de School van de Kraanvogel

Les

Iemand vroeg mij of het klopte dat ik geen les meer gaf. Ik vroeg niet hoe hij daar­bij kwam maar antwo­ordde dat dat de ver­keerde vraag was, en kreeg een ver­baas­de blik terug.
 
“Hoe­zo, wat is dan de juiste vraag?”
 
“Niet of ik les wil geven, maar of er nog mensen zijn die les willen kri­j­gen”.
 
Dat antwo­ord begreep hij niet en hij vroeg wat ik bedoelde; immers, er waren Tai Chi- en Wushu-scholen genoeg en alle­maal had­den ze een behoor­lijk aan­tal leer­lin­gen. Waarom had ik die niet dan?
“Om te begin­nen” antwo­ordde ik “help ik als ik helpen kan, immers: ‘faciliteren’ is het kern­wo­ord van mijn school. Dus ja, af en toe, als daar vraag naar is, doe ik wat bijeenkom­sten om mensen te helpen gezond te bli­jven.
 
Echt struc­tureel les geven aan groepen? Nee, dat doe ik niet meer. Ik ben oud­er gewor­den en de moti­vatie om les te geven is, met het verd­wi­j­nen van mijn drang naar erken­ning, mee-verd­we­nen en ik geef alleen nog les als ik echt les kan geven.
Maar ik word niet meer gevon­den door mensen die net zo gek zijn als ik ooit was — die alles opz­ij zetten om de kun­st te leren. Of die mensen nog bestaan weet ik niet; nu valt op dat de mensen van nu ‑oud én jong- alti­jd voor­waar­den stellen, ze hebben alti­jd andere din­gen die ze ook nog willen doen met hun lev­en, er zijn smoes­jes om zich niet in te zetten, waar­van de erg­ste: ‘ja maar ik heb ook nog een lev­en’. Zo kun je niet trainen. Bij het leren van een kun­st als deze is het immers niet de vraag of je van­daag oefent, maar of je dat over vijf­tien jaar óók nog doet — het leren van een kun­st is je lev­en.

Wil je ook nog andere din­gen doen? Let wel, wat mij betre­ft is het pri­ma, ga vooral dat lev­en lev­en — vraag alleen geen inzet van mij voor jou als jij die zelf niet aan jezelf geeft: mijn lev­en is kort en ik heb geen tijd voor jouw amuse­ment. Ik ben er niet om jou te trainen, ik ben er om invulling te geven aan de train­ing die jij uit en voor jezelf doet. Als een ander jou moet motiv­eren zit er iets ver­keerd in jouw keuze.

Zo is de Weg.

Ver­di­en ik dan geen geld met mijn skills? Word ik dan niet bek­end en beroemd? Pri­ma, ik ben een kri­jgskun­ste­naar, geen koop­man. Ik pri­js mezelf gelukkig met die paar leer­lin­gen die ik heb en die niet voor mij komen maar voor hoe zij, dankz­ij hun eigen inzet en toewi­jd­ing, zichzelf, via mij, kun­nen verdiepen in de kun­st.
Dat is genoeg voor mij; dat is ‘de School van de Kraan­vo­gel’”.

Scroll naar boven