de School van de Kraanvogel

Het zwaard van de meester

In 1998 gaf mijn ler­aar les in diverse zwaard­vor­men en ik was daarom, omdat ik fungeerde als zijn assis­tent en invaller, op zoek naar een ‘echt’ zwaard; de toen­ma­lige Wushu-zwaar­den vond ik maar niks met al dat geflub­ber (ze waren ontzettend licht en buigza­am) en ik dacht dat ik een beter zwaardgevoel (bestaat zoi­ets eigen­lijk wel?) kon ontwikke­len door te trainen met een zwaard met een real­is­tisch gewicht.

Mijn ler­aar zei niks.

Kort daar­na kwam hij uit Chi­na terug met, zake­lijk als hij was, een tas vol met echtere ‑zwaardere en mooiere- zwaar­den die hij had meegenomen voor geïn­ter­esseerde leer­lin­gen. Helaas had ik op dat moment niet genoeg geld en kon ik er geen van hem afne­men.

De week daar­na was ik, zoals wel vak­er, bij hem thuis en het gesprek ging op een gegeven moment over die zwaar­den. Hij pak­te zijn eigen zwaard en legde daar de geschiede­nis van uit:

”Dit zwaard is spe­ci­aal voor mij gemaakt in mijn geboorte­jaar 1954. Het staal is ongelofe­lijk sterk; kijk” zei hij, pak­te het zwaard en sloeg met de scherpe (uit­er­aard niet geslepen) kant op de met­al­en drem­pel-strip van zijn deur. Hij wees naar de stal­en drem­pel waar nu een soort van snede in zat, en ver­vol­gens hield hij het zwaard voor mijn neus. “Zie je dat? Nog geen kras­je!”

Hij liet mij het zwaard vasthouden en vertelde verder dat het was gemaakt uit de stal­en blad­veer van een auto uit de jaren der­tig. “Niet alleen sla je er nog geen kras of deuk in, het is ook buigza­am en goed voor je qi”. Toen nam hij het zwaard weer uit mijn han­den, hield de punt tegen de grond en liet zien hoe het blad een beet­je boog toen hij er gewicht op zette. Ver­vol­gens maak­te hij een krachtige steek­be­weg­ing in de lucht en het blad vibreerde van greep naar de punt. Toen keek hij mij aan, reik­te mij opnieuw het zwaard aan en zei “voor Yang Lu” (Yang Lu 楊露 is mijn Chi­nese naam).

Ik was met stomheid ges­la­gen — zijn eigen zwaard! Dit ging niet over waarde in geld, dit was het zwaard van mijn ler­aar, een ongelofe­lijke gift!

Omdat ik dacht dat mijn ler­aar dit zou waarderen opperde ik meteen om het goed schoon te mak­en; het kop­er was dof, schede was ook niet zo fris meer. Maar toen ik dat voorstelde keek hij mij met grote ogen aan: “Nee-nee dat hoort niet!” Hij legde toen uit dat vroeger, als je trainde en je ging zweten, je met je hand je hoofd afveegde en daar­na je nat­te hand droog veegde aan de bam­boe schede.

Het enige dat ik moest doen was, ten eerste, nooit het blad aan­rak­en met je han­den want dat tast het staal aan en, twee, het zwaard­blad af en toe in de olie zetten. Maar het beslag en de schede schoon­mak­en was een no-no want ”dit zwaard heeft de qi van je ler­aar”.

Scroll naar boven