De eigenwijze leerling
Omdat ik er gewoon altijd was ‑geen vakantiesmoesjes, andere dingen te doen, “er is nog meer in het leven”- schakelden mijn leraren mij vaak in als er een partner nodig was voor een andere leerling.
Op een gegeven moment merkte ik dat mijn leraar steeds bozer werd over het gedrag van de partner waar ik mee moest komen trainen, dus ik vroeg hem waarom hij dat dan niet gewoon zei tegen die leerling. “Nee” zei hij, “dat mag ik niet doen want dan gaat hij zich daarnaar gedragen en dan kan ik niet meer zien wie hij echt is.
Hij moet er zelf achter komen en zich verbeteren en anders krijgt hij gewoon alleen de buitenkant”.
Mijn ander leraar deed dit anders. Hij had specifieke instructies gegeven aan een leerling over hoe die bepaalde ademhalingsoefeningen moest doen die bedoeld waren voor onze IJzeren Vest-training, en één van de kenmerken in de opbouw was de geleidelijkheid. De nadruk lag op voorzichtig zijn en er werden uitvoerige beschrijvingen gegeven van wat de risico’s waren bij het niet opvolgen hiervan — o.a. het risico op hersenbloedingen en rugklachten.
Op een gegeven moment kwam deze leerling binnen, ging op de grond liggen voor deze training, liet zijn zoon van 12 (de zoon van die leerling trainde met zijn vader mee) op zijn buik zitten en drukte hem omhoog. “Kijk” zei hij, “goed al he?”
Mijn leraar zei niks.
Zoals gebruikelijk bleef ik na en ik vroeg mijn leraar waarom hij niks gezegd had over deze verkeerde manier van trainen. “Waarom zou ik dat doen? Hij luistert niet. respecteert mijn lessen niet en denkt dat hij het beter weet. Als hij zelf wil denken moet hij vooral dat doen: zelf denken, en er dan ook zelf de gevolgen van dragen. Hij verandert zelf, of niet”.
Na een paar weken belde de leerling af — hij had een zware hernia opgelopen en mocht van de arts niet meer trainen.
Beide leraren hadden regelmatig te maken met leerlingen die ‘verzamelden’ (zoals zij dat noemden): hier een workshopje, daar een cursusje, drie jaar hier en twee jaar daar, nooit ergens structureel ‘doorgeschoold’, uiteindelijk denken dat ze al heel veel wisten, tegenspreken omdat ze het ergens anders anders hadden geleerd (was dan daar gebleven) en dan denken dat ze ook bij deze leraar even wat konden ‘kopen’. Dat kon want geld is niet vies, maar dan kregen ze ook precies wat ze vroegen en niet meer dan dat: ze werden, zoals één van mijn leraren dat beschreef, ‘sociale dienst’.
Je kunt nu natuurlijk zeggen dat een dergelijke houding niet meer van deze tijd (of van ‘onze moderne Westerse cultuur’) is. Mijn antwoord: zaken als respect, inzet en trouw aan die inzet over een langere tijd zijn van álle tijden; er zijn nu eenmaal geen “I know Kung Fu”-shortcuts.
