de School van de Kraanvogel

Instructie, Kung Fu-cultuur, Tai Chi, Tit Khun, training

De eigenwijze leerling

Omdat ik er gewoon alti­jd was ‑geen vakanties­moes­jes, andere din­gen te doen, “er is nog meer in het lev­en”- schakelden mijn ler­aren mij vaak in als er een part­ner nodig was voor een andere leer­ling.

Op een gegeven moment merk­te ik dat mijn ler­aar steeds boz­er werd over het gedrag van de part­ner waar ik mee moest komen trainen, dus ik vroeg hem waarom hij dat dan niet gewoon zei tegen die leer­ling. “Nee” zei hij, “dat mag ik niet doen want dan gaat hij zich daar­naar gedra­gen en dan kan ik niet meer zien wie hij echt is. 

Hij moet er zelf achter komen en zich ver­beteren en anders kri­jgt hij gewoon alleen de buitenkant”.

Mijn ander ler­aar deed dit anders. Hij had spec­i­fieke instruc­ties gegeven aan een leer­ling over hoe die bepaalde ademhal­ing­soe­fenin­gen moest doen die bedoeld waren voor onze IJz­eren Vest-train­ing, en één van de ken­merken in de opbouw was de gelei­delijkheid. De nadruk lag op voorzichtig zijn en er wer­den uitvo­erige beschri­jvin­gen gegeven van wat de risico’s waren bij het niet opvol­gen hier­van — o.a. het risi­co op hersen­bloedin­gen en rugk­lacht­en.
Op een gegeven moment kwam deze leer­ling bin­nen, ging op de grond liggen voor deze train­ing, liet zijn zoon van 12 (de zoon van die leer­ling trainde met zijn vad­er mee) op zijn buik zit­ten en druk­te hem omhoog. “Kijk” zei hij, “goed al he?”
Mijn ler­aar zei niks.

Zoals gebruike­lijk bleef ik na en ik vroeg mijn ler­aar waarom hij niks gezegd had over deze ver­keerde manier van trainen. “Waarom zou ik dat doen? Hij luis­tert niet. respecteert mijn lessen niet en denkt dat hij het beter weet. Als hij zelf wil denken moet hij vooral dat doen: zelf denken, en er dan ook zelf de gevol­gen van dra­gen. Hij veran­dert zelf, of niet”.
Na een paar weken belde de leer­ling af — hij had een zware her­nia opgelopen en mocht van de arts niet meer trainen.

Bei­de ler­aren had­den regel­matig te mak­en met leer­lin­gen die ‘verza­melden’ (zoals zij dat noem­den): hier een work­shop­je, daar een cur­sus­je, drie jaar hier en twee jaar daar, nooit ergens struc­tureel ‘doorgeschoold’, uitein­delijk denken dat ze al heel veel wis­ten, tegen­spreken omdat ze het ergens anders anders had­den geleerd (was dan daar gebleven) en dan denken dat ze ook bij deze ler­aar even wat kon­den ‘kopen’. Dat kon want geld is niet vies, maar dan kre­gen ze ook pre­cies wat ze vroe­gen en niet meer dan dat: ze wer­den, zoals één van mijn ler­aren dat beschreef, ‘sociale dienst’.

 

Je kunt nu natu­urlijk zeggen dat een dergelijke houd­ing niet meer van deze tijd (of van ‘onze mod­erne West­erse cul­tu­ur’) is. Mijn antwo­ord: zak­en als respect, inzet en trouw aan die inzet over een lan­gere tijd zijn van álle tij­den; er zijn nu een­maal geen “I know Kung Fu”-shortcuts.

Boekbespreking, Chinese termen, Filosofie, Instructie, Kung Fu-cultuur, onderwijs, training

Boekbespreking — The Sword Polisher’s Record

Ik heb een kast vol boeken; uit som­mige heb ik geleerd hoe het wél moet, uit andere hoe het liev­er anders moet; som­mige boeken waren des­ti­jds leerza­am ter­wi­jl ik er nu van denk ‘waarom heb ik dat ooit gelezen’, andere boeken gaan tot op de dag van van­daag ver boven mijn begripsver­mo­gen uit; maar uit elk boek heb ik in de loop der jaren iets kun­nen meepikken waar­door zow­el mijn inzicht­en als mijn vaardighe­den kon­den groeien. In deze blog-serie deel ik ze graag met jul­lie.

The Sword Polisher’s Record — The Way of Kung-Fu
Auteur: Adam Hsu
Uit­gev­er­ij: Tut­tle Pub­lish­ing (1998)

Het is alweer 25 jaar gele­den dat mijn school was onderverdeeld in een buiten- en een bin­nen­school. De buiten­school was een Tai Chi-school zoals alle andere; er werd niet in min­der onder­w­er­pen les­gegeven maar de insteek was ‘mensen helpen’ zoals dat Tai Chi-eigen is — een beet­je oefe­nen voor de gezond­heid; daar­door was de sfeer van deze buiten­school gemoedelijk en vrien­delijk, je gaf hier en daar ‑als er om gevraagd werd- adviezen over gezond­hei­ds-gere­la­teerde vra­gen; dat soort din­gen.

Er waren echter ook mensen die meer wilden of uit zichzelf een grotere inzet had­den. Zodra dat mij opviel keek ik het nog een tijd­je aan en daar­na nodigde ik ze uit voor mijn bin­nen­school.

Die bin­nen­school was anders qua opzet en doel; mensen wer­den opgeleid om uitein­delijk zelf les te gaan geven en moesten dus meer kun­nen, en meer weten, dan hun toekom­stige leer­lin­gen. Zoals gezegd werd er wel in dezelfde onder­w­er­pen getraind maar veel inten­siev­er: meerdere sessies per week van elk drie uur waar­bij je aan­wezigheid werd verwacht, geen aardi­ge woor­den maar eisen aan inzet. Ik was niet aardig of vrien­delijk, had zo mijn eisen en mijn nukken, en heb regel­matig ook mensen weer uit de groep gezet als ik het niet eens was met hun inzet of ‘Kung Fu-manieren’.

Die Kung Fu-manieren ‑de Kung Fu-cul­tu­ur zo je wil- wer­den niet uit­gelegd en dat had een reden. Zo had ik, toen ik zelf nog in train­ing was, ooit een gesprek met één van mijn eigen meesters over mijn toen­ma­lige spar­ring­part­ner waar mijn ler­aar ontevre­den over was.
Ik vroeg toen aan hem waarom hij dat niet, zoals ik vanu­it Ned­er­landse vergelijk­bare sit­u­aties gewend was, bespreek­baar maak­te met die leer­ling — een moti­vatie- of gedrags­ge­sprek of, zoals een andere ler­aar het ooit ver­wo­ordde: een ‘handje-boven-het-hoofd-houden’-gesprek. Hij keek mij ontsteld aan en zei “nee, dat mag ik niet doen! Als ik dat ga doen gaat hij straks goed gedrag spélen en dan kan ik niet meer zien wie hij werke­lijk is!”

Uit­er­aard was ik mijn ler­aar niet en mijn leer­lin­gen waren voor een deel Ned­er­lan­ders, geen mensen met een achter­grond in Azi­atis­che cul­tu­ur. Daar­door vond ik dat ik hier toch wat anders mee om moest gaan; niet té anders, dat niet, dus gedrag of inzet-prob­le­men bespreek­baar mak­en heb ik nooit gedaan; maar ik vond dat ik mijn leer­lin­gen wel een hand­vat moest geven om de Kung Fu-cul­tu­ur op te pikken.  

Nou schreef ik voor de bin­nen­school regel­matig artikelt­jes; soms over tech­nis­che zak­en natu­urlijk (een aan­tal daar­van is lat­er tot boek uit­gew­erkt), soms over geschiede­nis, soms anek­dotes uit onze geschiede­nis.
Daar­naast had ik een leesli­jst voor de leer­lin­gen van de bin­nen­school samengesteld, en dit was een mooie mogelijkheid om dat hand­vat aan te reiken.

Er was namelijk een boek dat hier ideaal voor was: The Sword Polisher’s Record — The Way of Kung-Fu van Adam Hsu.

Ik kende deze meester al van zijn columns en artike­len in de diverse Amerikaanse vecht­sport-tijd­schriften die ik las (Black Belt Mag­a­zine, Inside Kung Fu) waarin hij vaak uit­leg gaf over de Kung Fu-cul­tu­ur. 

De The Sword Polisher’s Record leest makke­lijk en is vlot geschreven. Dat komt o.a. door­dat Hsu het boek heeft onderverdeeld in een aan­tal thema’s met, per the­ma, een aan­tal korte artike­len. De thema’s die hij behan­delt zijn

  • Knock­ing on the Kung-fu Door
  • The Foun­da­tion of Kung-fu
  • Myth and Real­i­ty of Kung-fu Styles
  • The role of Forms in Kung-fu
  • Mind and Body Train­ing
  • Usage: The Soul of Kung-fu
  • Mas­ters and Stu­dents
  • Kung-fu Today and Tomor­row

Het is een boek dat nog steeds, bij­na der­tig jaar na dato, inter­es­sante en nog steeds valide onder­w­er­pen beschri­jft; en één van die onder­w­er­pen ‑en daarmee de reden dat ik het op de boeken­li­jst heb gezet- was het the­ma ‘Mas­ters and Stu­dents’ waarin Hsu ’the prop­er Kung-fu atti­tude’ beschri­jft.

Zoals je ziet aan het lijst­je thema’s gaat het boek over meer dan alleen dat; de vraag over (zijn visie op) de zin van vorm­train­ing komt aan bod bijvoor­beeld en veel meer inter­es­sante Kung Fu-gesprek­son­der­w­er­pen.

Het is wat dit boek zijn waarde geeft — niet alleen voor de zoek­ende leer­ling (er staat zoals gezegd veel inter­es­sante, meer algemene, Kung Fu-infor­matie in) maar ook voor de ler­aar die net iets meer achter­grond zoekt.

Van harte aan­bev­olen.

* Er wordt com­missie ver­di­end via de inges­loten links naar Amazon.nl in het boven­staande artikel.

editorial, Filosofie, Instructie, Kung Fu-cultuur

Het zwaard van de meester

In 1998 gaf mijn ler­aar les in diverse zwaard­vor­men en ik was daarom, omdat ik fungeerde als zijn assis­tent en invaller, op zoek naar een ‘echt’ zwaard; de toen­ma­lige Wushu-zwaar­den vond ik maar niks met al dat geflub­ber (ze waren ontzettend licht en buigza­am) en ik dacht dat ik een beter zwaardgevoel (bestaat zoi­ets eigen­lijk wel?) kon ontwikke­len door te trainen met een zwaard met een real­is­tisch gewicht.

Mijn ler­aar zei niks.

Kort daar­na kwam hij uit Chi­na terug met, zake­lijk als hij was, een tas vol met echtere ‑zwaardere en mooiere- zwaar­den die hij had meegenomen voor geïn­ter­esseerde leer­lin­gen. Helaas had ik op dat moment niet genoeg geld en kon ik er geen van hem afne­men.

De week daar­na was ik, zoals wel vak­er, bij hem thuis en het gesprek ging op een gegeven moment over die zwaar­den. Hij pak­te zijn eigen zwaard en legde daar de geschiede­nis van uit:

”Dit zwaard is spe­ci­aal voor mij gemaakt in mijn geboorte­jaar 1954. Het staal is ongelofe­lijk sterk; kijk” zei hij, pak­te het zwaard en sloeg met de scherpe (uit­er­aard niet geslepen) kant op de met­al­en drem­pel-strip van zijn deur. Hij wees naar de stal­en drem­pel waar nu een soort van snede in zat, en ver­vol­gens hield hij het zwaard voor mijn neus. “Zie je dat? Nog geen kras­je!”

Hij liet mij het zwaard vasthouden en vertelde verder dat het was gemaakt uit de stal­en blad­veer van een auto uit de jaren der­tig. “Niet alleen sla je er nog geen kras of deuk in, het is ook buigza­am en goed voor je qi”. Toen nam hij het zwaard weer uit mijn han­den, hield de punt tegen de grond en liet zien hoe het blad een beet­je boog toen hij er gewicht op zette. Ver­vol­gens maak­te hij een krachtige steek­be­weg­ing in de lucht en het blad vibreerde van greep naar de punt. Toen keek hij mij aan, reik­te mij opnieuw het zwaard aan en zei “voor Yang Lu” (Yang Lu 楊露 is mijn Chi­nese naam).

Ik was met stomheid ges­la­gen — zijn eigen zwaard! Dit ging niet over waarde in geld, dit was het zwaard van mijn ler­aar, een ongelofe­lijke gift!

Omdat ik dacht dat mijn ler­aar dit zou waarderen opperde ik meteen om het goed schoon te mak­en; het kop­er was dof, schede was ook niet zo fris meer. Maar toen ik dat voorstelde keek hij mij met grote ogen aan: “Nee-nee dat hoort niet!” Hij legde toen uit dat vroeger, als je trainde en je ging zweten, je met je hand je hoofd afveegde en daar­na je nat­te hand droog veegde aan de bam­boe schede.

Het enige dat ik moest doen was, ten eerste, nooit het blad aan­rak­en met je han­den want dat tast het staal aan en, twee, het zwaard­blad af en toe in de olie zetten. Maar het beslag en de schede schoon­mak­en was een no-no want ”dit zwaard heeft de qi van je ler­aar”.

Scroll naar boven