de School van de Kraanvogel

Chinese termen

Boekbespreking, Chinese termen, Filosofie, Instructie, Kung Fu-cultuur, onderwijs, training

Boekbespreking — The Sword Polisher’s Record

Ik heb een kast vol boeken; uit som­mige heb ik geleerd hoe het wél moet, uit andere hoe het liev­er anders moet; som­mige boeken waren des­ti­jds leerza­am ter­wi­jl ik er nu van denk ‘waarom heb ik dat ooit gelezen’, andere boeken gaan tot op de dag van van­daag ver boven mijn begripsver­mo­gen uit; maar uit elk boek heb ik in de loop der jaren iets kun­nen meepikken waar­door zow­el mijn inzicht­en als mijn vaardighe­den kon­den groeien. In deze blog-serie deel ik ze graag met jul­lie.

The Sword Polisher’s Record — The Way of Kung-Fu
Auteur: Adam Hsu
Uit­gev­er­ij: Tut­tle Pub­lish­ing (1998)

Het is alweer 25 jaar gele­den dat mijn school was onderverdeeld in een buiten- en een bin­nen­school. De buiten­school was een Tai Chi-school zoals alle andere; er werd niet in min­der onder­w­er­pen les­gegeven maar de insteek was ‘mensen helpen’ zoals dat Tai Chi-eigen is — een beet­je oefe­nen voor de gezond­heid; daar­door was de sfeer van deze buiten­school gemoedelijk en vrien­delijk, je gaf hier en daar ‑als er om gevraagd werd- adviezen over gezond­hei­ds-gere­la­teerde vra­gen; dat soort din­gen.

Er waren echter ook mensen die meer wilden of uit zichzelf een grotere inzet had­den. Zodra dat mij opviel keek ik het nog een tijd­je aan en daar­na nodigde ik ze uit voor mijn bin­nen­school.

Die bin­nen­school was anders qua opzet en doel; mensen wer­den opgeleid om uitein­delijk zelf les te gaan geven en moesten dus meer kun­nen, en meer weten, dan hun toekom­stige leer­lin­gen. Zoals gezegd werd er wel in dezelfde onder­w­er­pen getraind maar veel inten­siev­er: meerdere sessies per week van elk drie uur waar­bij je aan­wezigheid werd verwacht, geen aardi­ge woor­den maar eisen aan inzet. Ik was niet aardig of vrien­delijk, had zo mijn eisen en mijn nukken, en heb regel­matig ook mensen weer uit de groep gezet als ik het niet eens was met hun inzet of ‘Kung Fu-manieren’.

Die Kung Fu-manieren ‑de Kung Fu-cul­tu­ur zo je wil- wer­den niet uit­gelegd en dat had een reden. Zo had ik, toen ik zelf nog in train­ing was, ooit een gesprek met één van mijn eigen meesters over mijn toen­ma­lige spar­ring­part­ner waar mijn ler­aar ontevre­den over was.
Ik vroeg toen aan hem waarom hij dat niet, zoals ik vanu­it Ned­er­landse vergelijk­bare sit­u­aties gewend was, bespreek­baar maak­te met die leer­ling — een moti­vatie- of gedrags­ge­sprek of, zoals een andere ler­aar het ooit ver­wo­ordde: een ‘handje-boven-het-hoofd-houden’-gesprek. Hij keek mij ontsteld aan en zei “nee, dat mag ik niet doen! Als ik dat ga doen gaat hij straks goed gedrag spélen en dan kan ik niet meer zien wie hij werke­lijk is!”

Uit­er­aard was ik mijn ler­aar niet en mijn leer­lin­gen waren voor een deel Ned­er­lan­ders, geen mensen met een achter­grond in Azi­atis­che cul­tu­ur. Daar­door vond ik dat ik hier toch wat anders mee om moest gaan; niet té anders, dat niet, dus gedrag of inzet-prob­le­men bespreek­baar mak­en heb ik nooit gedaan; maar ik vond dat ik mijn leer­lin­gen wel een hand­vat moest geven om de Kung Fu-cul­tu­ur op te pikken.  

Nou schreef ik voor de bin­nen­school regel­matig artikelt­jes; soms over tech­nis­che zak­en natu­urlijk (een aan­tal daar­van is lat­er tot boek uit­gew­erkt), soms over geschiede­nis, soms anek­dotes uit onze geschiede­nis.
Daar­naast had ik een leesli­jst voor de leer­lin­gen van de bin­nen­school samengesteld, en dit was een mooie mogelijkheid om dat hand­vat aan te reiken.

Er was namelijk een boek dat hier ideaal voor was: The Sword Polisher’s Record — The Way of Kung-Fu van Adam Hsu.

Ik kende deze meester al van zijn columns en artike­len in de diverse Amerikaanse vecht­sport-tijd­schriften die ik las (Black Belt Mag­a­zine, Inside Kung Fu) waarin hij vaak uit­leg gaf over de Kung Fu-cul­tu­ur. 

De The Sword Polisher’s Record leest makke­lijk en is vlot geschreven. Dat komt o.a. door­dat Hsu het boek heeft onderverdeeld in een aan­tal thema’s met, per the­ma, een aan­tal korte artike­len. De thema’s die hij behan­delt zijn

  • Knock­ing on the Kung-fu Door
  • The Foun­da­tion of Kung-fu
  • Myth and Real­i­ty of Kung-fu Styles
  • The role of Forms in Kung-fu
  • Mind and Body Train­ing
  • Usage: The Soul of Kung-fu
  • Mas­ters and Stu­dents
  • Kung-fu Today and Tomor­row

Het is een boek dat nog steeds, bij­na der­tig jaar na dato, inter­es­sante en nog steeds valide onder­w­er­pen beschri­jft; en één van die onder­w­er­pen ‑en daarmee de reden dat ik het op de boeken­li­jst heb gezet- was het the­ma ‘Mas­ters and Stu­dents’ waarin Hsu ’the prop­er Kung-fu atti­tude’ beschri­jft.

Zoals je ziet aan het lijst­je thema’s gaat het boek over meer dan alleen dat; de vraag over (zijn visie op) de zin van vorm­train­ing komt aan bod bijvoor­beeld en veel meer inter­es­sante Kung Fu-gesprek­son­der­w­er­pen.

Het is wat dit boek zijn waarde geeft — niet alleen voor de zoek­ende leer­ling (er staat zoals gezegd veel inter­es­sante, meer algemene, Kung Fu-infor­matie in) maar ook voor de ler­aar die net iets meer achter­grond zoekt.

Van harte aan­bev­olen.

* Er wordt com­missie ver­di­end via de inges­loten links naar Amazon.nl in het boven­staande artikel.

Chinese termen, editorial, Instructie, kracht, Neidan, Principes, Qigong, Tai Chi, training

Over xu ling ding jin 虛領頂勁

De uit­drukking 虛領頂勁 ‘xu ling ding jin’ wordt in Tai Chi-tek­sten soms geschreven als 虛靈頂勁. Let op het ver­schil in karak­ter voor ‘ling’ (ling 領 en ling 靈). De eerste manier van schri­jven betekent zoi­ets als “lege nek, kruin/bovenkant van het hoofd-jin”, ter­wi­jl de laat­ste ver­taald kan wor­den als “lege, beweeglijke kru­in-jin”. Bei­de ver­talin­gen lijken weinig beteke­nis te hebben, dus wat wordt er nu pre­cies mee bedoeld?

 

De uit­drukking 虛領頂勁 ‘xu ling ding jin’ wordt in Tai Chi-tek­sten soms geschreven als 虛靈頂勁. Let op het ver­schil in karak­ter voor ‘ling’ (ling 領 en ling 靈). De eerste manier van schri­jven betekent zoi­ets als “lege nek, kruin/bovenkant van het hoofd-jin”, ter­wi­jl de laat­ste ver­taald kan wor­den als “lege, beweeglijke kru­in-jin”. Bei­de ver­talin­gen lijken weinig beteke­nis te hebben, dus wat wordt er nu pre­cies mee bedoeld?

Bren­nan[1] geeft voor bei­de manieren van schri­jven dezelfde ‘ver­tal­ing’: “druk de kru­in lichtjes/krachteloos omhoog”. Ik ben het niet eens met deze ver­tal­ing.

Lat­en we de uit­drukking eens ontle­den.

虛 ‘xu’ betekent ‘leeg’, ‘insub­stantieel’. In de con­text van Tai Chi wordt het vaak gebruikt als con­trast met 實 ‘shi’, ‘vol’, ‘sub­stantieel’.

領/靈, de eerste ‘ling’, betekent ‘nek’, ‘kraag’, ‘lei­den’. De tweede ‘ling’ betekent ‘lev­endig’, ‘behendig’, ‘flex­i­bel’, en ver­wi­jst naar de men­tale ‑niet de fysieke- inter­pre­tatie van deze woor­den.

頂 ‘ding’ betekent ‘bovenkant’ of, in de con­text van anatomie, ‘hoofd­top’ of ‘de kru­in van het hoofd’.

勁 ‘jin’ is het spe­ciale ‑en onver­taal­bare- type kracht dat Tai Chi probeert te gebruiken.

De tekst van Chen Yan­lin gebruikt voor­namelijk 領 in plaats van 靈 dat slechts één keer voorkomt, dus lat­en we ons con­cen­tr­eren op 虛領頂勁. Brennan’s ver­tal­ing, “licht/krachteloos de kru­in omhoog drukkend”, mist de bedoel­ing van dit gezegde, sim­pel­weg omdat het de han­del­ing van omhoog drukken sug­gereert. Mijn eigen ver­tal­ing, ‘de jin van leegte die naar de top lei­dt’, is niet alleen let­ter­lijk­er maar legt ook pre­cies uit waar het om gaat.

Nu ben ik natu­urlijk op de hoogte van de verk­larin­gen die wor­den gegeven door Chi­nese meesters als Zheng Man­qing (Cheng Man-ch’ing), die zegt:

按頂頭懸者。 譬如有辮子時。

將其辮子系於樑上。體亦懸空離地。

此時使之全身旋轉則可。若單使頭部俯仰。

及左右擺動。則不可得也。

‘Hangende kroon’: dit is alsof iemand een vlecht heeft die aan een balk boven zijn hoofd is vast­ge­bon­den. Het lichaam hangt dan ook boven de aarde. In deze sit­u­atie kan het lichaam draaien, maar het hoofd kan niet buigen (naar boven kijken) en kan niet van links naar rechts bewe­gen”.

虛靈頂勁。

及頂頭懸之意。亦若此而已。

Xu ling ding jin is pre­cies het­zelfde als de yi van de opge­hangen hoofd­top (hangende kroon)[2].

Naar bene­den hangen aan een balk geeft een totaal andere sen­satie dan omhoog drukken; dat is één van de rede­nen waarom ik Brennan’s inter­pre­tatie afwi­js. De andere reden is, nou ja, omdat zijn idee van wat ermee bedoeld wordt gewoon­weg ver­keerd is.

Een fun­da­menteel con­cept in mijn Tai Chi-school is de beoe­fen­ing van 意守丹田 ‘yi shou dant­ian’, ‘de yi bewaakt de dant­ian’ of ‘de yi wordt bewaakt in het dant­ian’ (het betekent dit alle­bei tegelijk). Het leert de leer­ling om de fysieke sen­satie van het denken, namelijk de druk van de herse­nen, naar de buik te lat­en zakken. Dit vereist een cor­recte, ver­ti­cale lichaamshoud­ing en resul­teert in (1) een andere manier van bewustz­i­jn, en (2) een fysieke sen­satie van lichtheid in het hoofd. Dit gevoel van lichtheid wordt gedeel­telijk bedoeld met 虛 ‘xu’, het andere deel van de beteke­nis is de voor­waarde voor het bereiken hier­van: de ver­ti­cale uitli­jn­ing.

Deze ver­ti­cale uitli­jn­ing is uiterst belan­grijk aangezien Tai Chi, wat de toepassin­gen betre­ft, kan wor­den beschreven als ‘een cirkel op een stok’. In de ‘Tai­ji­quan Jing’ van Wang Zongyue lezen we dit als 立如平準,活似車輪 ‘li ru ping zhun, huo si he lun’: ‘sta even­wichtig, beweeg als het wiel van een wagen’. Een even­wichtige houd­ing is een rech­top­staande, ver­ti­caal uit­geli­jnde houd­ing, zoals een stok. Het wiel van een wagen is als een cirkel.

Het beoe­fe­nen van yi shou dant­ian lei­dt dus niet alleen tot een lege geest (wat erg belan­grijk is tij­dens gevecht­en, omdat het ons bevri­jdt van onze emoties), maar het fysieke gevoel van ‘leegte die naar de top lei­dt’ dat ermee gepaard gaat, zorgt ook voor onze ver­ti­cale uitli­jn­ing. Dit maakt xu ling ding jin, de ‘leegte die naar de top geleidt’-jin, een uiterst belan­grijk Tai Chi-principe dat eigen­lijk niets te mak­en heeft met, en ver ver­wi­jderd is van, Brennan’s “druk de bovenkant van het hoofd ongedwongen/krachteloos omhoog”.

Belan­grijk voor kri­jgskun­st-beoe­fenaren om uit het boven­staande mee te nemen is dat je, door deze ver­ti­cale uitli­jn­ing die je opbouwt niet vanu­it denken maar vanu­it ‘voe­len’ (nl. de lichtheid in je hoofd) te com­bineren met relatief gevorderde qigong, je het gevoel kri­jgt alsof er een zuil ver­ti­caal door je lichaam loopt:

Als je nu je ‘cirkel op een stok’-structuur open zet (dus een ver­ti­cale posi­tie met je armen in een cirkel voor je lichaam) EN je bli­jft je naar bin­nen toe focussen (‘intern’ dus) op die ‘zuil’ dan resoneert elke con­tact op je armen (of elders op je lichaam) via je peng-vaardigheid op die zuil, en voel je de druk van de externe impact dus daar waar je focus ligt: niet op je armen-in-cirkelvorm maar op die interne zuil.

Die druk kan op drie pun­ten op de zuil komen, waar­bij je ervar­ing dat die zuil rond is essen­tieel is:

ad 1.: dit komt bij­na nooit voor vanu­it de ander, alleen waar je het zelf zo opzet; maar áls het vanu­it de ander voorkomt stu­itert die van je arm­cirkel af;

ad 2.: door ‘con­tact­punt is draaipunt’ te gebruiken kun je zo achter of voor­bij de inkomende krachtli­jn van de ander draaien;

ad 3.: als de inkomende druk ja aan het draaien zet gebruik je dat en draai je mee en miss­chien zelfs wel hele­maal naar de andere richt­ing.

1 is ‘op de plaats’ en je hebt hier een vaste en sterke posi­tie voor nodig, anders val je zelf om en stu­iter je jezelf weg op de impact; 2 en 3 lei­den, door­dat je werkt met ‘de benen hangen aan het dant­ian’ en de ‘knieën onder de ellebogen’-regel (in de principes van Yang Cheng­fu ver­wo­ord als ‘boven en onder vol­gen elka­ar’), tot razend­snelle en onverwachte ver­plaatsin­gen. Als je daar­bij inder­daad je armen con­stant in een cirkel houdt lei­dt die cirkel als vanzelf tot ‘tech­nieken’ omdat elke Tai Chi‑, Baguazhang- en Xingyi-posi­tie een vari­atie is van de kern-‘cirkel op een stok’-houding.

Omdat er tegen­wo­ordig niet meer gevocht­en wordt met Tai Chi zijn er aller­lei spir­ituele, totaal niet ter zake doende, verk­larin­gen gegeven voor xu ling ding jin, maar dit is de ware beteke­nis. Je inte­greert dit door niet zozeer de vorm te ‘lopen’ maar door deze actief te schaduw­bok­sen.

Pas nadat je goed gewor­den bent in deze benader­ing van xu ling ding jin heb je kans op een tweede reden voor, lees: voordeel van, deze jin: door­dat je voort­durend op die interne zuil gericht bent kri­jgt dat wat er om je heen gebeurt geen emo­tionele greep op je: de agressie van de ander maakt jou niet boos en kan je rust niet ver­storen.

Deze twee aspecten mak­en xu ling ding jin tot miss­chien wel de belan­grijk­ste jin van Tai Chi.

Baguazhang, Boekbespreking, Chinese termen, Filosofie, Instructie, Principes

Boekbespreking — ‘A Shadow on Fallen Blossoms’

Ik heb een kast vol boeken; uit som­mige heb ik geleerd hoe het wél moet, uit andere hoe het liev­er anders moet; som­mige boeken waren des­ti­jds leerza­am ter­wi­jl ik er nu van denk ‘waarom heb ik dat ooit gelezen’, andere boeken gaan tot op de dag van van­daag ver boven mijn begripsver­mo­gen uit; maar uit elk boek heb ik in de loop der jaren iets kun­nen meepikken waar­door zow­el mijn inzicht­en als mijn vaardighe­den kon­den groeien. In deze blog-serie deel ik ze graag met jul­lie.

A Shad­ow on Fall­en Blos­soms – The 36 and 48 Tra­di­tion­al Vers­es of Baguazhang
Auteur: Andrea Mary Falk
Uit­gev­er­ij: tgl books, Québec (2017)

Hoewel mijn school in de volksmond bek­end staat als ‘een Tai Chi-school’ klopt dat in feite niet: het is een school in interne kri­jgskun­st. Vecht­en heeft immers geen sti­jl — hoo­gu­it zijn er meth­od­es om spec­i­fieke vaardighe­den te ver­w­er­ven; en wat wij tegen­wo­ordig ‘een sti­jl’ noe­men is in feite niet meer dan een gefos­siliseerde over­drachtsmeth­ode. Daar­bij moet de leer­ling niet zozeer de vor­mgevin­gen leren maar wordt hij veron­der­steld zelf verder te zoeken: zo kan hij tot herken­ning te komen van de kern­principes die via die vor­mgevin­gen wor­den overge­dra­gen.

Dat betekent dat wij veel meer onder­wi­jzen dan ‘alleen maar’ Tai Chi; en omdat principes leren ken­nen maatwerk is loopt elke leer­ling ‑anders gebouwd, ander tem­pera­ment- naar buiten met een eigen sti­jlen- en oefenin­gen­pakket.

Eén van de sti­jlen c.q. instruc­tiemeth­od­es die, vanu­it die inval­shoek bezien, in mijn school alleen beperkt wor­den onder­wezen is Baguazhang. In de School van de Kraan­vo­gel is dat een inter­pre­tatie van Wudang Baguazhang van Fei Yin­tao, maar er zijn heel veel ver­schil­lende stro­min­gen.

Zo ver­schil­lend als die stro­min­gen ook mogen zijn (de ene stro­ming is beïn­vloed door shuai jiao, de andere door tan­tui, enzovoorts), de principes waar ze omheen gebouwd zijn bli­jven het­zelfde. Zodoende zijn de oude geschriften van Baguazhang voor elke vari­ant rel­e­vant maar ook voor elke interne sti­jlschool die door het con­cept ‘sti­jl’ heen heeft weten te prikken.

Een rev­o­lu­tion­air Chi­nees boek dat over Baguazhang pub­liceerde was geschreven door Yan Dehua in 1936, waar­bij het rev­o­lu­tion­aire daaraan (naar Chi­nese begrip­pen van die tijd) was dat hij niet zozeer de houdin­gen beschreef maar de toepassin­gen. Eerdere auteurs zoals de beroemde meester Sun Lutang beschreven alleen de posi­ties en, typ­isch voor Sun Lutang, een filosofis­che achter­grond.

Andrea Mary Falk ‑zelf een kundig Baguazhang-meester- heeft het boek van Yan Dehua ver­taald en in 2000 uit­gegeven onder de titel Yan Dehua s Bagua Appli­ca­tions, en in haar sum­miere voor­wo­ord zegt ze “This is pure baguazhang – noth­ing more needs to be said. For this rea­son I have not edit­ed or made any com­men­tary at all, and kept thew flavour of the orig­i­nal book as much as pos­si­ble”.
Oftewel: ze heeft er niks aan toegevoegd, niks bij uit­gelegd — ze heeft alleen maar één op één ver­taald want meer was, vol­gens haar, niet nodig.

Inder­daad ver­taalt Falk ver­vol­gens alleen maar zon­der voet­noten, op- of aan­merkin­gen, en de tekst en afbeeldin­gen in het boek van Yan Dehua zijn ver­vol­gens zó duidelijk dat iedereen die thuis is in de Chi­nese interne kri­jgskun­sten de oefenin­gen relatief makke­lijk kan repro­duc­eren en incor­por­eren.

Nou is een interne sti­jlschool ‑in dit geval Baguazhang- meer dan ‘de toepassin­gen’- er zijn achterliggende rede­nen, principes, die het waarom van deze toepassin­gen verk­laren. Boven­di­en zijn toepassin­gen hoo­gu­it een voor­beeld van ‘hoe het zou kun­nen’, en zek­er niet van ‘hoe het zou moeten’. Echter, principes, con­cepten en ideeën uit­leggen vraagt soms hele lap­pen tekst waarin je makke­lijk over de kern heen leest en ‑belan­grijk voor degene die niet wil ‘weten’ maar wil ‘kun­nen’- die vaak moeil­ijk te onthouden zijn.

Bij Baguazhang is de oploss­ing hier­voor gevon­den in de vorm van korte ver­sjes, een soort van one­lin­ers eigen­lijk maar dan op rijm. Daar zijn twee series van, namelijk een rijt­je van 36 en een rijt­je van 48 ver­sjes.

Er is inmid­dels een uit­ge­brei­de reeks aan boeken, zek­er in het Chi­nees, die tekst en uit­leg geven over de beteke­nis van deze ver­sjes. Maar het is dezelfde Andrea Mary Falk die ik al eerder noemde die alle vari­aties naast elka­ar gelegd heeft en die, in haar boek A Shad­ow on Fall­en Blos­soms – The 36 and 48 Tra­di­tion­al Vers­es of Baguazhang, ver­vol­gens de ver­schil­lende ver­sies met elka­ar is gaan vergelijken. 

Wat zegt deze anders dan die, waarom, tot welke betekenisver­schillen lei­dt het – dat soort vra­gen. Tussendoor geeft ze via opmerkin­gen in de hoofdtekst en in voet­noten blijk van een enorme ken­nis op het gebied van interne kri­jgskun­sten­sc­holen en ‑tek­sten in het alge­meen en valt er ook voor niet-Baguazhang beoe­fe­naars veel te leren.

Zo heeft ze zin­volle din­gen te zeggen of de typ­is­che Tai Chi-houd­ing dan bian, over shi (式 en 勢), ze beschri­jft veldge­waar­word­ing en benoemt het ver­schil tussen het dant­ian en de onder­buik, ze geeft een over­drachtelijke uit­leg van de Lange Riv­i­er, geeft een metafy­sis­che uit­leg over de ‘heng-’ en ‘ha-‘klanken, ze geeft een tech­nis­che uit­leg over bi 閉 (bek­end in Tai Chi uit de naam ru feng si bi), tussen neus en lip­pen door beschri­jft ze de his­to­rie van de reden voor naamgev­ing van ‘de’ drie interne sti­jlen, ze benoemt op acad­emisch onder­bouwde wijze de onzin van het kop­pe­len van filosofis­che con­cepten aan kri­jgskun­st, en nog veel en veel meer.

Punt is: als je hier niet op let lees je er over­heen door­dat het alle­maal korte, makke­lijk te mis­sen opmerkin­gen zijn in haar uit­leg over de beteke­nis van een bepaald vers en de vergelijk­ing daar­van met andere vari­anten. Het boek is veel rijk­er dan je op het eerste gezicht zou verwacht­en en geeft niet alleen blijk van de enorme ken­nis en vaardigheid (om de tek­sten te kun­nen inter­preteren moet je zelf over een behoor­lijke vaardigheid beschikken) van de auteur maar deelt in ieder geval die ken­nis ruim­schoots met de lez­er.

En hoewel de titel van het boek sug­gereert dat het over bloe­sems gaat denk ik daar anders over: je denkt dat je een bloe­sem koopt maar je kri­jgt een vrucht.

Van harte aan­bev­olen!

PS: een excel­lente en goed onder­bouwde ver­tal­ing in het Ned­er­lands van de 36 en 48 Baguazhang-verzen bestaat ook (weliswaar zon­der de aan­vul­lende com­mentaren zoals Falk die geeft) en heb ik in mijn bez­it, maar ik kan er geen online link van vin­den. Mocht je hierin geïn­ter­esseerd zijn dan ver­wi­js ik je met plezi­er door naar de web­site van de auteur.

* Er wordt com­missie ver­di­end via de inges­loten links naar Amazon.nl in het boven­staande artikel.

Scroll naar boven