QIGONG
Als we het hebben over oefening in, van, met of door qi, dan worden er vaak een aantal begrippen door elkaar gebruikt: tcm (traditionele Chinese medicijnen), qigong, neigong en neidan — ‘fysiek werkmodel met qi als basis’, ‘oefening in/van/met/door qi’, ’toepasbare interne training’ en ‘interne alchemie’. Dit door elkaar gebruiken is onterecht. Er is weliswaar een overlap tussen deze disciplines, namelijk qi; maar de onderlinge verschillen zijn te groot om deze vier op één hoop te gooien.
Het onderstaande artikeltje gaat over qigong -‘oefening in/van/met/door qi’- met een lichte overlap met tcm — ‘fysiek werkmodel met qi als basis’.
Over qi
Je kunt qi onderverdelen via een levelsysteem of via een kwaliteitssysteem.
1. Levelsysteem
In het levelsysteem wordt gekeken naar de verschillende lagen van qi. Wanneer je, nog voor je geboorte, in je moeder ‘ontvangen wordt’ is dat als een energetische bal – het dantian. Daar omheen vormt zich de laag van de Acht Extra Meridianen. Om die laag liggen de Twaalf Orgaanmeridianen, en daar omheen de Haarvaatjesmeridianen. Dit alles wordt om-geven door ‘materie’: spier, vlees, botten enzovoorts. Zo ga je, van binnen naar buiten, van ‘hemelse qi’ geleidelijk en stap voor stap over in materie.
De qi in elke laag heeft een eigen ‘frequentie’ die maar een heel klein beetje verschilt van de frequentie van de qi in de naast-liggende laag. Zo kan de qi in het dantian nog net communiceren met de qi in de Acht Extra Meridianen; de qi in de Acht Extra Meridianen kan communiceren met de qi in zowel het dantian als met die in de Twaalf Orgaanmeridianen; de qi in de Orgaanmeridianen kan, op zijn beurt, weer communiceren met de qi in de Acht Extra Meridianen en de Haarvaatjesmeridianen; en de qi in de Haarvaatjesmeridianen communiceert met de qi in de Twaalf Orgaanmeridianen en met de materie — bloedvaten, spieren, vlees, botten enzovoorts.
De qi in het dantian is gelijk aan de qi ‘van de Hemel’. Om onszelf af te stemmen op die Hemel ‑de qi buiten ons lichaam- moeten we dus eerst weer van buiten naar binnen.
2. Kwaliteitssysteem
Het kwaliteitssysteem gaat over hoe de qi ‘van buiten’ in ons lichaam wordt getransformeerd tot de qi in ons lichaam. Het vertelt waarom een goede beheersing van dit proces belangrijk is voor onze gezondheid. Hiervoor moeten we eerst kennis nemen van het ‘qi-mechanisme’, dat gaat over de productie van qi.
Het qi-mechanisme
In dit qi-mechanisme brengen we twee kwaliteiten van qi in ons lichaam van buiten ons lichaam naar binnen: kong qi (‘lege qi’) via het inademen van lucht en gu qi (‘rauwe qi’) via het innemen van voeding en drank.
De kong qi wordt ingeademd naar de longen. De gu qi gaat naar de maag, waar het wordt gescheiden in afval en werkbare stof. Het afval gaat naar de darmen; wat hier verder gebeurt is voor ons doel minder relevant. De werkbare stof gaat naar de milt, die deze ‘schoongemaakte’ gu qi omhoog transporteert langs de longen. Daar komt de gu qi samen met de kong qi. Hier wordt het één geheel, dat enigszins valt te vergelijken met een bakje water en olie: het is als één vloeistof te transporteren maar vermengt zich onderling niet. Deze eenheid van kong qi en gu qi gaat naar het hart, waar het door een soort van ‘elektrische schok’ wèl kan vermengen en transformeert naar qi en bloed. Deze qi noemen we ‘zheng qi’, Ware qi, en dit is de qi waar wij mee te maken hebben.
Jing
Waar komt die ‘elektrische schok’ vandaan? Bij onze geboorte hebben we een ruwe vorm van qi meegekregen, jing geheten. Deze jing valt te vergelijken met een regenton maar let op: het is zowel het water in de ton als de ton zelf. Zo kan het zijn dat de ton lek is of op een andere manier zwak, of niet zo goed gevuld. Als dat zo is dan uit zich dat in bijvoorbeeld een handicap, een erfelijke ziekte of een vroege dood. Er kan te weinig water in zitten: dan gaan we eerder dood want de hoeveelheid water bepaalt de lengte van ons leven. Daarnaast heeft die ton sowieso één gaatje onderin: daar loopt de jing uit die we gebruiken om te leven. Als de ton leeg is betekent dat het einde van ons bestaan.
De jing die uit dat tonnetje ons lichaam in loopt kan de lengte van ons leven bepalen doordat ze wordt gebruikt voor het op gang brengen of houden van de organen, zodat die goed kunnen functioneren. Via de vrije ruimte tussen de organen en overige materie komt ze op de plaats van bestemming. Deze vrije ruimte, dat is de sanjiao: het ‘orgaan dat niet bestaat’. De sanjiao moet dus altijd goed geopend zijn.
De ‘jing die gebruikt wordt’ noemen we yuan qi, ‘oorspronkelijke qi’. Het is deze yuan qi die de ‘elektrische schok’ aan het hart geeft waardoor het mengsel van kong qi en gu qi kan omvormen tot qi en bloed.
Nu is de hoeveelheid jing die we van onze ouders hebben meegekregen eindig en raakt langzaam op. Gelukkig kunnen we deze aanvullen. Dat werkt als volgt:
Behalve via het inhaleren van lucht en innemen van voedingsstoffen genereren we ook qi via onze dagelijkse activiteiten: bewegen, ademen en eten genereren allemaal qi. Als die activiteiten zwaar en uitputtend zijn verbruiken we alle qi die we ‑zowel via voeding en adem als via activiteit- hebben aangemaakt; maar als we de activiteit mild en gelijkmatig kunnen houden wordt niet álles verbruikt en blijft er een beetje over. In de nacht, wanneer we slapen en inactief zijn, wordt dit restant aan qi omgezet in jing.
De jing die we van onze ouders meekrijgen noemen we ‘voorhemelse jing’; de jing die we ‑vanuit wat we aan het eind van de dag overhouden aan qi- zelf aanmaken noemen we ‘nahemelse jing’. De kwaliteit is hetzelfde, het naamverschil zegt alleen iets over de herkomst.
Deze nahemelse jing wordt als het ware weer teruggegooid in het regentonnetje waardoor dit langzamer leegloopt. Dit uit zich in een langer en gezonder leven.
Wat is qigong?
Qigong is een methode die meerdere aspecten van het bovenstaande verhaal praktisch ondersteunt. Om te beginnen verbetert het ons ademhalingsproces waardoor we meer, en be-tere, kong qi overhouden. Daarnaast stimuleert de buikademhaling het voedselverwerkings-proces, en daardoor is het werkbare deel van de gu qi meer en van betere kwaliteit. Dit resulteert in de uiteindelijke productie van meer en betere zheng qi.
Verder maakt qigong je rustig. Hierdoor zul je meer geneigd zijn tot matigheid in je activiteiten ‑bewegen, nadenken- waardoor de kans groter is dat je qi overhoudt wanneer je gaat slapen. Daardoor kun je meer nahemelse jing produceren.
Hoe werkt qigong? — de opbouw
Je oefenvaardigheid in qigong bestaat uit levels waar je doorheen groeit van A tot Z. Het eerste level dat je zoekt bestaat uit correcte lichaamsconstructie. Om daar vaardig in te worden gebruiken we de oefeningen die je beschreven vindt in ‘De Essentie van Tai Chi’ en worden de principes bestudeerd waarmee je tot een correcte fysieke structuur kunt komen. Die vind je beschreven in ‘De Principes van Tai Chi’.
Correcte lichaamsconstructie heb je wanneer alle ‘gewrichten’ (alles wat in je lichaam kan bewegen) open zijn. Dit openen van de gewrichten doe je door te voelen en te vouwen tot het punt dat er geen spanning meer voelbaar is. Door ‘in constructie’ te zijn kan het lichaam zichzelf dragen, en kunnen spieren en pezen ontspannen. Let op: wanneer de ontspanning zo groot is dat de zwaartekracht gevoeld kan worden (‘wanneer de zwaarte van de armen wordt waargenomen’) is er sprake van tevéél ontspanning, want elke voelbaarheid is een mate van stagnatie.
Omdat elke vorm van voelbaarheid in feite een vorm van qi-stagnatie is betekenen ‘in constructie’, ‘spierontspanning’ en ‘vrij van de zwaartekracht’ dat de qi vrij door het lichaam kan stromen, zonder blokkades. Dit vrije stromen van qi is een eigen voelbaarheid (Let op: qi kun je niet voelen! Wat je voelt zijn de gevolgen van die vrije doorstroming zoals bijvoor-beeld: warmte, een gevoel van statische elektriciteit, tintelingen enzovoorts).
Alle volgende levels hebben te maken met hoe sterk die vrije doorstroming voelbaar is.
In de eerste levels die nu volgen ben je voornamelijk bezig met het verder verfijnen en corrigeren van je lichaamsconstructie, waardoor je af en toe een stukje van die vrije doorstroming kunt voelen.
In latere levels ben je daar zo goed in dat je die vrije doorstroming rechtstreeks vanuit je gevoel kunt oproepen, waardoor je lichaamsconstructie en correcte houding zich automatisch ontvouwen zonder dat je daarmee bezig bent. Dit niveau noemen we ‘gevuld van qi’. Het vraagt jaren aan training.
Lijnen en velden
Het lichaam is langgerekt. Dat heeft als gevolg dat de qi-circulatie (de vrije doorstroming van qi) lineair verloopt, dus in lijnen.
Die vrije doorstroming van qi laat zich heel goed vergelijken met de werking van elektriciteit: als je de stekker in het stopcontact steekt gaat de stroom door de draad, en aan de andere kant gaat de lamp branden.
Als je nu die stroomdraad rondwikkelt en dat doe je meerdere keren, dan gaat de stroom nog steeds door de draad uiteraard; echter, door zijwaartse lekkage door de wanden van de draad ontstaat er, naast warmte, één groot elektromagnetisch veld.
Terug naar het verhaal van qi betekent dit dat de vrije doorstroming van qi (die dus lineair verloopt), omdat het een circulatiesysteem is, uiteindelijk een veldgewaarwording genereert.
Als je na jaren oefenen op dit niveau bent aangekomen kun je die veldgewaarwording recht-streeks oproepen. Hierdoor ontstaat een ronde lichaamsconstructie, wat heel belangrijk is voor Tai Chi.
Om mogelijk te maken dat je dit level kunt bereiken moet op het allereerste level meer aandacht uitgaan naar correcte lichaamsconstructie dan naar voelen: eerst de mal, dan de inhoud. De beste manier om dit te doen is door te ‘staan’.
Achtergrond van de qigong-oefeningen
Het Chinese woord voor interne alchemie is neidan. Een neveneffect van neidan is een lang leven en goede gezondheid. Het doel van neidan is ietwat abstracter, namelijk het herstellen van xing en ming tot hun natuurlijke staat om zodoende één te worden met, of op zijn minst inzicht te krijgen in, de Dao. Je hebt niks aan een langer leven als je niks zinvols doet met de extra tijd die je verwerft. Neidan vraagt om veel uitleg maar die valt buiten de scope van dit artikel.
Neidan bestaat uit vier levels. De qigong die wij doen is bedoeld als basis om later aan dat eerste level te kunnen werken.
Die basis bestaat uit het herstellen van de jing, dus: het repareren en bijvullen van de regenton. Het achterliggende idee is dat het in theorie mogelijk moet zijn om de jing net zo snel aan te vullen als we die gebruiken; aangezien jing ook onze levensduur bepaalt zou dit dan theoretisch resulteren in onsterfelijkheid, of op zijn minst een langer leven. Voor het herstellen van jing is een vrije doorstroming van qi nodig.
Om deze vrije doorstroming mogelijk te maken moeten twee soorten blokkades worden opgeheven, namelijk de fysieke en de mentale.
Fysieke blokkades bestaan uit spierspanningen en andere onnodige lichamelijke voelbaarheden. Mentale blokkades bestaan uit nadenken, gewaarworden (bijvoorbeeld van fysieke voelbaarheden!), emoties enzovoorts. Je heft deze fysieke blokkades op door correcte lichaamsconstructie en de daardoor mogelijk geworden spierontspanning.
Mentale blokkades hef je op door vaardigheid in yi shou dantian.
In onze qigong wordt deze training samengevat in het voorwaarden scheppen voor het openen van de kleine en grote hemelbaan, respectievelijk de vierde en de tiende oefening. Je vindt een beschrijving van deze belangrijke qigong-reeks in ‘Stilte in je Zelf’.
TOEGEPASTE QIGONG: TAI CHI
Tai Chi is een stijl die gebruik maakt van optimale lichaamsconstructie; dit in combinatie met sensitiviteit om die lichaamsconstructie in stand te houden en functioneel toe te passen onder de druk van interactie. Het doet dit intern in plaats van extern.
1. Intern versus extern
Het verschil tussen intern en extern bewegen schuilt (a) in het aansturen van de motoriek, en (b) in de manier van interactie met de ander. Wat (a) betreft: als we de lichaamsdelen uit-spreiden hebben we een vaste kern, de romp, met daaromheen vijf bewegende delen: twee armen, twee benen en hoofd en nek. Wanneer er in of vanuit de bewegende delen wordt ge-handeld is dat letterlijk aan de buitenkant; dit noemen we ‘extern’.
Wordt er gehandeld vanuit de romp dan is dat, alweer letterlijk, aan de binnenkant; dit noemen we ‘intern’. Wat (b) betreft: als wij zelf handelen naar de ander toe, eigen initiatief uiten, enzovoorts, dan is dat naar buiten toe en daarmee extern. Als onze handeling aansluit op het handelen van de ander en receptief is, dan is dat naar binnen toe en zodoende intern.
Als er gezegd wordt dat Tai Chi intern is wil dat zeggen dat het (a) alle bewegingen vormgeeft vanuit het centrum, en (b) dat al die vormgevingen bepaald worden door ‑want: aan-sluiten op- de ander.
De structuur
De fysieke structuur, de lichaamsconstructie dus, wordt stapsgewijs opgebouwd. Eerst wordt het besef getraind dat er geen twee armen zijn maar één armcirkel:
Tegelijkertijd wordt geleerd dat de romp niet meer gebroken mag worden ter hoogte van het diafragma maar als één compact geheel moet functioneren:
Daarna is het zaak om, door te focussen op het open houden van de schouders, deze twee elementen met elkaar te verbinden…:
…en op een bal te plaatsen:
Deze bal rust op een piramide (de beide benen worden niet apart onderscheiden):
Dit is de vereiste lichaamsconstructie, en daarmee de eerste stap die beheerst moet worden.
De totale constructie ‑dit is de tweede stap- moet bewogen worden vanuit de centrale bal; vandaar de uitspraak in de School van de Kraanvogel “de armen rusten op het dantian, de benen hangen aan het dantian”.
In feite is Tai Chi dus redelijk stijf in de zin van ‘vormvast’: wij bewegen ons centrum en daardoor beweegt de totale lichaamsconstructie (de Tai Chi-vormgeving of ‑houding). Of de ander beweegt ons door contact te maken met, bijvoorbeeld, onze armen waarna wij die bewegingsrichting ‘vertalen’ naar een draairichting van het centrum. Hoe sensitiever wij worden voor de bewegingsrichting van de ander, hoe beter wij dit kunnen zonder onze ledematen actief in te zetten.
We bewegen nooit, maar dan ook nooit tegen de ander — hooguit zoeken we zoveel mogelijk aansluiting, verspreid over een zo groot mogelijk raakvlak.
De connectie met qigong
De hierboven beschreven vaardigheid in lichaamsconstructie verwerven duurt enige tijd. Binnen diezelfde tijd wordt tevens geoefend in de eerder genoemde ‘lijnen en velden’-gewaarwording die qigong ons leert.
Door de combinatie van deze oefenmethodes ontstaat gevoeligheid voor voelbaarheden in de gewrichten, met name de schouders, ellenbogen, de romp ter hoogte van het diafragma en de liezen. Door te zoeken naar het opheffen van deze voelbaarheden ‑en de gewrichten dus voortdurend ‘open’ te houden- geven we ruimte aan het gewaarworden van de chongmai.
De chongmai is één van de Acht Extra Meridianen. Ze loopt, globaal gesproken, verticaal door het lichaam en is de enige meridiaan die rechtstreeks communiceert met het dantian — de ‘frequentie’ is net niet helemaal gelijk maar voldoende om te kunnen communiceren.
Deze chongmai heeft ‘uitlopers’ die door de ledematen lopen en die contact maken met de qi buiten het lichaam via de ‘vijf palmen’: de handpalmen, de voetzolen en de bovenkant van het hoofd.
Met name blokkades –‘voelbaarheden’- in de schouders en de liezen kunnen veroorzaken dat de uitlopers niet goed aansluiten op deze chongmai. De door training in qigong toegenomen gevoeligheid helpt nu bij het openhouden van dit ‘skeletsysteem’ (de chongmai plus uitlopers). Een voortdurende gewaarwording van het open zijn, en blijven, van dit skeletsysteem leidt tot het in stand houden van de hierboven beschreven lichaamsstructuur. Daar-naast consolideert het de veld-gewaarwording.
QI EN SPIRITUALITEIT
Algemeen
‘Spiritualiteit’ is een term die door New Age-denken is beïnvloed, en daarmee een New Age-eigen context heeft gekregen. Het Chinese denken daarentegen heeft een eigen context voor de connectie tussen spiritualiteit en qi.
Het uitgangspunt bij qi is de connectie Hemel–Mens–Aarde. Ook bij deze drie-eenheid kunnen we een onderscheid maken tussen een levelsysteem en een kwaliteitssysteem.
1. Levelsysteem
In het levelsysteem is er, ook hier weer, sprake van een verdichting van qi: de Hemelse qi, de meest etherische, dikt geleidelijk in tot het uiteindelijk materie is. De mens staat hierbij midden in de overgang tussen Hemel en Aarde en is een mengvorm van beide uitersten: het etherische van de Hemel dat leven geeft en het verdikte van de Aarde dat dit leven materieel tastbaar maakt.
2. Kwaliteitssysteem
Om het kwaliteitssysteem te begrijpen kunnen we het beste eerst kijken naar wat TCM (traditionele Chinese medicijnleer) eigenlijk beoogt: het gezond maken (of liever nog: houden) van de mens. Dit is een visie die de mens dus als zelfstandige eenheid beschouwt, los van Hemel en Aarde. Immers: er wordt uitgegaan van het gegeven dat er iets loos is met de qi in de mens, dat die ‘qi in de mens’ van die mens zelf is en dat die ‘qi in de mens’ en de mens samen één zelfstandige eenheid vormen.
In de Hemel-Mens-Aarde-visie wordt dit anders gezien: daarin is de mens een weliswaar beschadigde maar open ‘verbindingspijp’ waar doorheen de qi tussen Hemel en Aarde met elkaar kan communiceren:
Het verband met onze training
Deze twee visies zijn niet een ‘of-of’ maar bestaan naast elkaar; wij hebben de keuze welke van de twee wegen we willen volgen: als we de TCM-visie volgen richten we ons op het versterken van onze eigen qi en sluiten we onszelf in feite af voor de Hemel-Mens-Aarde-connectie: we doen als het ware een dekseltje op ons hoofd zodat er niets naar buiten kan.
Dit ‘dekseltje op ons hoofd’ bestaat uit het sluiten van de vijf palmen, te weten het hoofd, de handpalmen en de voetzolen. Het hoofd sluiten we af met behulp van emoties zoals angst of woede — alles wat over ‘ik’ gaat; de handen sluiten we af door vuisten te maken; de voeten sluiten we af door in onze positie te ‘staan’ (in de zin van onszelf opwaarts duwen) in plaats van te ‘zitten’ (waarbij we rusten op ons skelet en een minimaal benodigde spieren). We zien dit bijvoorbeeld bij de agressieve krijgskunsten, waar een stootbeweging middels grote agressie vanuit de voet naar de vuist wordt geworpen en er veel boosheid in de handeling moet worden geprojecteerd.
Dit is een uitermate egocentrische, materiële richting om te volgen, gericht op bezit en macht in de wereld. Wie deze weg volgt is voortdurend bezig met zijn persoonlijke qi om gezond te blijven, om sterk te zijn, enzovoorts. Het genereren van een centrum-gewaarwording vraagt zware en intensieve training.
Hoewel de Hemel-Mens-Aarde-visie niet altruïstisch is vergt ze wel van de beoefenaar om zijn Zelf zoveel mogelijk op te geven en volledig open te gaan, zowel fysiek als mentaal. Dit bestaat uit het genereren van een centrum in combinatie met het openen van de vijf palmen. Het hoofd openen we met behulp van yi shou dantian-training, waardoor de voelbare ‘hoofd-spanning’ ‑het ‘deksel’- uit het hoofd verdwijnt; de handen openen we door geen vuisten te maken maar met open handen te werken; de voeten openen we door te ‘zinken’. Centrum-gewaarwording ontstaat bijna vanzelf doordat de vijf open palmen gelijkmatig communiceren met Hemel en Aarde en zo een middelpunt genereren:
Het voordeel van de materiële weg is afdwingbare kracht en macht; het nadeel ervan is dat je er hard voor moet werken, zowel om vaardigheid in deze weg te verwerven als om deze vaardigheid in stand te houden. Het is ook niet gegarandeerd goed voor je gezondheid omdat je veel druk opbouwt in een gesloten systeem; dit leidt mogelijk tot vroegtijdige slijtage, bijvoorbeeld in de bloedvaten.
Het voordeel van de weg van Hemel-Mens-Aarde is inzicht, sensitiviteit, gezondheid en ‘power’; de prijs die hiervoor betaald wordt is dat deze power niet naar eigen wil en voor eigen gewin inzetbaar is, omdat ‘ik wil’ een afsluitende handeling (een ‘dekseltje’) is.
Slotwoord
Door training in het bovenstaande verleggen we onze wijze van waarnemen van ‘fysiek’ naar ‘energetisch’: we voelen niet meer hoe de ander op onze arm drukt, maar hoe hij ons veld aan één kant indrukt. We zijn dan als een ballon die aan één kant wordt ingedrukt. De ‘vulling’ moet ergens blijven en verplaatst naar een andere zijde van de ballon; dit uit zich fysiek in het verplaatsen van de andere arm, of van een been. We zijn nooit, maar dan ook nooit, bezig met een actie ‘tegen de ander’; hooguit vullen we de vrije ruimte rondom zijn persoon. Vandaar dat er gezegd wordt “Tai Chi heeft geen vijand” en “vermijd de volte, vul de leegte”.
Tai Chi gaat zodoende niet over ‘praktische vaardigheidstraining’ ‑het kennen van gevechtshandelingen- (ook al is vaardigheid daarin wel een basisvoorwaarde natuurlijk) maar over een blind vertrouwen op het werken vanuit deze gevoelsgewaarwording. De gevechtstraining gaat niet over beter kunnen vechten maar over het versterken van ons vertrouwen in deze manier van waarnemen en werken.
Elke interne stijl werkt op de hierboven beschreven manier; als er niet zo gewerkt wordt biedt de stijl misschien wel de mogelijkheid om intern te worden maar is de beoefenaar niet intern.
Dit is de kern van de School van de Kraanvogel.
