Dit is eigenlijk best een goede video met daarin een analyse van de historische transformatie van Tai Chi van een dodelijk Chinees vechtsysteem naar een moderne discipline die vooral op gezondheid en ontspanning is gericht. En de reden dat ik zeg ‘goed filmpje’ is, uiteraard, omdat hij exact hetzelfde uitlegt als ikzelf al jaren roep: namelijk dat de martiale kern van Tai Chi niet verdwenen is maar verborgen ligt onder lagen van filosofie en mystificerende qi-praat. Om de kunst weer als vechtsport in te zetten is ‑stelt de videomaker terecht- een terugkeer naar intensieve druktesten en een diep begrip van praktische toepassingen noodzakelijk.
De vraag die dan nog rest is: waar zit de School van de Kraanvogel in dat spectrum? …en het antwoord luidt: ergens in het midden. In deze tijd van vuurwapens, bommen en raketten oefenen wij voor onze gezondheid in de ‘interactieve kant’ ‑noteer dat ik het woord ‘vechten’ vermijd- om de simpele reden dat wij niet voor onze ontspanning oefenen maar dat we onszelf trainen in ontspanning; ogenschijnlijk een verschil van niks behalve dan een ander woordje, maar in de kern komt het hierop neer: ‘voor je ontspanning oefenen’ betekent dat je een uurtje voor de gezelligheid in je clubje gaat oefenen en lekker ontspannen weer naar huis gaat; niks mis mee uiteraard. ‘Jezelf in ontspanning trainen’ wil zeggen dat je minstens één, maar liever een aantal uur, per dag traint om de vaardigheid te verwerven dat je onder de stress van het dagelijkse leven gewoon relaxed kunt blijven. Dat betekent dat je jezelf tijdens de training onder druk zet, onder druk láát zetten ook, zodat je op dat gebied grenzen verlegt. De beste training daarvoor is, bij mijn weten, krijgskunst. Die hoeft niet ‘realistisch’ te zijn want in de ring vechten is ook niet realistisch — commando’s in het leger trainen immers ook geen MMA en dat is niet voor niks. De enige functie van ónze vechtkunsttraining is dat je leert ontspannen te blijven onder druk.
Dat lukt je niet met een uurtje qigong in de week.

