de School van de Kraanvogel

kracht

Chinese termen, editorial, Instructie, kracht, Neidan, Principes, Qigong, Tai Chi, training

Over xu ling ding jin 虛領頂勁

De uit­drukking 虛領頂勁 ‘xu ling ding jin’ wordt in Tai Chi-tek­sten soms geschreven als 虛靈頂勁. Let op het ver­schil in karak­ter voor ‘ling’ (ling 領 en ling 靈). De eerste manier van schri­jven betekent zoi­ets als “lege nek, kruin/bovenkant van het hoofd-jin”, ter­wi­jl de laat­ste ver­taald kan wor­den als “lege, beweeglijke kru­in-jin”. Bei­de ver­talin­gen lijken weinig beteke­nis te hebben, dus wat wordt er nu pre­cies mee bedoeld?

 

De uit­drukking 虛領頂勁 ‘xu ling ding jin’ wordt in Tai Chi-tek­sten soms geschreven als 虛靈頂勁. Let op het ver­schil in karak­ter voor ‘ling’ (ling 領 en ling 靈). De eerste manier van schri­jven betekent zoi­ets als “lege nek, kruin/bovenkant van het hoofd-jin”, ter­wi­jl de laat­ste ver­taald kan wor­den als “lege, beweeglijke kru­in-jin”. Bei­de ver­talin­gen lijken weinig beteke­nis te hebben, dus wat wordt er nu pre­cies mee bedoeld?

Bren­nan[1] geeft voor bei­de manieren van schri­jven dezelfde ‘ver­tal­ing’: “druk de kru­in lichtjes/krachteloos omhoog”. Ik ben het niet eens met deze ver­tal­ing.

Lat­en we de uit­drukking eens ontle­den.

虛 ‘xu’ betekent ‘leeg’, ‘insub­stantieel’. In de con­text van Tai Chi wordt het vaak gebruikt als con­trast met 實 ‘shi’, ‘vol’, ‘sub­stantieel’.

領/靈, de eerste ‘ling’, betekent ‘nek’, ‘kraag’, ‘lei­den’. De tweede ‘ling’ betekent ‘lev­endig’, ‘behendig’, ‘flex­i­bel’, en ver­wi­jst naar de men­tale ‑niet de fysieke- inter­pre­tatie van deze woor­den.

頂 ‘ding’ betekent ‘bovenkant’ of, in de con­text van anatomie, ‘hoofd­top’ of ‘de kru­in van het hoofd’.

勁 ‘jin’ is het spe­ciale ‑en onver­taal­bare- type kracht dat Tai Chi probeert te gebruiken.

De tekst van Chen Yan­lin gebruikt voor­namelijk 領 in plaats van 靈 dat slechts één keer voorkomt, dus lat­en we ons con­cen­tr­eren op 虛領頂勁. Brennan’s ver­tal­ing, “licht/krachteloos de kru­in omhoog drukkend”, mist de bedoel­ing van dit gezegde, sim­pel­weg omdat het de han­del­ing van omhoog drukken sug­gereert. Mijn eigen ver­tal­ing, ‘de jin van leegte die naar de top lei­dt’, is niet alleen let­ter­lijk­er maar legt ook pre­cies uit waar het om gaat.

Nu ben ik natu­urlijk op de hoogte van de verk­larin­gen die wor­den gegeven door Chi­nese meesters als Zheng Man­qing (Cheng Man-ch’ing), die zegt:

按頂頭懸者。 譬如有辮子時。

將其辮子系於樑上。體亦懸空離地。

此時使之全身旋轉則可。若單使頭部俯仰。

及左右擺動。則不可得也。

‘Hangende kroon’: dit is alsof iemand een vlecht heeft die aan een balk boven zijn hoofd is vast­ge­bon­den. Het lichaam hangt dan ook boven de aarde. In deze sit­u­atie kan het lichaam draaien, maar het hoofd kan niet buigen (naar boven kijken) en kan niet van links naar rechts bewe­gen”.

虛靈頂勁。

及頂頭懸之意。亦若此而已。

Xu ling ding jin is pre­cies het­zelfde als de yi van de opge­hangen hoofd­top (hangende kroon)[2].

Naar bene­den hangen aan een balk geeft een totaal andere sen­satie dan omhoog drukken; dat is één van de rede­nen waarom ik Brennan’s inter­pre­tatie afwi­js. De andere reden is, nou ja, omdat zijn idee van wat ermee bedoeld wordt gewoon­weg ver­keerd is.

Een fun­da­menteel con­cept in mijn Tai Chi-school is de beoe­fen­ing van 意守丹田 ‘yi shou dant­ian’, ‘de yi bewaakt de dant­ian’ of ‘de yi wordt bewaakt in het dant­ian’ (het betekent dit alle­bei tegelijk). Het leert de leer­ling om de fysieke sen­satie van het denken, namelijk de druk van de herse­nen, naar de buik te lat­en zakken. Dit vereist een cor­recte, ver­ti­cale lichaamshoud­ing en resul­teert in (1) een andere manier van bewustz­i­jn, en (2) een fysieke sen­satie van lichtheid in het hoofd. Dit gevoel van lichtheid wordt gedeel­telijk bedoeld met 虛 ‘xu’, het andere deel van de beteke­nis is de voor­waarde voor het bereiken hier­van: de ver­ti­cale uitli­jn­ing.

Deze ver­ti­cale uitli­jn­ing is uiterst belan­grijk aangezien Tai Chi, wat de toepassin­gen betre­ft, kan wor­den beschreven als ‘een cirkel op een stok’. In de ‘Tai­ji­quan Jing’ van Wang Zongyue lezen we dit als 立如平準,活似車輪 ‘li ru ping zhun, huo si he lun’: ‘sta even­wichtig, beweeg als het wiel van een wagen’. Een even­wichtige houd­ing is een rech­top­staande, ver­ti­caal uit­geli­jnde houd­ing, zoals een stok. Het wiel van een wagen is als een cirkel.

Het beoe­fe­nen van yi shou dant­ian lei­dt dus niet alleen tot een lege geest (wat erg belan­grijk is tij­dens gevecht­en, omdat het ons bevri­jdt van onze emoties), maar het fysieke gevoel van ‘leegte die naar de top lei­dt’ dat ermee gepaard gaat, zorgt ook voor onze ver­ti­cale uitli­jn­ing. Dit maakt xu ling ding jin, de ‘leegte die naar de top geleidt’-jin, een uiterst belan­grijk Tai Chi-principe dat eigen­lijk niets te mak­en heeft met, en ver ver­wi­jderd is van, Brennan’s “druk de bovenkant van het hoofd ongedwongen/krachteloos omhoog”.

Belan­grijk voor kri­jgskun­st-beoe­fenaren om uit het boven­staande mee te nemen is dat je, door deze ver­ti­cale uitli­jn­ing die je opbouwt niet vanu­it denken maar vanu­it ‘voe­len’ (nl. de lichtheid in je hoofd) te com­bineren met relatief gevorderde qigong, je het gevoel kri­jgt alsof er een zuil ver­ti­caal door je lichaam loopt:

Als je nu je ‘cirkel op een stok’-structuur open zet (dus een ver­ti­cale posi­tie met je armen in een cirkel voor je lichaam) EN je bli­jft je naar bin­nen toe focussen (‘intern’ dus) op die ‘zuil’ dan resoneert elke con­tact op je armen (of elders op je lichaam) via je peng-vaardigheid op die zuil, en voel je de druk van de externe impact dus daar waar je focus ligt: niet op je armen-in-cirkelvorm maar op die interne zuil.

Die druk kan op drie pun­ten op de zuil komen, waar­bij je ervar­ing dat die zuil rond is essen­tieel is:

ad 1.: dit komt bij­na nooit voor vanu­it de ander, alleen waar je het zelf zo opzet; maar áls het vanu­it de ander voorkomt stu­itert die van je arm­cirkel af;

ad 2.: door ‘con­tact­punt is draaipunt’ te gebruiken kun je zo achter of voor­bij de inkomende krachtli­jn van de ander draaien;

ad 3.: als de inkomende druk ja aan het draaien zet gebruik je dat en draai je mee en miss­chien zelfs wel hele­maal naar de andere richt­ing.

1 is ‘op de plaats’ en je hebt hier een vaste en sterke posi­tie voor nodig, anders val je zelf om en stu­iter je jezelf weg op de impact; 2 en 3 lei­den, door­dat je werkt met ‘de benen hangen aan het dant­ian’ en de ‘knieën onder de ellebogen’-regel (in de principes van Yang Cheng­fu ver­wo­ord als ‘boven en onder vol­gen elka­ar’), tot razend­snelle en onverwachte ver­plaatsin­gen. Als je daar­bij inder­daad je armen con­stant in een cirkel houdt lei­dt die cirkel als vanzelf tot ‘tech­nieken’ omdat elke Tai Chi‑, Baguazhang- en Xingyi-posi­tie een vari­atie is van de kern-‘cirkel op een stok’-houding.

Omdat er tegen­wo­ordig niet meer gevocht­en wordt met Tai Chi zijn er aller­lei spir­ituele, totaal niet ter zake doende, verk­larin­gen gegeven voor xu ling ding jin, maar dit is de ware beteke­nis. Je inte­greert dit door niet zozeer de vorm te ‘lopen’ maar door deze actief te schaduw­bok­sen.

Pas nadat je goed gewor­den bent in deze benader­ing van xu ling ding jin heb je kans op een tweede reden voor, lees: voordeel van, deze jin: door­dat je voort­durend op die interne zuil gericht bent kri­jgt dat wat er om je heen gebeurt geen emo­tionele greep op je: de agressie van de ander maakt jou niet boos en kan je rust niet ver­storen.

Deze twee aspecten mak­en xu ling ding jin tot miss­chien wel de belan­grijk­ste jin van Tai Chi.

editorial, Filosofie, Instructie, kracht, Principes, Tai Chi, Tit Khun, training

De grootste kracht

Het is belan­grijk om te begri­jpen dat elke sti­jl, elke meth­ode, zijn zwakke pun­ten heeft. Meester­schap betekent dan ook niet alleen dat je zo goed mogelijk bent in de din­gen van jouw sti­jl of van jouw aan­pak, maar tevens dat je inzi­et wat je eigen zwakke pun­ten zijn, die ver­vol­gens niet ver­bergt maar ze accepteert voor wat ze zijn, om ze ver­vol­gens actief te incor­por­eren in je aan­pak.

Je kracht is je zwak­te; je zwak­te is je kracht.

Filosofie, Instructie, kracht, Qigong, Tai Chi

Tai Chi en de Derde Wet van Newton

Tegen­wo­ordig ken­nen we Isaac New­ton als de weten­schap­per die onder een appel­boom ligt en, op het idee gebracht door­dat er een appel uit de boom valt, het principe van de zwaartekracht for­muleert.

In werke­lijkheid wás hij hele­maal geen weten­schap­per in de mod­erne beteke­nis van dat woord; dat is hoe wij, vanu­it onze tijd, met terug­w­erk­ende kracht graag naar New­ton kijken. Zoals tegen­wo­ordig alge­meen bek­end was hij gewoon bezig met ‘de natu­ur’. 

Weten­schap zoals we dat nu ken­nen was nog geen strak gedefinieerde dis­ci­pline en liep door elka­ar met zienswi­jzen uit wat wij nu als andere, los van weten­schap staande, dis­ci­plines beschouwen. Vroeger echter was het zek­er niet vreemd (of van elka­ar onder­schei­d­baar) dat iemand als New­ton ‑naast zijn vak als munt­meester en wiskundi­ge- ook natu­urkundi­ge, astronoom, natu­ur­filosoof en alchemist was — het waren nog geen aparte dis­ci­plines. WIJ zijn dege­nen die, zoveel hon­derd jaar na zijn over­li­j­den, hier gren­zen tussen zijn gaan trekken.

Om een brugget­je te slaan van New­ton naar de antieke kri­jgskun­st Tai Chi moeten we ook deze kun­st eerst losweken van hoe er in onze tijd, “met de ken­nis van nu”, naar wordt gekeken. En daar zijn ‑naast de meer reële Tai Chi-stro­min­gen–  twee pop­u­laire, wijd­ver­brei­de hoofd­stro­min­gen te onder­schei­den die zich bei­den baseren op hoe er in de oude tek­sten over Tai Chi geschreven wordt — in ter­men van ‘qi’ en ‘Daoïsme’.

Als we daar even met zeven mijl­slaarzen (lees: wat min­der gen­u­anceerd) doorheen walsen is de eerste stro­ming ‘spir­itueel’. Alles is energie (dat ben ik wel met ze eens) en liefde, ‘want Daoïsme gaat toch ook over één zijn met de natu­ur’ (onzin).
De ver­sprei­ders zijn door­gaans mensen die, euh, ‘wat moeite hebben met feit­en’. 

Aan de andere kant van ditzelfde spec­trum vin­den we de ‘vechters’ die qi zoeken aan te wen­den als geheimzin­nige kracht. Ze kun­nen vre­selijk verd­walen in con­tact-spel­let­jes die ‑eerlijk is eerlijk- op zich heel knap zijn en getu­igen van grote sen­si­tiviteit, maar die op geen enkele manier gaan voorkomen dat je klap­pen kri­jgt in een heuse con­frontatie.

Natu­urlijk is dit alle­maal karikat­u­raal bedoeld, en als pret­tige tijds­beste­d­ing is het één niet min­der dan het ander en alle­maal even waarde­vol, leuk en inter­es­sant. Het kun­nen ook ‑zoals bij mijzelf- fas­es zijn, immers, ik ben begonnen toen ik twaalf was en wilde niks liev­er dan een tweede Kwai Chang Caine wor­den — hoe vaag wil je het hebben.

Wat ik tegen­wo­ordig inter­es­sant vind aan deze ver­schil­lende, ogen­schi­jn­lijk niet-real­is­tis­che zienswi­jzen op Tai Chi is dat ze zich alle­maal baseren op de tek­sten van de Tai Chi-Klassieken. Daarin wordt met regel­maat gezegd dat je qi (‘energie’) moet gebruiken in plaats van li (wat wordt uit­gelegd als ‘kracht’), en er wordt vaak gesug­gereerd dat er een band is met het Daoïsme.

Maar de uit­leg die aan de tek­sten wordt gegeven, díe is ‘met de ogen van nu’, en er wordt op basis van die (mijns inziens ver­keerde) uit­leg een soort van ener­getis­che kri­jgskun­st gere­con­strueerd die niet alleen niet werkt maar die ook totaal niet overeenkomt met de reële skill-set waar het in het verleden over ging. 
Mijn punt is: Tai Chi is, of was in ieder geval ooit, een te vrezen kri­jgskun­st. Dat is het niet gewor­den door magis­che kracht­en maar door kei­hard werken, door inzicht in menselijk (vecht-) gedrag en door diep­gaand inzicht in krachtver­w­erk­ing. De hele qi-ter­mi­nolo­gie was, in die tijd en cul­tu­ur, gewoon de soort-van-weten­schap­pelijke manier om al die inzicht­en onder te bren­gen in een (voor die tijd en bin­nen die con­text nor­maal) vocab­u­laire.

En dat bracht me dus op Isaac New­ton: hoe zou hij de krachtver­w­erk­ing van Tai Chi beschreven hebben?
Dat leek me een leuke vraag om aan AI te stellen en dat gaf een ver­rassend antwo­ord:

Tai Chi als kri­jgskun­st met een focus op sen­si­tiviteit en het behouden van je eigen struc­tu­ur, ter­wi­jl je de energie van de tegen­stander begelei­dt, sluit erg mooi aan bij de Derde Wet van New­ton.

Hier is de uit­leg van de Derde Wet van New­ton () en hoe je die kunt zien en toepassen in je Tai Chi:

De Derde Wet van Newton: Actie en Reactie

De Derde Wet van New­ton stelt:

Voor elke actiekracht is er een gelijke en tegengestelde reac­tiekracht.

  • Gelijk: De kracht­en zijn even groot in mag­ni­tude (sterk­te).

  • Tegengesteld: De kracht­en werken in tegengestelde richt­ing.

  • Actie en Reac­tie: Deze twee kracht­en werken alti­jd op ver­schil­lende objecten; de actiekracht werkt op het ene object en de reac­tiekracht op het andere.

Een Simpel Voorbeeld

Als je op de vlo­er staat:

  1. Actie: Jouw lichaam oefent een kracht () naar bene­den uit op de vlo­er.

  2. Reac­tie: De vlo­er oefent een gelijke en tegengestelde kracht () naar boven uit op jouw voeten.

Deze twee kracht­en zijn even groot, maar hef­fen elka­ar niet op voor jouw lichaam, omdat ze op ver­schil­lende objecten (jij en de vlo­er) werken. De reac­tiekracht van de vlo­er is wat je draagt en voorkomt dat je door de vlo­er heen zakt.

Implementatie in Tai Chi (Krijgskunst)

De essen­tie van de Derde Wet – dat je alti­jd een even grote kracht terugkri­jgt – is cru­ci­aal voor deze beschri­jv­ing van Tai Chi: “uiter­mate sen­si­tief omgaan met de inkomende kracht van de tegen­stander, waar­door je diens beweg­ing facili­teert, toes­taat, ter­wi­jl je je eigen fysieke struc­tu­ur intact houdt.”

1. Structurele Integriteit: Gronding en de Vloer

In Tai Chi is grond­ing (je ‘wor­tel’) fun­da­menteel. De wet legt uit waarom:

  • Wan­neer je je eigen struc­tu­ur intact houdt en een kracht (van de tegen­stander) naar bene­den of de zijkant lei­dt, reageert de grond op jouw afvo­er van die kracht.

  • Als je struc­tu­ur goed is (gewricht­en opgestapeld, cen­trum aan­wezig), fungeert je lichaam als een massieve, maar flex­i­bele kolom die de kracht trans­porteert naar de aarde.

  • Je gebruikt de reac­tiekracht van de aarde (de nor­maalkracht) als je onder­s­te­un­ing. Je duwt niet tegen de tegen­stander; je leunt op de reac­tiekracht van de grond die door je intacte struc­tu­ur heen werkt.

    Toepass­ing:
    Zorg dat je struc­tu­ur zo goed is dat de reac­tiekracht van de vlo­er recht door je lichaam kan lopen zon­der gewricht­en te buigen of je struc­tu­ur te verzwakken. Je bent de gelei­der van kracht naar de grond en de gebruik­er van de reac­tiekracht die terugkomt.

2. Sensitiviteit en het Omgaan met Inkomende Kracht

Dit is het ‘faciliteren, toestaan’-gedeelte:

  • Als de tegen­stander jou duwt (Actie op jouw lichaam), reageert jouw lichaam met een even grote en tegengestelde kracht (Reac­tie op de tegen­stander). Je kunt deze reac­tie niet ver­mi­j­den.

  • In plaats van een harde, starre te creëren die lei­dt tot een blokkade (waar­door de en elka­ar oph­ef­fen en jul­lie bei­den tot stil­stand komen of de zwak­ste struc­tu­ur faalt), gebruik je sen­si­tiviteit om de te lei­den, trans­formeren of om te buigen.

    Toepass­ing: Je erkent de inkomende kracht () en laat deze niet stop­pen tegen een star punt. Door mee te bewe­gen (cirke­len, spi­raal, weg­draaien) zorg je ervoor dat de reac­tiekracht () die onver­mi­jdelijk ontstaat, niet lood­recht op je struc­tu­ur bli­jft staan, maar afgli­jdt of wordt omgezet in een tan­gen­tiële (zijwaartse) beweg­ing, waar­door de tegen­stander zijn eigen even­wicht ver­li­est. Je facili­teert de reac­tiekracht door diens pad te veran­deren.

3. De ‘Vrije’ Kracht van de Tegenstander Gebruiken

De sen­si­tiviteit stelt je in staat om het moment te vin­den waarop de tegen­stander te veel kracht genereert in een bepaalde richt­ing (te veel ‘Actie’).

  • Omdat de Actiekracht een gelijke en tegengestelde Reac­tiekracht terugkri­jgt, geldt: hoe hard­er de tegen­stander duwt, hoe grot­er de kracht die jij kunt gebruiken (door diens beweg­ing te faciliteren).

  • Jouw taak is niet om hard­er terug te duwen, maar om de struc­tu­ur van de tegen­stander te breken of diens bal­anspunt te ver­schuiv­en op het moment dat de tegen­stander de groot­ste Actiekracht genereert. Je ‘lift’ of ‘richt’ hun eigen Actiekracht om tegen hen­zelf te werken.

Samenvattend:

De Derde Wet van New­ton is de fun­der­ing van je kri­jgskun­st. Elke keer dat een tegen­stander con­tact maakt, is er een kracht­paar. Jouw train­ing in sen­si­tiviteit en struc­turele integriteit is de meth­ode om ervoor te zor­gen dat jij de meester bent van de reac­tiekracht die alti­jd zal ontstaan.

Tot zover het antwo­ord van AI en ik zweer het je: Isaac New­ton was een Tai Chi-meester! 🙂

Scroll naar boven