Qigong

De Vier Aspecten van een interne kunst

(bew­erk­te repost van 8 juni 2009)

In ons lichaam hebben we te mak­en met drie ‘kwaliteit­en’ van qi: jing, qi en yuan-qi.

Yuan-qi kri­jg je, samen met/als onderdeel van jing, mee met je geboorte; je kunt er niet meer of min­der van mak­en en het valt in die zin te vergelijken met het volt­age van ons stroom­netwerk: of je er nou veel of weinig stekkers in steekt en veel of weinig ver­bruikt, het gaat álti­jd om 220 Volt. Yuan-qi zetelt in Ming­men en instigeert alle activiteit waar nodig.

Qi mak­en we op diverse manieren aan. Het meren­deel halen we uit voed­ing en lucht.
Het is dus in ons voordeel als ons totale ademhal­ing­spro­ces op orde is en we zo zuiver mogelijke lucht inade­men, en dat onze voed­ing niet alleen qi-rijk is maar ook dus­danig wordt aan­geleverd (niet te koud, niet te moeil­ijk ver­teer­baar) dat de Maag geen moeite heeft met het ver­w­erken ervan (want dat kóst weer qi, net als tanken met de motor aan).

Jing is meer prob­lema­tisch. Het is onze basisen­ergie en als het goed is hebben we een pret­tige dosis jing meegekre­gen bij onze geboorte, ‘enough to last a life­time’. We noe­men dit de jing van vóór de Hemel.
Jing is te vergelijken met het water in een accu: met min­der water doet de accu het miss­chien nog, maar wel steeds moeiza­mer en moeiza­mer… tot de accu droogstaat en stopt met werken.

Langzaa­maan wordt er van deze jing opge­bruikt, bijvoor­beeld om de eerder genoemde yuan-qi te gener­eren maar vooral ook door gewoon te lev­en; en als uitein­delijk de jing op is gaan we dood. Je zou jing dus kun­nen beschouwen als een uiter­mate hoog­waardi­ge vorm van qi, en voor Tai Chi-mensen is het juist de jing waar uit getapt wordt bij het gener­eren van de diverse jing’s (ander woord­je ‘jing’), zoals peng jing en fa jing.

Aangezien jing de basis­grond­stof is kan dat tap­pen niet oneindig voort­gaan en het is dus zaak om het ver­bruik­spro­ces zoveel mogelijk te ver­tra­gen.

Dit ver­tra­gen doen we door een com­bi­natie van (a) de opbouw van qi via voed­sel en lucht, en (b) door nieuwe jing ‑we noe­men die ‘de jing van ná de Hemel’- aan te mak­en. Nieuwe jing maak je namelijk aan uit de qi die je aan het einde van de dag over­houdt, net als geld dat je (bij mij is dit hypo­thetisch) aan het einde van de maand over­houdt en op je spaar­reken­ing zet.

Dit maakt de bal­ans van je dagverdel­ing tussen activiteit en rust weer uiter­mate belan­grijk: tij­dens activiteit ver­bruik je yang-qi die uit­er­aard deels weer wordt aange­vuld door te eten en te ade­men (en dan weer opnieuw ver­bruiken) maar die zich vooral tij­dens een yin-peri­ode weer aan kan zuiv­eren. En de opti­male yin-peri­ode is ‘s‑nachts, wan­neer je slaapt.

Ide­aliter slaap je dus wan­neer het donker is: in de win­ter meer dan in de zomer. De maatschap­pij van tegen­wo­ordig maakt dit uit­er­aard nage­noeg onmo­gelijk en ongewenst, en onder andere daar­door komt het dan ook dat de mensen van tegen­wo­ordig ener­getisch zwak zijn.

Maar waar het op neerkomt is het vol­gende: om onze jing op peil te houden (en onster­fe­lijk te wor­den, of in ieder geval de Tai Chi-kracht­en te begri­jpen) is het zaak om zoveel mogelijk yin-peri­ode te creëren.

Daarom zie je dat interne kun­sten (welke dan ook: Tai Chi, geneeskun­st, kalligrafie…) zijn onder te verde­len in vier sub­dis­ci­plines, als vol­gt af te beelden:                       

——————————————————————————————————————–

1. Zit­tende Med­i­tatie
Doel van deze zit­tende med­i­tatie is yi-qi, ‘één qi’. Door in kleer­mak­er­sz­it te gaan zit­ten komt ons huiyin-punt zo dicht mogelijk bij het cen­trum van alle yin, de aarde. We proberen ons lichaam tot een soort gelei­der van de neer­waarts stromende yin-qi te mak­en WANT “yin houdt yang vast”. Op deze wijze bren­gen we de qi in ons lichaam tot rust, we kalmeren de interne wilde gol­ven en woek­erin­gen van fysieke en men­tale beweg­ing tot we, als het ware, ‘een meer van qi’ in ons lichaam hebben gecreëerd.

Dat meer bestaat uit ‘geen gedacht­en’. Elke gebeurte­nis ron­dom ons wordt als het ware een steen­t­je dat in het meer wordt gegooid en het is ons streven om niet naar de gooier te zoeken –de oorza­ak van, of reden voor die gebeurte­nis of het uit­denken van een gedachte- maar het steen­t­je te accepteren, de golvin­gen die het teweeg­brengt rustig te dem­pen en opnieuw het meer tot stilte te bren­gen. Er is geen sprake meer van ‘qi in de armen’, ‘qi in het hoofd’, ‘qi in het dant­ian’ enzovoorts, en er is al hele­maal geen wereld meer buiten ons: er is alleen nog maar ‘één qi’.

 2. De Man­i­fes­ta­tie van Yin en Yang
Dit tweede sym­bool staat voor het pro­ces dat we ‘dal­end yin maakt sti­j­gend yang’ noe­men. We gebruiken hier het zoge­naamde zhanzhuang, het ‘paal-staan’. In feite zijn we nog steeds bezig met ‘zit­ten’, met het intact houden van yi qi, maar door dit staand te doen (hoe lager en zwaarder, hoe beter en hoe meer resul­taat) herken­nen we een door de zwaartekracht geïn­stigeerde, voort­durend neer­waarts stromende voel­bare ontspan­ning; het pro­ces van zo bezig zijn staat bek­end als ‘zinken’, en de voort­durend neer­waarts stromende en voel­bare ontspan­ning is yin-qi.
Ervan uit­gaande dat we, mid­dels onze zit­tende med­i­tatie, de inner­lijke stilte van yi qi vol­doende in stand weten te houden kun­nen we onszelf nu al staande richt­en op het intern reg­istr­eren van hoe ‑ter­wi­jl we de yin voe­len dalen- de yang-qi volledig uit zichzelf wil sti­j­gen. Van­daar dat we zeggen ‘dal­end yin maakt sti­j­gend yang’.

Als er zó’n sterke yin is dat de yang onze armen ‘als vanzelf’ omhoog beweegt en als het ware uitvult (en dat het yang is en niet een spierenkwest­ie voel je aan bepaalde, spec­i­fiek te benoe­men fac­toren) kom je bij de derde sub­dis­ci­pline:

 3. Qigong
Qigong ken­merkt zich door de vele beweg­ingsvar­iëteit­en. Doel van de vele qigong-sti­jlen is geen­szins om qi óp te bouwen, dat zou maar een beperkt resul­taat oplev­eren omdat je tegelijk­er­ti­jd aan het bewe­gen bent, en aan het con­cen­tr­eren op je ademhal­ing bijvoor­beeld (een vorm van ‘denken’ dus).
Het is zaak om gedurende alle beweg­in­gen in het yi qi-aspect van inner­lijke rust en onver­stoor­baarheid te bli­jven en het ‘dal­end yin, sti­j­gend yang’ intact te houden; op deze wijze kun­nen we het dant­ian vullen en uitein­delijk, als gevolg van een boven­matige com­pressie van het dant­ian,  onze qi  expanderen (wat expan­sie is een gevolg van over­com­pressie’) en zo ons ener­getisch veld gener­eren.

 4. Kung Fu, Tai Chi, geneeskun­st of andere qi-dis­ci­plines
Hier hoef ik niet zoveel over uit te leggen, want dit is nor­maalge­spro­ken je ingang tot deze vier aspecten al zal het uitein­delijk toch de laat­ste stap in je vaardighe­den wor­den: hier leer je over com­pressie en expan­sie van je qi, en ben je bezig met inter­ac­tiviteit tussen je bin­nen­wereld met je buiten­wereld.