de School van de Kraanvogel

Instructie

acupunctuur, Daoïsme, Instructie, Neidan, Qigong, Tai Chi

De Weg van het Midden

De eerste posi­tie van ‘staan’ die geoe­fend moet wor­den in de School van de Kraan­vo­gel opent het ‘chongmai’-systeem; dat is nodig voor de lat­ere dant­ian- en ‘veld’-training.
Dat dit een erg belan­grijke posi­tie is gaat al heel ver terug in de tijd. Er zit namelijk een sys­teem ver­bor­gen in de namen van de acupunc­tu­ur­pun­ten op orgaan­meridi­aan-niveau.

Zo zijn er der­tien pun­ten die begin­nen met het Chi­nese karak­terteken zhong 🀄️, ‘cen­trum’ of ‘mid­den’:
Zhong­fu Lu‑1
Zhonglüshu Bl-29
Zhongliao Bl-33
Zhongzhù Ki-15
Zhong­chong P‑9
Zhongzhǔ SJ‑3
Zhongdú Gb-32
Zhongfeng Lv‑4
Zhongdū Lv‑6
Zhong­shu Du‑7
Zhongji Ren‑3
Zhong­wan Ren-12
Zhongt­ing Ren-16

Het ‘zhong’-deel van de namen verbindt de pun­ten zoals hier (enigszins grof) geïl­lus­treerd, waar­bij de gestip­pelde lijn­t­jes de verbind­ing via de achterz­i­jde van het lichaam weergeven:

8641FCBD-9C65-4C07-8AD6-E2424C281493
Het is zodoende dé posi­tie om het lichaam te helpen cen­tr­eren en het cen­trum te genereren/vinden.
Tai Chi-bok­sen, yin-yang bok­sen dus, onder­wi­jst ons de Weg van het Mid­den.

Instructie, Lerarenopleiding, Tai Chi, vormen

de namen van de vorm

De ler­areno­plei­d­ing ‘Tai Chi’ van mijn School van de Kraan­vo­gel gaat niet alleen over prak­tis­che vaardighe­den, immers, je moet straks als ler­aar je leer­lin­gen ook iets te vertellen hebben. Niet alleen ‘dit moet zus en dat moet zo’, maar ook waaróm iets zus of zo moet. Wat doe je waarom, waar komt die infor­matie van­daan, enzovoorts. Je moet ver­halen ron­dom de han­delin­gen weten te vertellen, soms omdat dat nut­tige infor­matie is en soms gewoon, omdat je ook een enter­tainende func­tie hebt.

Van­daar dat de ler­areno­plei­d­ing qua the­o­rie neigt naar acad­emisch niveau, en dat begint met ken­nis van, maar zek­er ook óver, de namen. Hieron­der een kort stuk­je uit de eerste les van aankomende woens­dag.

De namen van Tai Chi — het eerste deel van de vorm

Qi shi

Vaak wordt deze beweg­ing­shoud­ing ver­taald als ‘begin­houd­ing’; dat is niet ver­keerd maar zek­er niet hele­maal cor­rect. De oorza­ak daar­van ligt in onze asso­ci­atie met het woord ‘houd­ing’: dat sug­gereert een sta­tisch iets, een stand­beeld bijvoor­beeld ‘staat in een houd­ing’. Maar het Chi­nese woord ‘shi’ impliceert heel iets anders: een ‘shi’ is de vorm waarin bijvoor­beeld een groep­je spe­cial­is­ten, zoals speervechters, zich in de slaglin­ie opstelt tij­dens een veld­slag: ze bewe­gen zich in die vor­mgev­ing die, wan­neer de omstandighe­den dat vereisen, zich onmid­del­lijk kan wijzi­gen in een ándere vor­mgev­ing of opstelling.

Ook in de woor­den­boeken kom je niets tegen dat op ‘posi­tie’ of ‘houd­ing’ duidt. De gegeven beteke­nis omvat: Kracht, invloed; een ten­dens; natu­urlijke kwaliteit­en (vb. de natu­urlijke kwaliteit­en van een berg); sit­u­atie, omstandigheid; een teken/signaal (van: ‘een teken/signaal geven’) de man­nelijke ges­lachts­de­len[1].

Roger T. Ames geeft, in zijn boek ‘Sun-tzu – The Art Of War­fare’, in de inlei­d­ing de vol­gende ‘clus­ter of mean­ings’: Aspect, sit­u­atie, omstandighe­den; aan­leg, con­fig­u­ratie, uiter­lijke vorm; kracht, invloed, momen­tum, autoriteit; strate­gisch voordeel, aankoop.

Daar­bij merkt hij terecht op dat wij niet moeten ver­tal­en door één van deze betekenis­sen te selecteren maar door te begri­jpen hoe ‘shi’ al die betekenis­sen tegelijk omvat[2]. Dat doet Ames door ‘shi’ uit te leggen als ‘die samen­stelling van voor­waar­den die onze sit­u­atie definieert’[3].

Het eerste deel van de term, ‘qi’, betekent inder­daad zoveel als ‘begin­nen’ maar tegelijk­er­ti­jd ook zoveel als ‘omhoog komen, opstaan, in opstand komen’[4].

Deze twee woor­den bij elka­ar genomen beteke­nen dus veel méér dan ‘begin­houd­ing’: om te begin­nen gaat het dus niet om iets sta­tisch maar om een han­del­ing, een pro­ces. Een pro­ces waar­van? Niet alleen ‘het begin’, het is een pro­ces van activer­ing, van opwekken, alert zijn, klaar om in actie te komen.

Dit lijkt miss­chien muggen­zif­ter­ij maar het is een heel belan­grijk nuancev­er­schil: een ‘begin­houd­ing’ is op zijn best de vor­mgev­ing waarmee je een serie beweg­in­gen begint; echter, Tai Chi is een kri­jgskun­st, en je opent je vor­muitvo­er­ing dus niet met alleen maar een houd­ing of vor­mgev­ing maar door een totale, men­tale, staat van aan­wezigheid op te wekken. ‘Qi shi’ is dus niet ‘de naam van een houd­ing’ maar al meteen een les in wat je hoe moet doen: de voor­waarde schep­pen ‑fysiek maar zek­er ook men­taal- van waaruit het ver­volg kan plaatsvin­den.

Een extra kant­teken­ing hier­bij is dat ‘fysiek’ niet alleen ver­wi­jst naar de vor­mgev­ing en posi­tioner­ing van het lichaam, maar tevens naar het activ­eren van de inner­lijke processen die mid­dels Qigong zijn ontwikkeld. In één van de Tai Chi-Klassieken beschri­jft Wu Yux­i­ang: “Gebruik de geest om qi te bewe­gen. Geleid qi rustig omlaag, dan kan deze diep in de bot­ten door­drin­gen. Beweeg het lichaam met behulp van qi; laat het vloeiend bewe­gen, dan vol­gt het de geest met gemak”[5]. Deze omschri­jv­ing geeft exact weer wat ‘qi shi’ is en doet.

Lan que wei

‘Lan que wei’ wordt door­gaans ver­taald als ‘gri­jp de mus bij de staart’, een recht­streeks gevolg van de Chi­nese schri­jfwi­jze. Daar zijn een aan­tal din­gen over te zeggen.

Om te begin­nen: in de ‘oude sti­jl’ ‑in feite de Chen-sti­jl- heet de voor­ganger waar deze han­del­ing haar vor­mgev­ing aan heeft ontleend ‘lan zha yi’. Dit betekent, vol­gens de alge­meen gang­bare Chi­nese schri­jfwi­jze, ‘op je gemak je gewaad instop­pen’; het zou ver­wi­jzen naar de lange gewaden die men droeg en die in de weg zouden zit­ten tij­dens het vecht­en, reden waarom je ‑voor het gevecht begint- eerst het onder­ste deel van dat gewaad in je gordel stopt zodat je er niet op kunt gaan staan. Echter, het woord­je ‘lan’ kan ook ‘omvat­tend vasthouden’ beteke­nen (‘zoals Rood­kap­je haar mand­je in de arm draagt’); ‘zha’ betekent ‘vast­pin­nen’ en ‘yi’, anders geschreven dan het woord voor ‘gewaad’, betekent dan ‘hij daar’. Het is dus een func­tieom­schri­jv­ing die je uitlegt hoe je de ander ‘omvat’ en ‘vast­pint’.

Van ‘lan zha yi’ naar ‘lan que wei’ lijkt een grote stap, zek­er als je naar het West­erse alfa­bet kijkt. Echter, in het Chi­nees, en zek­er als het niet ‘op zijn hogeschools wordt uit­ge­spro­ken’, kun­nen deze twee namen bij­na het­zelfde klinken. Zo zien we dat Gu Liux­ing, een beroemd Tai Chi-his­tori­cus en ‑meester, zelfs nog in de jaren tachtig van de vorige eeuw de naam ‘lan que wei’ hele­maal niet gebruikt maar in plaats daar­van de oud­ere term ‘lan zha yi’ hanteert[6].

NB Overi­gens hanteert Gu meer para­lellen met de ‘oude sti­jl’: net als in de Chen-sti­jl laat Gu de naam ‘qi shi’ door­lopen tot en met de eerste ‘lan que wei’-handeling.

Wat de beteke­nis van de naam betre­ft staat er in de Tai Chi-Klassieken geschreven: “Peng, lü, ji en an wor­den geboren uit lan que wei”[7]. ‘Lan que wei’ ‑in de beteke­nis van ‘gri­jp de mus bij de staart’- ref­er­eert aan iets wat ‘elke Chi­nees kent’, namelijk het beeld van de gepen­sioneerde man in het park die daar zit te schak­en ter­wi­jl hij zijn vogelt­je in een kooit­je heeft meegenomen. Dat vogelt­je laat hij eruit (het vliegt uit zichzelf wel weer terug) en laat hij op zijn hand lan­den. Ver­vol­gens toont de man zijn vrien­den hoe bedreven hij is in het vogelt­je aan zijn hand lat­en ‘kleven’: een vogel heeft lift nodig onder zijn vleugels om op te kun­nen sti­j­gen maar door op het juiste moment de hand omhoog of omlaag te bren­gen kan het dier geen afzet gener­eren om die lift te kri­j­gen. De op en neer-gaande beweg­ing van de hand lijkt op het op en neer gaan van de armen in ‘lan que wei’, en van­daar deze dichter­lijke naamgev­ing. Daar­naast kun­nen we in het Chi­nees ‘lan que wei’ een tikkelt­je anders schri­jven. ‘Lan’ betekent dan ‘omvat­ten’, ‘que’ is zoi­ets als een sterke beves­tig­ing of uitroepteken en ‘wei’ betekent nu ‘omsin­ge­len’: je omvat en omsin­gelt de tegen­stander. Zo is de naam ‘lan que wei’ tevens een func­tieom­schri­jv­ing, een instruc­tie zo men wil.

Dan bian

‘Dan bian’ wordt door­gaans in het Chi­nees geschreven met de karak­tertekens die zoveel beteke­nen als ‘enkele zweep’. De moti­vatie daar­voor wordt vaak uit­gelegd aan de hand van de beweg­ing, die vanu­it de rechter­voet naar de link­er­hand zou gol­ven ‘als een zweep’.

Echter, de meester T.Y. Pang geeft, als alter­natieve schri­jfwi­jze, ‘veran­der­ing van het cinnaber’, wat hij zelf ‘ver­taalt’ als ‘veran­der­ing van energie’. Daarmee ver­wi­jst Pang naar het feit dat, gedurende deze beweg­ing, de energie in de onder­buik veran­dert. ‘Cinnaber’ is een term uit de interne alchemie die ver­wi­jst naar het dant­ian (‘cinnaber-veld’).

Door ‘dan bian’ met wéér andere Chi­nese karak­tertekens te schri­jven wordt het een uit­leg van de func­tie: ‘strijken met de flank’.

Ti shou

‘Ti shou’ betekent ‘til de han­den op’ en is een voor­beeld van een tech­nis­che term (zie pag­i­na 5). Tech­nis­che namen hebben een beteke­nis die twee kan­ten op gaat: enerz­i­jds wordt er beschreven wat je zelf doet, anderz­i­jds geeft de naam weer wat de ander daar­door onder­gaat.

Bai he liang chi

‘Bai he liang chi’ –‘de witte kraan­vo­gel verkoelt haar vleugels’- is een voor­beeld van een dichter­lijke naam (zie pag­i­na 5), en gaat al heel ver terug in de geschiede­nis; de naam komt dan ook in diverse sti­jlen ‑niet alleen ‘interne’- voor. Het wordt in alle gevallen gebruikt als omschri­jv­ing van een beweg­ing waar­bij bei­de armen wor­den gespreid. Het woord­je ‘liang’ is hierin een sleutel­wo­ord. Dit woord wordt namelijk ook gebruikt in de Chi­nese opera ‑het vroegere equiv­a­lent van de heden­daagse actiefilms- en staat voor de houd­ing die de held aan­neemt nadat hij op het podi­um is gekomen en zich aan het pub­liek pre­sen­teert: die ‘liang’-houding ziet er bij­na pre­cies het­zelfde uit als de ‘bai he liang chi’-positie in Chen- en Yang-sti­jl Tai Chi.

NB Dichter­lijke namen geven geen uit­leg over de func­tie.

Lou xi ao bu

De naam van deze stap, ‘lou xi ao bu’, valt onder de cat­e­gorie tech­nis­che namen en wordt vaak ver­taald als ‘strijk langs de knie met een draaistap’. Dit is slechts ten dele cor­rect. Het derde karak­terteken dat wordt weergegeven als ‘ao’ kan namelijk op twee manieren wor­den uit­ge­spro­ken, en is daar­door twee ver­schil­lende woor­den: ‘ao’ (in de vierde toon) betekent zoveel als ‘draaien’, maar je kunt het karak­terteken ook uit­spreken als ‘yao’ (in de derde toon). ‘Yao’ betekent ‘trekken, sleuren, afbreken, plukken (als bij een bloem)’.

NB Voor het gemak bli­jf ik hier ‘ao’ schri­jven maar duidelijk moge zijn dat ik daarmee zow­el ‘ao’ als ‘yao’ bedoel!

Zoals alti­jd in zulke gevallen is het niet een kwest­ie van kiezen tussen ‑in dit geval- ‘ao’ en ‘yao’ maar moet de ver­tal­ing tegelijk­er­ti­jd bei­de betekenis­sen beschri­jven. Zo leren we aan de hand van deze naam dat de han­del­ing een draaiend-afbrek­ende, ‘knap­pende’ func­tie heeft en niets te mak­en heeft met een ‘draaistap’.

Het mis­ver­stand komt voort uit hoe de term in zijn totaal gelezen wordt: ‘lou xi ao bu’ wordt vri­jwel automa­tisch opgedeeld in ‘lou xi’ (in de pop­u­laire ver­tal­ing: ‘strijken langs de knie’) en ‘ao bu’ (‘draaistap’); echter, in feite moet de opdel­ing als vol­gt: ‘lou xi ao’ en ‘bu’ (‘bu’ betekent ‘stap’). Het is dus een ‘lou xi ao’-stap, wat dan weer een duidelijkere uit­leg geeft over de func­tie.

Het ‘lou xi’-gedeelte van de naam wordt door­gaans ver­taald als ‘strijken langs de knie’, maar dat is erg vreemd en onjuist: het woord­je ‘langs’ stáát namelijk ner­gens. Wat er wel staat is ‘knie strijken’; dat kan wel ‘langs de knie’ beteke­nen, maar voor het­zelfde geld is het te lezen als ‘van de knie’ of ‘met de knie’. Verder kent het Chi­nees geen enkel- of meer­voud, dus het kan net zo goed ver­taald wor­den als ‘knieën strijken’. Het is die laat­ste uit­leg die recht doet aan de func­tie: met de eigen knie wordt de knie van de ander geblok­keerd ter­wi­jl, tegelijk­er­ti­jd, aan de bovenkant ons lichaam iet­wat wringt waar­door het lichaam van de ander wordt ‘gedraaid en gebro­ken’. Ook hier weer geeft de tech­nis­che naam dus tegelijk­er­ti­jd duid­ing over wat we zelf doen èn over wat de ander onder­gaat[8].

Shou hui pipa

‘Shou hui pipa’ is een voor­beeld van een mengvorm van dichter­lijke en tech­nis­che namen, en betekent ‘han­den spe­len de (Chi­nese) luit’. Een Chi­nese luit lijkt een beet­je op een gitaar maar wordt ver­ti­caal vast­ge­houden, en de beweg­ing lijkt daar­door op het langs de snaren strijken van dit instru­ment.

In de Tai Chi-Klassieken schri­jft de meester Yang Ban­hou dat ‘shou hui pipa’ een door­borende en neu­tralis­erende ‘jing’ heeft[9]. Hoewel Chen Yan­lin, de eerste auteur die uit­ge­brei­de infor­matie over de Yang-sti­jl Tai Chi ‘ver­raadt’ aan het pub­liek, beschri­jft hoe ‘shou hui pipa’ een soort van armk­lem zou zijn[10] (ik vat zijn uitvo­erige func­tieom­schri­jv­ing even kort samen) is die uit­leg meer bedoeld voor het grote pub­liek; doel van zo’n algemene beschri­jv­ing was niet zozeer een feit­elijke tech­nis­che uit­leg, maar de lez­er een idee geven zodat hij de beweg­ing met inten­tie kon vullen. De tech­nis­che uit­leg moest daar­bij wel moreel ver­ant­wo­ord bli­jven en we vin­den in het werk van Chen dan ook ner­gens een beschri­jv­ing van func­ties die wreed of bloed­dorstig zou kun­nen overkomen.

Yang Ban­hou lost dit morele prob­leem anders op: door een ogen­schi­jn­lijk vage beschri­jv­ing te geven van de ‘energie’ is het aan de lez­er zelf om de func­tie van de han­del­ing in te vullen.

De stap kent, door het ‘strijk­ende’ effect, twee tegengestelde beweg­in­gen. Het deel dat achter­waarts lijkt te gaan (maar in feite op de plaats bli­jft) ‘neu­traliseert’ de inkomende kracht van de ander, ter­wi­jl het deel dat voor­waarts priemt ‘door­boort’: bij ‘shou hui pipa’ wordt de keel van de ander aangevallen en met de vingers door­bo­ord.

Hier geeft het dichter­lijke aspect van de naam tevens een tech­nis­che uit­leg: het schi­jnt zo te zijn (maar weten doe ik het niet) dat, door­dat wan­neer bij iemand de keel wordt doorgesto­ken met de vingers (zoals in deze ‘shou hui pipa’ gebeurt: van­daar de ver­wi­jz­ing naar ‘doorboren’-energie) en de wind­pi­jp bloot komt te liggen, door het ade­men een gelu­id wordt voort­ge­bracht dat ongeveer klinkt als ‘pie-paa’. Van­daar de naam.

Pi shen chui

‘Pi shen chui’ betekent ‘scheren langs het lichaam-slag’ en is een tech­nis­che naam: ze geeft weer wat zow­el mij als de ander overkomt. De ander komt naar voren met zijn aan­val en ik ‘scheer’ daar­langs, ter­wi­jl de ander ook langs mij scheert.

Jin bu ban lan chui

Ook ‘jin bu ban lan chui’ valt in de groep van tech­nis­che namen. Echter, de ver­tal­ing ‘voor­waarts stap­pen, par­eren, weren en slaan’ doet geen recht aan wat er in het Chi­nees gezegd wordt. Dat heeft alles te mak­en met de term ‘jin bu’.

Het Chi­nees is een con­textuele taal. Woor­den hebben natu­urlijk hun alledaagse beteke­nis, maar soms wordt zo’n alledaags woord gebruikt bin­nen het kad­er van een spec­i­fieke dis­ci­pline. Het Chi­nese woord ‘zou’ bijvoor­beeld betekent gewoon ‘lopen’, maar wordt ook in Tai Chi gebruikt. Alleen is de beteke­nis dan een vari­atie op dat ‘lopen’, en daarom wordt in de Tai Chi-Klassieken ook éérst uit­gelegd wat er bin­nen het Tai Chi-denken met ‘zou’ wordt bedoeld; dat doet men door uit te leggen ‘ren gang wo rou, wei zhi zou’: pop­u­lair wordt dit zin­net­je ver­taald met ‘als de ander hard is en ik ben zacht dan is dat ‘mee­gaan’’, maar feit­elijk wordt er uit­gelegd dat als de ander hard is en ik ben zacht, dan beschri­jven we dat met het woord voor ‘lopen’. Het is dus een uit­leg over hoe een bepaald alge­meen gang­baar woord wordt gebruikt als tech­nis­che term.

Bij ‘jin bu’ is iets soort­gelijks aan de hand. Let­ter­lijk ‑in het algemene taal­ge­bruik- betekent het inder­daad ‘voor­waartse stap’; echter, Tai Chi is een kri­jgskun­st en daar­door moet de ter­mi­nolo­gie uit­gelegd wor­den in een kri­jgs- (lees: mil­i­taire) con­text. Een voor­beeld van ‘jin bu’ in mil­i­taire con­text zien we in de film ‘Troy’ (2004): voor de eerste aan­val van de Grieken stellen de Tro­ja­nen zich op voor hun stadsmuur, en wan­neer de Griekse aan­val begint dri­jven de Tro­ja­nen de Grieken terug de zee in. Dát is ‘jin bu’: in mil­i­taire zin ‘opdri­jven’, ‘voor­waarts gaan ter­wi­jl je de druk er op houdt’.

‘Jin bu ban lan chui’ is onlos­make­lijk ver­bon­den aan, en een onmid­del­lijk ver­volg op, de voor­gaande han­del­ing ‘pi shen chui’, en daar­door valt in som­mige Tai Chi-stro­min­gen de naamgev­ing van ‘pi shen chui’ (maar daar­door ook de func­tie-uit­leg) weg[11].

Ru feng si bi

‘Ru feng si bi’ wordt pop­u­lair ‘ver­taald’ als ‘schi­jn­bare sluit­ing’. Hoewel de naam op ver­fraaide wijze vertelt wat er gebeurt en daar­door wat dichter­lijk lijkt is het een tech­nis­che term, omdat hij tegelijk­er­ti­jd omschri­jft wat jij doet èn wat de ander onder­gaat.

Wat er let­ter­lijk staat is ‘zoals je ‘feng’, zo doe je ‘bi’’, of, iet­wat kor­ter maar min­der let­ter­lijk: ‘’bi’ op de manier van ‘feng’’.

Zow­el ‘feng’ als ‘bi’ kun­nen wij in het Ned­er­lands nauwelijks anders ver­tal­en als ‘dicht­doen’ of ‘sluiten’, maar de twee woor­den duiden in het Chi­nees op ver­schil­lende manieren van sluiten. Bij ‘feng’ kun je denken aan hoe iemand uit het raam van een oud huis hangt en dan de luiken sluit door bei­de armen kruis­lings naar elka­ar toe te bewe­gen; echter, ‘feng’ wordt bin­nen de kri­jgskun­sten gebruikt als term voor ‘afhouden’ of ‘afscher­men’, zoals een bokser zijn bei­de armen naar elka­ar toe brengt om de sla­gen van de ander daarop op te van­gen en zo de aan­val af te houden. Al met al geeft ‘feng’ dus in één woord zow­el een visuele uit­leg (‘alsof je de ramen sluit’) als een prak­tis­che (‘houd de ander op afs­tand’).

Bij ‘bi’ gaat het meer om iets dichtkni­jpen en afs­luiten, zoals je een water­slang dichtkni­jpt waar­door het water niet meer verder kan; ‘kni­jpend sluiten’ is een lelijke, maar meer cor­recte weer­gave. ‘Bi’ is een vak­term uit qin­na (de kun­st van breek- en klemtech­nieken), dianx­ue (het manip­uleren van acupunc­tu­ur­pun­ten voor gevechts­doelein­den) en uit de tra­di­tionele Chi­nese medici­j­nen­leer (waar het ‘stag­natie’ betekent, ook een vorm van ‘ges­loten zijn’) en moet hier dan ook op die manier wor­den begrepen[12].

De volledi­ge naam leert ons dat je ‑vol­gens de uit­leg van Yang Ban­hou[13]- de ander afhoudt ‘op de manier hoe je de luiken sluit’ (lees: met gekruiste armen) en hoe je hem opsluit in zijn cen­trum waar­bij je, omge­keerd bezien, de armen van de ander kruist en je eigen cen­trum beschermt.

Shizi shou

‘Shizi shou’ is een dichter­lijke naam die geen enkele uit­leg geeft over de func­tie (die in feite een ‘feng’, een ‘afhouden’, is) maar die de visuele vorm beschri­jft: ‘shizi’ betekent ‘het karak­terteken ‘tien’’ en ‘shou’ betekent ‘han­den’- je houdt je han­den in de vorm van het karak­terteken voor het getal tien. Dit schri­jf je als een kruis 十 en van­daar de naam.

[1] (Liang, 1995), p. 171.

[2] (Ames, 1993), p. 71–82.

[3] (Ames, 1993), p. 81.

[4] (Liang, 1995), p. 1461.

[5] Voor de orig­inele tekst zie (Yang, 2001), p.1. Ver­tal­ing van de orig­inele tekst van mijzelf; in de ver­tal­ing van Yang zit­ten serieuze fouten.

[6] (Gu, 1982), p. 109.

[7] (Wu, 1975), p. 5.

[8] (Jansen, 2011), p. 79–83.

[9] (Wu, 1975), p. 5; ver­taald in (Jansen, 2011), p. 112.

[10] (Chen, 1943), p. 88; ver­taald in (Jansen, 2011), p. 148–149.

[11] Zie bijvoor­beeld (Yang Z. , 1991), p. 64.

[12] (Jansen, 2011), p. 85–87.

[13] (Wu, 1975), p.5; ver­taald in (Jansen, 2011), p.125–126.

Verwijzingen

Ames, R. T. (1993). Sun-tzu — The Art Of War­fare. New York: Bal­lan­tine Books.

Gu, L. (1982). Tai­ji­quan Shu. Shang­hai: Shang­hai Jiaoyu Chuban­she.

Jansen, R. (2011). De 108-vorm Yang-sti­jl Tai Chi — over tek­sten en toepassin­gen. Den Haag: de School van de Kraan­vo­gel.

Liang, S.-C. (1995). Far East Chi­nese-Eng­lish Dic­tio­nary. Tai­wan: Far East Book Co.

Pang, T. (1987). On Tai Chi Chuan. Wash­ing­ton: Aza­lea Press.

Wile, D. (1983). T’ai-chi Touch­stones — Yang Fam­i­ly Secret Trans­mis­sions. New York: Sweet Ch’i Press.

Wu, M. (1975). tai­ji­quan jiu jue zhu xie. Hong Kong: Taip­ing Ju Chuban.

Yang, J.-M. (2001). Tai Chi Secrets of the Wu & Li Styles. Boston: YMAA Pub­li­ca­tion Cen­ter.

Filosofie, Instructie, Zegswijzen

Loslaten

De meest veelz­i­jdi­ge van alle uit­sprak­en is ‘loslat­en!’ Er zijn twee manieren waarop deze uit­spraak wordt gebruikt.

De eerste uit­leg is sim­pel en let­ter­lijk: niet langer vasthouden dan nodig. Wat het dan ook is dat je vasthoudt.

In het ver­lengde daar­van moet ik denken aan hoe ik ooit in een natu­ur­film zag hoe jonge men­sapen zich, na hun geboorte, onmid­del­lijk vastk­lam­p­en aan hun moed­er. Bij ons, verre neven van die apen, lijkt dit niet meer voor te komen maar toch kun je aan baby’s merken dat het niet ècht verd­we­nen is. Let maar eens op de vas­theid en opmerke­lijke kracht van hun greep, en de neig­ing om vuist­jes te mak­en. Iets vast­pakken is dan ook iets dat we van nature in ons hebben en daarmee ook, in over­drachtelijke zin, het alti­jd ergens grip op willen hebben.

In de ogen van velen is vechtkun­st een doel­gerichte vaardigheid. Doel­gericht, want we wor­den aangevallen en willen onszelf verdedi­gen. Dat alleen is al een doel. Tij­dens de verdedi­gende han­delin­gen zien we mogelijkhe­den hoe we kun­nen blokkeren, ontsnap­pen of waar we de ander kun­nen tre­f­fen. Ook dat zijn doe­len die we onszelf stellen. We willen win­nen, niet ver­liezen. Alweer een doel. Al deze doe­len zijn in feite ideeën; we wor­den omge­gooid omdat we het idee van staan had­den, dat idee is ver­sto­ord ger­aakt en ver­vol­gens bli­jven we onszelf ‑ondanks het omvallen- vastk­lam­p­en aan dat idee van staan. Zodoende streven we naar overeind bli­jven, en in die zin is het vasthouden aan een idee dus in principe een goed iets: nie­mand wil omvallen.
Maar dat is pre­cies wat er gebeurt, juist omdat we vast bli­jven houden aan het idee van staan.

In vechtkun­st geldt dat wan­neer ik de han­del­ing ‘slaan’ uitvo­er, dan is dat niet in het wilde weg maar naar een bepaald doel: de buik bijvoor­beeld, of het gezicht. Er zit dus een idee achter de han­del­ing, de han­del­ing ‑het slaan- zelf heeft een bepaalde inten­tie en ook inten­tie is een idee. In veel andere scholen word je erop getraind om ‘doel­gericht’ te bli­jven, om vast te houden aan de ideeën die je hebt ingezet ‘want alleen op die manier bereik je suc­ces’. Onzin: het is juist dé manier om je onder­gang tege­moet te gaan. Want wan­neer ik mis bli­jf ik net iets te lang op mijn aan­vanke­lijke doel gericht omdat ik niet alleen mijn arm, maar ook mijn idee moet her­roepen. Daar­door ben ik niet op tijd om te rea­geren op de reac­tie van de tegen­stander omdat ik nog vasthoud aan mijn idee.
En waar het de grotere lij­nen van het gevecht ‑en miss­chien zelfs wel van ‘het lev­en’- betre­ft betekent het dat ik, wan­neer ik vastz­it in mijn doel­gerichtheid, in mijn idee, ik blind ben voor de alter­natieve mogelijkhe­den. Sim­pel­weg omdat ik ze niet wil zien.

‘Loslat­en’ betekent dan ook zoveel meer dan alleen maar ‘niet vasthouden’; het betekent ook dat je niet probeert te forceren wat je wil hebben maar wat (in ieder geval op dat moment) buiten bereik ligt, en dat je juist dat doet wat jou wordt aange­bo­den en voor de voeten komt.
Loslat­en gaat dan ook over het bewan­de­len ‑over het toes­taan- van de makke­lijke weg. En dat is heel moeil­ijk.

Voor de tweede manier om ‘loslat­en’ te begri­jpen moeten we wat filosofis­ch­er te werk gaan. Daar wil ik je in meen­e­men aan de hand van twee voor­beelden.

Het eerste voor­beeld is de tijd.

Wij mensen hebben een tijds­be­sef. De zon gaat op, de zon gaat onder, en aan de hand daar­van bepalen we onze afsprak­en. In de kern is dat een natu­urlijk pro­ces: som­mige prooien vang je ’s nachts, andere in de vroege ocht­end, enzovoorts. Als je er niet op de juiste tijd bent vang je niks en kri­jg je honger. Lat­er werd dat voor een deel ver­legd naar het juiste zaai- of oogst­mo­ment in het jaar, maar het idee bleef het­zelfde.

Echter, ergens in de geschiede­nis zijn we die tijd gaan ‘van­gen’, we zijn haar gaan benoe­men. We hebben klok­jes gemaakt met streep­jes erop, die streep­jesin­del­ing zijn we ‘de tijd’ gaan noe­men en ver­vol­gens hebben we de èchte tijd naast ons neergelegd. Waar we zouden moeten slapen als het donker is en actief zijn tij­dens het daglicht zijn we regelt­jes gaan mak­en die ons opleggen dat we tussen die en die streep­jes moeten werken, van zus-tot-zo laat moeten slapen, enzovoorts. We zijn machines gaan mak­en die vol­gens die regelt­jes werken en die machines ‑of ‘machiner­ieën’ waar het maatschap­pelijke of werkprocessen betre­ft- zijn afhanke­lijk van onze bedi­en­ing, dus wij dwin­gen onszelf weer bin­nen die machineregelt­jes. We hebben de tijd gecon­sta­teerd, daar een matrix over­heen gelegd die vak­er niet dan wel overeen­stemt met het orig­i­neel en ver­vol­gens zijn we vol­gens die kun­st­matige, zelfver­zon­nen matrix gaan lev­en. We hebben de natu­ur volledig naast ons neergelegd en verzwakken onze gevoe­ligheid en onze natu­urlijke energie door buiten het ritme van de wereld ron­dom ons te lev­en.

Een tweede voor­beeld is de natu­ur en hoe wij ermee omgaan.

Wij hebben een bepaald gevoel van belan­grijkheid, ja zelfs van arro­gantie; we noe­men onszelf zelfs ‘de kroon van de schep­ping’. Maar die zoge­naamde belan­grijkheid heeft gemaakt dat wij alles om ons heen kapot denken te mogen mak­en. Eén van de gevol­gen daar­van is een veran­der­ing in ons leefm­i­lieu, in wat wij ‘de natu­ur’ noe­men. De vervuil­ing die wij toevoe­gen aan de natu­urlijke uit­stoot­processen heeft ver­snel­lende negatieve invloed op dat leefm­i­lieu.

Inmid­dels zijn we zover dat we waarne­men dat de seizoe­nen veran­deren, en we zeggen zelfs “de natu­ur is van slag”. Maar dat is onzin, de natu­ur is hele­maal niet van slag: ze fluctueert, ze gaat mee met de input (onder andere de door ons gepro­duceerde vervuil­ing) die ze kri­jgt, en ze veran­dert in een tem­po dat hoo­gu­it zo langza­am gaat dat wij het niet als natu­urlijke golf­be­weg­ing herken­nen omdat we te kort lev­en en waarne­men. Maar ergens was er ooit een idioot die het in zijn hoofd haalde om zak­en te benoe­men: van dan tot dan is het win­ter en dan hoort er sneeuw te vallen, van dan tot dan is het zomer en dan moet het lekker warm zijn. Nu komt onze aarde in een ander deel van haar golf­be­weg­ing (al of niet door ons ‘geholpen’) en in plaats van dat wij ons nu aan­passen aan hoe de natu­ur zich gedraagt willen wij haar dwin­gen om bin­nen onze gefan­taseerde win­ter-en-zomer-regelt­jes te bli­jven.

Deze twee voor­beelden illus­tr­eren een filosofisch soort ‘loslat­en’. Wij hebben eerst een matrix gemaakt die kun­st­matig is (ons idee van de tijd of van het ritme van de natu­ur) en ver­vol­gens gaan we ons naar die matrix gedra­gen in plaats van naar de ware aard áchter die matrix: de echte tijd of de ware natu­ur.

Vechtkun­st gaat over het hanteren van dergelijke kun­st­matige matrix­en. We houden ons niet bezig met hoe een beweg­ing feit­elijk ver­loopt, hoe de golf­be­weg­ing die de inter­ac­tie tussen ons en de ander is heen en weer pulseert. We zien alleen maar de ‘ik ben goed en hij is slecht’-emotie, we voe­len alleen maar de angst of woede (of bei­de) en wor­den blind voor het feit­elijke ver­loop van de inter­ac­tie. We hebben regelt­jes gemaakt in de zin van wel of niet sportief zijn en het vecht­en volledig ont­trokken aan wat vecht­en eigen­lijk is. Het is niet voor niks dat de Daode­jing begint met “道可道非常道” – dao ke dao fei chang dao: ‘de weg die in woor­den gevat kan wor­den is niet de bestendi­ge weg’. Woor­den zijn een kun­st­matige matrix die de mens oplegt aan haar omgev­ing, om ver­vol­gens aan dat kun­st­matige vast te houden en de ware aard van diezelfde omgev­ing te ver­geten.

‘Loslat­en’ gaat dan ook over ‘ophouden te willen begri­jpen’, te ‘be-gri­jpen’; laat het idee van willen win­nen of niet willen ver­liezen los, laat je ang­sten en woede los, laat je ideeën over hoe te han­de­len los; en kijk ‑nee: voel- de inter­ac­tie.

Let go of the matrix.

Scroll naar boven