‘vijf pal­men’: de hand­pal­men, de voet­zolen en de bovenkant van het hoofd.

Met name blokkades –‘voel­baarhe­den’- in de schoud­ers en de liezen kun­nen veroorza­k­en dat de uit­lop­ers niet goed aansluiten op deze chong­mai. De door train­ing in qigong toegenomen gevoe­ligheid helpt nu bij het open­houden van dit ‘skelet­sys­teem’ (de chong­mai plus uit­lop­ers). Een voort­durende gewaar­word­ing van het open zijn, en bli­jven, van dit skelet­sys­teem lei­dt tot het in stand houden van de hier­boven beschreven lichaamsstruc­tu­ur. Daar-naast con­solideert het de veld-gewaar­word­ing.

QI EN SPIRITUALITEIT

Alge­meen
‘Spir­i­tu­aliteit’ is een term die door New Age-denken is beïn­vloed, en daarmee een New Age-eigen con­text heeft gekre­gen. Het Chi­nese denken daar­ente­gen heeft een eigen con­text voor de con­nec­tie tussen spir­i­tu­aliteit en qi.

Het uit­gangspunt bij qi is de con­nec­tie Hemel–Mens–Aarde. Ook bij deze drie-een­heid kun­nen we een onder­scheid mak­en tussen een lev­el­sys­teem en een kwaliteitssys­teem.

1. Lev­el­sys­teem
In het lev­el­sys­teem is er, ook hier weer, sprake van een verdicht­ing van qi: de Hemelse qi, de meest etherische, dikt gelei­delijk in tot het uitein­delijk materie is. De mens staat hier­bij mid­den in de over­gang tussen Hemel en Aarde en is een mengvorm van bei­de uiter­sten: het etherische van de Hemel dat lev­en geeft en het verdik­te van de Aarde dat dit lev­en materieel tast­baar maakt.

2. Kwaliteitssys­teem
Om het kwaliteitssys­teem te begri­jpen kun­nen we het beste eerst kijken naar wat TCM (tra­di­tionele Chi­nese medici­jn­leer) eigen­lijk beoogt: het gezond mak­en (of liev­er nog: houden) van de mens. Dit is een visie die de mens dus als zelf­s­tandi­ge een­heid beschouwt, los van Hemel en Aarde. Immers: er wordt uit­ge­gaan van het gegeven dat er iets loos is met de qi in de mens, dat die ‘qi in de mens’ van die mens zelf is en dat die ‘qi in de mens’ en de mens samen één zelf­s­tandi­ge een­heid vor­men.

In de Hemel-Mens-Aarde-visie wordt dit anders gezien: daarin is de mens een weliswaar beschadigde maar open ‘verbind­ingspi­jp’ waar doorheen de qi tussen Hemel en Aarde met elka­ar kan com­mu­niceren:

Het ver­band met onze train­ing
Deze twee visies zijn niet een ‘of-of’ maar bestaan naast elka­ar; wij hebben de keuze welke van de twee wegen we willen vol­gen: als we de TCM-visie vol­gen richt­en we ons op het ver­sterken van onze eigen qi en sluiten we onszelf in feite af voor de Hemel-Mens-Aarde-con­nec­tie: we doen als het ware een dek­selt­je op ons hoofd zodat er niets naar buiten kan.

Dit ‘dek­selt­je op ons hoofd’ bestaat uit het sluiten van de vijf pal­men, te weten het hoofd, de hand­pal­men en de voet­zolen. Het hoofd sluiten we af met behulp van emoties zoals angst of woede — alles wat over ‘ik’ gaat; de han­den sluiten we af door vuis­ten te mak­en; de voeten sluiten we af door in onze posi­tie te ‘staan’ (in de zin van onszelf opwaarts duwen) in plaats van te ‘zit­ten’ (waar­bij we rusten op ons skelet en een min­i­maal ben­odigde spieren). We zien dit bijvoor­beeld bij de agressieve kri­jgskun­sten, waar een stoot­be­weg­ing mid­dels grote agressie vanu­it de voet naar de vuist wordt gewor­pen en er veel boosheid in de han­del­ing moet wor­den gepro­jecteerd. 

Dit is een uiter­mate ego­cen­trische, mater­iële richt­ing om te vol­gen, gericht op bez­it en macht in de wereld. Wie deze weg vol­gt is voort­durend bezig met zijn per­soon­lijke qi om gezond te bli­jven, om sterk te zijn, enzovoorts. Het gener­eren van een cen­trum-gewaar­word­ing vraagt zware en inten­sieve train­ing.

Hoewel de Hemel-Mens-Aarde-visie niet altruïstisch is vergt ze wel van de beoe­fe­naar om zijn Zelf zoveel mogelijk op te geven en volledig open te gaan, zow­el fysiek als men­taal. Dit bestaat uit het gener­eren van een cen­trum in com­bi­natie met het ope­nen van de vijf pal­men. Het hoofd ope­nen we met behulp van yi shou dant­ian-train­ing, waar­door de voel­bare ‘hoofd-span­ning’ ‑het ‘dek­sel’- uit het hoofd verd­wi­jnt; de han­den ope­nen we door geen vuis­ten te mak­en maar met open han­den te werken; de voeten ope­nen we door te ‘zinken’. Cen­trum-gewaar­word­ing ontstaat bij­na vanzelf door­dat de vijf open pal­men gelijk­matig com­mu­niceren met Hemel en Aarde en zo een mid­delpunt gener­eren:

Het voordeel van de mater­iële weg is afd­wing­bare kracht en macht; het nadeel ervan is dat je er hard voor moet werken, zow­el om vaardigheid in deze weg te ver­w­er­ven als om deze vaardigheid in stand te houden. Het is ook niet gegaran­deerd goed voor je gezond­heid omdat je veel druk opbouwt in een ges­loten sys­teem; dit lei­dt mogelijk tot vroegti­jdi­ge sli­j­tage, bijvoor­beeld in de bloed­vat­en.

Het voordeel van de weg van Hemel-Mens-Aarde is inzicht, sen­si­tiviteit, gezond­heid en ‘pow­er’; de pri­js die hier­voor betaald wordt is dat deze pow­er niet naar eigen wil en voor eigen gewin inzetbaar is, omdat ‘ik wil’ een afs­lui­tende han­del­ing (een ‘dek­selt­je’) is.

Slot­wo­ord
Door train­ing in het boven­staande ver­leggen we onze wijze van waarne­men van ‘fysiek’ naar ‘ener­getisch’: we voe­len niet meer hoe de ander op onze arm drukt, maar hoe hij ons veld aan één kant indrukt. We zijn dan als een bal­lon die aan één kant wordt inge­drukt. De ‘vulling’ moet ergens bli­jven en ver­plaatst naar een andere zijde van de bal­lon; dit uit zich fysiek in het ver­plaat­sen van de andere arm, of van een been. We zijn nooit, maar dan ook nooit, bezig met een actie ‘tegen de ander’; hoo­gu­it vullen we de vri­je ruimte ron­dom zijn per­soon. Van­daar dat er gezegd wordt “Tai Chi heeft geen vijand” en “ver­mi­jd de volte, vul de leegte”.

Tai Chi gaat zodoende niet over ‘prak­tis­che vaardighei­d­strain­ing’ ‑het ken­nen van gevecht­shan­delin­gen- (ook al is vaardigheid daarin wel een basisvoor­waarde natu­urlijk) maar over een blind vertrouwen op het werken vanu­it deze gevoels­ge­waar­word­ing. De gevecht­strain­ing gaat niet over beter kun­nen vecht­en maar over het ver­sterken van ons vertrouwen in deze manier van waarne­men en werken.

Elke interne sti­jl werkt op de hier­boven beschreven manier; als er niet zo gew­erkt wordt biedt de sti­jl miss­chien wel de mogelijkheid om intern te wor­den maar is de beoe­fe­naar niet intern.

Dit is de kern van de School van de Kraan­vo­gel.

Scroll naar boven