de School van de Kraanvogel

training

Filosofie, Instructie, onderwijs, Principes, Tai Chi, training, vormen

Evolutie

Op mijn web­site vind je mijn uit­spraak, mot­to zelfs miss­chien: “Natúúr­lijk kopieer je in het begin de beweg­in­gen van je ler­aar. Maar jij hebt een ander lichaam, een ander tem­pera­ment, een andere moto­riek, dus vanaf het punt dat je de Tai Chi-principes begint te begri­jpen heb je ook een andere Tai Chi-manier van bewe­gen. Als jij lat­er nog steeds het­zelfde beweegt als ik dan heb ik iets ver­keerd gedaan als ler­aar.”

Betekent dat dat ik je laat doen wat jij wil? Nee, inte­gen­deel. Ik leg jou een keuze voor en laat je zelf onder­zoeken wat je wil met de Tai Chi die je denkt te komen leren.

In de biolo­gie bestaan twee mooie begrip­pen. Bij con­ver­gente evo­lu­tie ontwikke­len soorten met een ver­schil­lende afkomst dezelfde oploss­ing, omdat ze voor het­zelfde prob­leem staan. De vooroud­ers van vogels en vleer­muizen kon­den geen van bei­de vliegen maar alle­bei ontwikkelden ze, los van elka­ar, vleugels: het­zelfde prob­leem lei­dt, blijk­baar, tot dezelfde oploss­ing.

Bij diver­gente evo­lu­tie is het omge­keerd. De arm van een mens, de vin van een walvis en de vleugel van een vleer­muis hebben dezelfde bot­ten, want ze stam­men af van dezelfde vooroud­er. Toch is elk, door een ver­schil­lend gebruik, anders gevor­md: bij mensen wer­den (of bleven) het armen om mee te gri­jpen, bij walvis­sen vin­nen om mee te zwem­men en bij vleer­muizen wer­den die ‘armen’ vleugels.

Bei­de begrip­pen helpen om jouw keuze voor Tai Chi als interne kri­jgskun­st te begri­jpen.

Neem iemand die van – bijvoor­beeld – karate komt en zet die naast iemand met een judo-achter­grond en iemand die uit de dans komt. Als alle drie oprecht zoeken naar een manier om hun kun­st uit te voeren vol­gens interne principes, kri­jg je in het begin een raar soort karate, merk­waardig judo en heel aparte dans. Maar naar­mate hun interne vaardigheid groeit komen ze op een splits­ing waar ze moeten kiezen: willen ze ‘hun sti­jl beoe­fe­nen en daar­naast intern zijn’ óf willen ze ‘hun sti­jl intern uitvo­eren’? Van som­mige karate­meesters kun je zien –je kunt het als het ware door de video heen vóe­len– dat ze over enorme interne vaardigheid beschikken, maar de uitvo­er­ing van hun karate-tech­nieken is niet intern.

Ook bij veel Tai Chi-meesters van naam voel je dat ze intern getraind zijn, ter­wi­jl de uitvo­er­ing en toepass­ing van hun Tai Chi-tech­nieken zek­er niet intern is.

Waar zie je aan dat hun sti­jluitvo­er­ing hun interne vaardigheid niet toe­laat? En, omge­keerd, waar zie je het aan wan­neer een beoe­fe­naar wél op deze weg zit?

Het antwo­ord op bei­de vra­gen is het­zelfde. Om interne vaardigheid toe te lat­en in hun ‘spel’ moeten ze hun beweg­in­gen en hun manier van bewe­gen daar meer en meer naar­toe aan­passen, zodat ze tij­dens het bewe­gen intern kun­nen bli­jven. Je ziet het dus aan of hun beweg­in­gen veran­deren. De mech­a­nisch-fysieke principes daar­voor zijn sti­jl­neu­traal, en als ze de invloed daar­van toe­lat­en op de uitvo­er­ing van hun han­delin­gen kan het niet anders of ze groeien meer en meer naar elka­ar toe. Uit­er­aard zul je alti­jd zien dat de één een andere achter­grond had dan de ander (een vleer­muis is geen vogel), maar je herkent zek­er ook dat ze inmid­dels het­zelfde doen.

Dat is con­ver­gen­tie.

Een voor­beeld van fysieke principes die gevol­gd moeten wor­den om ‘het interne’ toe te lat­en.
Uit mijn boek ‘De Principes van Tai Chi’.

Neem daar­ente­gen twee leer­lin­gen die dezelfde oude tek­sten lezen en dezelfde ler­aar vol­gen: ze komen uit dezelfde bron. Wie van dansen houdt, groeit vooral naar vloeiend­heid en sier­lijke houdin­gen; wie van vecht­en houdt op de manier zoals bok­sen of karate dat doen, groeit vooral naar krachtige toepassin­gen, ‘pow­er’ en snel­heid.

Door de sterke nadruk op exact het­zelfde bewe­gen als de ler­aar lijkt het alsof bei­den in dezelfde vorm en vaardigheid getrech­terd wor­den: het ‘skelet’ is immers het­zelfde. Toch past de uitvo­er­ing zich aan de eigen wensen aan waar­door je uitein­delijk twee totaal ver­schil­lende inter­pre­taties kri­jgt, alle­bei weg van de bron: de een heeft de Tai Chi-beweg­in­gen vloeien­der gemaakt, richt­ing dans, de ander heeft van karateachtige toepassin­gen een Tai Chi-achtig vecht­spel gemaakt. Na een aan­tal gen­er­aties leer­lin­gen bin­nen bei­de richtin­gen is niet meer te herken­nen dat ze ooit bij dezelfde bron begonnen.

Dat is diver­gen­tie. Dat heeft natu­urlijk zijn eigen waarde, daar hoor je me niet over; maar Tai Chi is het niet.

Het ver­schil zit dus niet in de sti­jl waarmee je begint, maar in hoe je met je eigen zoek­tocht omgaat. Dat is de keuze die ik je voor­leg: beperk je je groei bin­nen de gren­zen van je eigen wensen uit je verleden, of groei je mee met wat je ontwik­kel­ing je biedt?

Instructie, Kung Fu-cultuur, Tai Chi, Tit Khun, training

De eigenwijze leerling

Omdat ik er gewoon alti­jd was ‑geen vakanties­moes­jes, andere din­gen te doen, “er is nog meer in het lev­en”- schakelden mijn ler­aren mij vaak in als er een part­ner nodig was voor een andere leer­ling.

Op een gegeven moment merk­te ik dat mijn ler­aar steeds boz­er werd over het gedrag van de part­ner waar ik mee moest komen trainen, dus ik vroeg hem waarom hij dat dan niet gewoon zei tegen die leer­ling. “Nee” zei hij, “dat mag ik niet doen want dan gaat hij zich daar­naar gedra­gen en dan kan ik niet meer zien wie hij echt is. 

Hij moet er zelf achter komen en zich ver­beteren en anders kri­jgt hij gewoon alleen de buitenkant”.

Mijn ander ler­aar deed dit anders. Hij had spec­i­fieke instruc­ties gegeven aan een leer­ling over hoe die bepaalde ademhal­ing­soe­fenin­gen moest doen die bedoeld waren voor onze IJz­eren Vest-train­ing, en één van de ken­merken in de opbouw was de gelei­delijkheid. De nadruk lag op voorzichtig zijn en er wer­den uitvo­erige beschri­jvin­gen gegeven van wat de risico’s waren bij het niet opvol­gen hier­van — o.a. het risi­co op hersen­bloedin­gen en rugk­lacht­en.
Op een gegeven moment kwam deze leer­ling bin­nen, ging op de grond liggen voor deze train­ing, liet zijn zoon van 12 (de zoon van die leer­ling trainde met zijn vad­er mee) op zijn buik zit­ten en druk­te hem omhoog. “Kijk” zei hij, “goed al he?”
Mijn ler­aar zei niks.

Zoals gebruike­lijk bleef ik na en ik vroeg mijn ler­aar waarom hij niks gezegd had over deze ver­keerde manier van trainen. “Waarom zou ik dat doen? Hij luis­tert niet. respecteert mijn lessen niet en denkt dat hij het beter weet. Als hij zelf wil denken moet hij vooral dat doen: zelf denken, en er dan ook zelf de gevol­gen van dra­gen. Hij veran­dert zelf, of niet”.
Na een paar weken belde de leer­ling af — hij had een zware her­nia opgelopen en mocht van de arts niet meer trainen.

Bei­de ler­aren had­den regel­matig te mak­en met leer­lin­gen die ‘verza­melden’ (zoals zij dat noem­den): hier een work­shop­je, daar een cur­sus­je, drie jaar hier en twee jaar daar, nooit ergens struc­tureel ‘doorgeschoold’, uitein­delijk denken dat ze al heel veel wis­ten, tegen­spreken omdat ze het ergens anders anders had­den geleerd (was dan daar gebleven) en dan denken dat ze ook bij deze ler­aar even wat kon­den ‘kopen’. Dat kon want geld is niet vies, maar dan kre­gen ze ook pre­cies wat ze vroe­gen en niet meer dan dat: ze wer­den, zoals één van mijn ler­aren dat beschreef, ‘sociale dienst’.

 

Je kunt nu natu­urlijk zeggen dat een dergelijke houd­ing niet meer van deze tijd (of van ‘onze mod­erne West­erse cul­tu­ur’) is. Mijn antwo­ord: zak­en als respect, inzet en trouw aan die inzet over een lan­gere tijd zijn van álle tij­den; er zijn nu een­maal geen “I know Kung Fu”-shortcuts.

Nawo­ord: 
Naar aan­lei­d­ing van deze post kreeg ik van ver­schil­lende kan­ten de vraag hoe ik dit zelf doe. Mijn antwo­ord: het resul­taat van wat ik doe is het­zelfde, de moti­vatie daar­ente­gen ver­schilt.

Als een leer­ling zich niet gedraagt ‘zoals het hoort’ laat ik dat meestal toe. De uit­zon­der­ing daarop is gedrag naar andere leer­lin­gen maar verder ‑als het gaat om gedrag naar mij of ten aanzien van zijn of haar eigen train­ing- zeg ik daar heel zelden iets van. Dus in die zin doe ik het­zelfde als mijn ler­aren.

De reden waaróm, mijn moti­vatie dus, is echter totaal ver­schil­lend. Mijn uit­gangspunt is namelijk anders: ik moet een leer­ling niet in mijn strakke regime willen inpassen want die leer­ling leeft een ander lev­en, bin­nen andere omstandighe­den en hij of zij leeft naar een andere tijd toe (ik ben meestal een stuk oud­er dan die leer­ling) dan waar ik uit weg kom. En dat maakt dat ik het zelf niet zie als ‘ongepast gedrag’ en meer als ‘ik vind het niet leuk maar miss­chien heeft die leer­ling wel gelijk’.

Boekbespreking, Chinese termen, Filosofie, Instructie, Kung Fu-cultuur, onderwijs, training

Boekbespreking — The Sword Polisher’s Record

Ik heb een kast vol boeken; uit som­mige heb ik geleerd hoe het wél moet, uit andere hoe het liev­er anders moet; som­mige boeken waren des­ti­jds leerza­am ter­wi­jl ik er nu van denk ‘waarom heb ik dat ooit gelezen’, andere boeken gaan tot op de dag van van­daag ver boven mijn begripsver­mo­gen uit; maar uit elk boek heb ik in de loop der jaren iets kun­nen meepikken waar­door zow­el mijn inzicht­en als mijn vaardighe­den kon­den groeien. In deze blog-serie deel ik ze graag met jul­lie.

The Sword Polisher’s Record — The Way of Kung-Fu
Auteur: Adam Hsu
Uit­gev­er­ij: Tut­tle Pub­lish­ing (1998)

Het is alweer 25 jaar gele­den dat mijn school was onderverdeeld in een buiten- en een bin­nen­school. De buiten­school was een Tai Chi-school zoals alle andere; er werd niet in min­der onder­w­er­pen les­gegeven maar de insteek was ‘mensen helpen’ zoals dat Tai Chi-eigen is — een beet­je oefe­nen voor de gezond­heid; daar­door was de sfeer van deze buiten­school gemoedelijk en vrien­delijk, je gaf hier en daar ‑als er om gevraagd werd- adviezen over gezond­hei­ds-gere­la­teerde vra­gen; dat soort din­gen.

Er waren echter ook mensen die meer wilden of uit zichzelf een grotere inzet had­den. Zodra dat mij opviel keek ik het nog een tijd­je aan en daar­na nodigde ik ze uit voor mijn bin­nen­school.

Die bin­nen­school was anders qua opzet en doel; mensen wer­den opgeleid om uitein­delijk zelf les te gaan geven en moesten dus meer kun­nen, en meer weten, dan hun toekom­stige leer­lin­gen. Zoals gezegd werd er wel in dezelfde onder­w­er­pen getraind maar veel inten­siev­er: meerdere sessies per week van elk drie uur waar­bij je aan­wezigheid werd verwacht, geen aardi­ge woor­den maar eisen aan inzet. Ik was niet aardig of vrien­delijk, had zo mijn eisen en mijn nukken, en heb regel­matig ook mensen weer uit de groep gezet als ik het niet eens was met hun inzet of ‘Kung Fu-manieren’.

Die Kung Fu-manieren ‑de Kung Fu-cul­tu­ur zo je wil- wer­den niet uit­gelegd en dat had een reden. Zo had ik, toen ik zelf nog in train­ing was, ooit een gesprek met één van mijn eigen meesters over mijn toen­ma­lige spar­ring­part­ner waar mijn ler­aar ontevre­den over was.
Ik vroeg toen aan hem waarom hij dat niet, zoals ik vanu­it Ned­er­landse vergelijk­bare sit­u­aties gewend was, bespreek­baar maak­te met die leer­ling — een moti­vatie- of gedrags­ge­sprek of, zoals een andere ler­aar het ooit ver­wo­ordde: een ‘handje-boven-het-hoofd-houden’-gesprek. Hij keek mij ontsteld aan en zei “nee, dat mag ik niet doen! Als ik dat ga doen gaat hij straks goed gedrag spélen en dan kan ik niet meer zien wie hij werke­lijk is!”

Uit­er­aard was ik mijn ler­aar niet en mijn leer­lin­gen waren voor een deel Ned­er­lan­ders, geen mensen met een achter­grond in Azi­atis­che cul­tu­ur. Daar­door vond ik dat ik hier toch wat anders mee om moest gaan; niet té anders, dat niet, dus gedrag of inzet-prob­le­men bespreek­baar mak­en heb ik nooit gedaan; maar ik vond dat ik mijn leer­lin­gen wel een hand­vat moest geven om de Kung Fu-cul­tu­ur op te pikken.  

Nou schreef ik voor de bin­nen­school regel­matig artikelt­jes; soms over tech­nis­che zak­en natu­urlijk (een aan­tal daar­van is lat­er tot boek uit­gew­erkt), soms over geschiede­nis, soms anek­dotes uit onze geschiede­nis.
Daar­naast had ik een leesli­jst voor de leer­lin­gen van de bin­nen­school samengesteld, en dit was een mooie mogelijkheid om dat hand­vat aan te reiken.

Er was namelijk een boek dat hier ideaal voor was: The Sword Polisher’s Record — The Way of Kung-Fu van Adam Hsu.

Ik kende deze meester al van zijn columns en artike­len in de diverse Amerikaanse vecht­sport-tijd­schriften die ik las (Black Belt Mag­a­zine, Inside Kung Fu) waarin hij vaak uit­leg gaf over de Kung Fu-cul­tu­ur. 

De The Sword Polisher’s Record leest makke­lijk en is vlot geschreven. Dat komt o.a. door­dat Hsu het boek heeft onderverdeeld in een aan­tal thema’s met, per the­ma, een aan­tal korte artike­len. De thema’s die hij behan­delt zijn

  • Knock­ing on the Kung-fu Door
  • The Foun­da­tion of Kung-fu
  • Myth and Real­i­ty of Kung-fu Styles
  • The role of Forms in Kung-fu
  • Mind and Body Train­ing
  • Usage: The Soul of Kung-fu
  • Mas­ters and Stu­dents
  • Kung-fu Today and Tomor­row

Het is een boek dat nog steeds, bij­na der­tig jaar na dato, inter­es­sante en nog steeds valide onder­w­er­pen beschri­jft; en één van die onder­w­er­pen ‑en daarmee de reden dat ik het op de boeken­li­jst heb gezet- was het the­ma ‘Mas­ters and Stu­dents’ waarin Hsu ’the prop­er Kung-fu atti­tude’ beschri­jft.

Zoals je ziet aan het lijst­je thema’s gaat het boek over meer dan alleen dat; de vraag over (zijn visie op) de zin van vorm­train­ing komt aan bod bijvoor­beeld en veel meer inter­es­sante Kung Fu-gesprek­son­der­w­er­pen.

Het is wat dit boek zijn waarde geeft — niet alleen voor de zoek­ende leer­ling (er staat zoals gezegd veel inter­es­sante, meer algemene, Kung Fu-infor­matie in) maar ook voor de ler­aar die net iets meer achter­grond zoekt.

Van harte aan­bev­olen.

* Er wordt com­missie ver­di­end via de inges­loten links naar Amazon.nl in het boven­staande artikel.

Scroll naar boven