de School van de Kraanvogel

vormen

Instructie, Lerarenopleiding, Neidan, Principes, Roel Jansen, Tai Chi, vormen

Duurtraining 108-vorm

Er zijn al artikelt­jes en blog-post­ings van de School van de Kraan­vo­gel sinds begin 2000. Hieron­der een repost van een post van maandag 5 juli 2010.
De afbeeld­ing is lat­er toegevoegd.

Afgelopen zater­dag was het dan zover: het was tijd voor de beloofde duur­train­ing in de 108-vorm Yang-sti­jl Tai Chi.
Onze duur­train­ing is gebaseerd op een ver­haal over Yang Cheng­fuwiki, waarin door een oogge­tu­ige wordt verteld hoe hij met een vriend ‘de vorm’ 12 keer liep. Dat is dus twaalf keer maal ongeveer een half uur per uitvo­er­ing: dan zit je op zes (!) uur con­tinu.

Voor ons, ster­fe­lijke men­sjes, is drie uur echter al heel wat.

In die drie uur hebben we eerst tweemaal de vorm nor­maal gelopen en daar­na een keer in ‘fotografeer-tem­po’: elke posi­tie wordt ongeveer drie, vier rustige ademhalin­gen aange­houden. Je kunt dan jezelf con­trol­eren op de manier die je wilt: je houd­ing en con­struc­tie bijvoor­beeld, of ‑zoals ikzelf meestal doe- je ademhal­ing verder ‘je voet­zolen in’ lat­en zinken.
Op deze manier duurt het volledig door­lopen van de vorm ongeveer een uur en ik kan je verzek­eren: je staat te trillen op je benen en het zweet gutst aan alle kan­ten. Heer­lijk.

En daar­na hebben we uit­er­aard de drie uur vol­ge­maakt met opnieuw de vorm in nor­maal tem­po lopen. Overi­gens, voor­gaande keren hebben we veel gespeeld met tem­po-wis­selin­gen; de com­plete vorm bijvoor­beeld een keer bin­nen de vijf minuten lopen, of hem lopen met een voort­durend ‘laden — loslat­en’. Maar er waren dit­maal een paar mensen bij die de vorm nog niet zo goed beheer­sten, en er waren mensen bij van de ‘Kraanvogel’-school uit Best en ik wist niet of zij die tem­powis­selin­gen al eens een keer had­den geoe­fend.

In ieder geval was het weer ontzettend leuk en leerza­am om gedaan te hebben, en ik zie nu al uit naar de vol­gende duur­train­ing in decem­ber!

Naschrift: 

Dit gaat over een oefens­essie die we vijf­tien jaar gele­den ooit gedaan hebben en ik zeg je: het was zwáár. En dan hebben we nog niet eens gevarieerd in oefen­hoogte — immers, het staat geschreven dat Tai Chi getraind werd in de drie hoogtes hoog, mid­den en laag waar­bij ‘mid­den’ de oefen­hoogte is die tegen­wo­ordig als dé manier wordt gezien. 

Instructie, Lerarenopleiding, Tai Chi, vormen

de namen van de vorm

De ler­areno­plei­d­ing ‘Tai Chi’ van mijn School van de Kraan­vo­gel gaat niet alleen over prak­tis­che vaardighe­den, immers, je moet straks als ler­aar je leer­lin­gen ook iets te vertellen hebben. Niet alleen ‘dit moet zus en dat moet zo’, maar ook waaróm iets zus of zo moet. Wat doe je waarom, waar komt die infor­matie van­daan, enzovoorts. Je moet ver­halen ron­dom de han­delin­gen weten te vertellen, soms omdat dat nut­tige infor­matie is en soms gewoon, omdat je ook een enter­tainende func­tie hebt.

Van­daar dat de ler­areno­plei­d­ing qua the­o­rie neigt naar acad­emisch niveau, en dat begint met ken­nis van, maar zek­er ook óver, de namen. Hieron­der een kort stuk­je uit de eerste les van aankomende woens­dag.

De namen van Tai Chi — het eerste deel van de vorm

Qi shi

Vaak wordt deze beweg­ing­shoud­ing ver­taald als ‘begin­houd­ing’; dat is niet ver­keerd maar zek­er niet hele­maal cor­rect. De oorza­ak daar­van ligt in onze asso­ci­atie met het woord ‘houd­ing’: dat sug­gereert een sta­tisch iets, een stand­beeld bijvoor­beeld ‘staat in een houd­ing’. Maar het Chi­nese woord ‘shi’ impliceert heel iets anders: een ‘shi’ is de vorm waarin bijvoor­beeld een groep­je spe­cial­is­ten, zoals speervechters, zich in de slaglin­ie opstelt tij­dens een veld­slag: ze bewe­gen zich in die vor­mgev­ing die, wan­neer de omstandighe­den dat vereisen, zich onmid­del­lijk kan wijzi­gen in een ándere vor­mgev­ing of opstelling.

Ook in de woor­den­boeken kom je niets tegen dat op ‘posi­tie’ of ‘houd­ing’ duidt. De gegeven beteke­nis omvat: Kracht, invloed; een ten­dens; natu­urlijke kwaliteit­en (vb. de natu­urlijke kwaliteit­en van een berg); sit­u­atie, omstandigheid; een teken/signaal (van: ‘een teken/signaal geven’) de man­nelijke ges­lachts­de­len[1].

Roger T. Ames geeft, in zijn boek ‘Sun-tzu – The Art Of War­fare’, in de inlei­d­ing de vol­gende ‘clus­ter of mean­ings’: Aspect, sit­u­atie, omstandighe­den; aan­leg, con­fig­u­ratie, uiter­lijke vorm; kracht, invloed, momen­tum, autoriteit; strate­gisch voordeel, aankoop.

Daar­bij merkt hij terecht op dat wij niet moeten ver­tal­en door één van deze betekenis­sen te selecteren maar door te begri­jpen hoe ‘shi’ al die betekenis­sen tegelijk omvat[2]. Dat doet Ames door ‘shi’ uit te leggen als ‘die samen­stelling van voor­waar­den die onze sit­u­atie definieert’[3].

Het eerste deel van de term, ‘qi’, betekent inder­daad zoveel als ‘begin­nen’ maar tegelijk­er­ti­jd ook zoveel als ‘omhoog komen, opstaan, in opstand komen’[4].

Deze twee woor­den bij elka­ar genomen beteke­nen dus veel méér dan ‘begin­houd­ing’: om te begin­nen gaat het dus niet om iets sta­tisch maar om een han­del­ing, een pro­ces. Een pro­ces waar­van? Niet alleen ‘het begin’, het is een pro­ces van activer­ing, van opwekken, alert zijn, klaar om in actie te komen.

Dit lijkt miss­chien muggen­zif­ter­ij maar het is een heel belan­grijk nuancev­er­schil: een ‘begin­houd­ing’ is op zijn best de vor­mgev­ing waarmee je een serie beweg­in­gen begint; echter, Tai Chi is een kri­jgskun­st, en je opent je vor­muitvo­er­ing dus niet met alleen maar een houd­ing of vor­mgev­ing maar door een totale, men­tale, staat van aan­wezigheid op te wekken. ‘Qi shi’ is dus niet ‘de naam van een houd­ing’ maar al meteen een les in wat je hoe moet doen: de voor­waarde schep­pen ‑fysiek maar zek­er ook men­taal- van waaruit het ver­volg kan plaatsvin­den.

Een extra kant­teken­ing hier­bij is dat ‘fysiek’ niet alleen ver­wi­jst naar de vor­mgev­ing en posi­tioner­ing van het lichaam, maar tevens naar het activ­eren van de inner­lijke processen die mid­dels Qigong zijn ontwikkeld. In één van de Tai Chi-Klassieken beschri­jft Wu Yux­i­ang: “Gebruik de geest om qi te bewe­gen. Geleid qi rustig omlaag, dan kan deze diep in de bot­ten door­drin­gen. Beweeg het lichaam met behulp van qi; laat het vloeiend bewe­gen, dan vol­gt het de geest met gemak”[5]. Deze omschri­jv­ing geeft exact weer wat ‘qi shi’ is en doet.

Lan que wei

‘Lan que wei’ wordt door­gaans ver­taald als ‘gri­jp de mus bij de staart’, een recht­streeks gevolg van de Chi­nese schri­jfwi­jze. Daar zijn een aan­tal din­gen over te zeggen.

Om te begin­nen: in de ‘oude sti­jl’ ‑in feite de Chen-sti­jl- heet de voor­ganger waar deze han­del­ing haar vor­mgev­ing aan heeft ontleend ‘lan zha yi’. Dit betekent, vol­gens de alge­meen gang­bare Chi­nese schri­jfwi­jze, ‘op je gemak je gewaad instop­pen’; het zou ver­wi­jzen naar de lange gewaden die men droeg en die in de weg zouden zit­ten tij­dens het vecht­en, reden waarom je ‑voor het gevecht begint- eerst het onder­ste deel van dat gewaad in je gordel stopt zodat je er niet op kunt gaan staan. Echter, het woord­je ‘lan’ kan ook ‘omvat­tend vasthouden’ beteke­nen (‘zoals Rood­kap­je haar mand­je in de arm draagt’); ‘zha’ betekent ‘vast­pin­nen’ en ‘yi’, anders geschreven dan het woord voor ‘gewaad’, betekent dan ‘hij daar’. Het is dus een func­tieom­schri­jv­ing die je uitlegt hoe je de ander ‘omvat’ en ‘vast­pint’.

Van ‘lan zha yi’ naar ‘lan que wei’ lijkt een grote stap, zek­er als je naar het West­erse alfa­bet kijkt. Echter, in het Chi­nees, en zek­er als het niet ‘op zijn hogeschools wordt uit­ge­spro­ken’, kun­nen deze twee namen bij­na het­zelfde klinken. Zo zien we dat Gu Liux­ing, een beroemd Tai Chi-his­tori­cus en ‑meester, zelfs nog in de jaren tachtig van de vorige eeuw de naam ‘lan que wei’ hele­maal niet gebruikt maar in plaats daar­van de oud­ere term ‘lan zha yi’ hanteert[6].

NB Overi­gens hanteert Gu meer para­lellen met de ‘oude sti­jl’: net als in de Chen-sti­jl laat Gu de naam ‘qi shi’ door­lopen tot en met de eerste ‘lan que wei’-handeling.

Wat de beteke­nis van de naam betre­ft staat er in de Tai Chi-Klassieken geschreven: “Peng, lü, ji en an wor­den geboren uit lan que wei”[7]. ‘Lan que wei’ ‑in de beteke­nis van ‘gri­jp de mus bij de staart’- ref­er­eert aan iets wat ‘elke Chi­nees kent’, namelijk het beeld van de gepen­sioneerde man in het park die daar zit te schak­en ter­wi­jl hij zijn vogelt­je in een kooit­je heeft meegenomen. Dat vogelt­je laat hij eruit (het vliegt uit zichzelf wel weer terug) en laat hij op zijn hand lan­den. Ver­vol­gens toont de man zijn vrien­den hoe bedreven hij is in het vogelt­je aan zijn hand lat­en ‘kleven’: een vogel heeft lift nodig onder zijn vleugels om op te kun­nen sti­j­gen maar door op het juiste moment de hand omhoog of omlaag te bren­gen kan het dier geen afzet gener­eren om die lift te kri­j­gen. De op en neer-gaande beweg­ing van de hand lijkt op het op en neer gaan van de armen in ‘lan que wei’, en van­daar deze dichter­lijke naamgev­ing. Daar­naast kun­nen we in het Chi­nees ‘lan que wei’ een tikkelt­je anders schri­jven. ‘Lan’ betekent dan ‘omvat­ten’, ‘que’ is zoi­ets als een sterke beves­tig­ing of uitroepteken en ‘wei’ betekent nu ‘omsin­ge­len’: je omvat en omsin­gelt de tegen­stander. Zo is de naam ‘lan que wei’ tevens een func­tieom­schri­jv­ing, een instruc­tie zo men wil.

Dan bian

‘Dan bian’ wordt door­gaans in het Chi­nees geschreven met de karak­tertekens die zoveel beteke­nen als ‘enkele zweep’. De moti­vatie daar­voor wordt vaak uit­gelegd aan de hand van de beweg­ing, die vanu­it de rechter­voet naar de link­er­hand zou gol­ven ‘als een zweep’.

Echter, de meester T.Y. Pang geeft, als alter­natieve schri­jfwi­jze, ‘veran­der­ing van het cinnaber’, wat hij zelf ‘ver­taalt’ als ‘veran­der­ing van energie’. Daarmee ver­wi­jst Pang naar het feit dat, gedurende deze beweg­ing, de energie in de onder­buik veran­dert. ‘Cinnaber’ is een term uit de interne alchemie die ver­wi­jst naar het dant­ian (‘cinnaber-veld’).

Door ‘dan bian’ met wéér andere Chi­nese karak­tertekens te schri­jven wordt het een uit­leg van de func­tie: ‘strijken met de flank’.

Ti shou

‘Ti shou’ betekent ‘til de han­den op’ en is een voor­beeld van een tech­nis­che term (zie pag­i­na 5). Tech­nis­che namen hebben een beteke­nis die twee kan­ten op gaat: enerz­i­jds wordt er beschreven wat je zelf doet, anderz­i­jds geeft de naam weer wat de ander daar­door onder­gaat.

Bai he liang chi

‘Bai he liang chi’ –‘de witte kraan­vo­gel verkoelt haar vleugels’- is een voor­beeld van een dichter­lijke naam (zie pag­i­na 5), en gaat al heel ver terug in de geschiede­nis; de naam komt dan ook in diverse sti­jlen ‑niet alleen ‘interne’- voor. Het wordt in alle gevallen gebruikt als omschri­jv­ing van een beweg­ing waar­bij bei­de armen wor­den gespreid. Het woord­je ‘liang’ is hierin een sleutel­wo­ord. Dit woord wordt namelijk ook gebruikt in de Chi­nese opera ‑het vroegere equiv­a­lent van de heden­daagse actiefilms- en staat voor de houd­ing die de held aan­neemt nadat hij op het podi­um is gekomen en zich aan het pub­liek pre­sen­teert: die ‘liang’-houding ziet er bij­na pre­cies het­zelfde uit als de ‘bai he liang chi’-positie in Chen- en Yang-sti­jl Tai Chi.

NB Dichter­lijke namen geven geen uit­leg over de func­tie.

Lou xi ao bu

De naam van deze stap, ‘lou xi ao bu’, valt onder de cat­e­gorie tech­nis­che namen en wordt vaak ver­taald als ‘strijk langs de knie met een draaistap’. Dit is slechts ten dele cor­rect. Het derde karak­terteken dat wordt weergegeven als ‘ao’ kan namelijk op twee manieren wor­den uit­ge­spro­ken, en is daar­door twee ver­schil­lende woor­den: ‘ao’ (in de vierde toon) betekent zoveel als ‘draaien’, maar je kunt het karak­terteken ook uit­spreken als ‘yao’ (in de derde toon). ‘Yao’ betekent ‘trekken, sleuren, afbreken, plukken (als bij een bloem)’.

NB Voor het gemak bli­jf ik hier ‘ao’ schri­jven maar duidelijk moge zijn dat ik daarmee zow­el ‘ao’ als ‘yao’ bedoel!

Zoals alti­jd in zulke gevallen is het niet een kwest­ie van kiezen tussen ‑in dit geval- ‘ao’ en ‘yao’ maar moet de ver­tal­ing tegelijk­er­ti­jd bei­de betekenis­sen beschri­jven. Zo leren we aan de hand van deze naam dat de han­del­ing een draaiend-afbrek­ende, ‘knap­pende’ func­tie heeft en niets te mak­en heeft met een ‘draaistap’.

Het mis­ver­stand komt voort uit hoe de term in zijn totaal gelezen wordt: ‘lou xi ao bu’ wordt vri­jwel automa­tisch opgedeeld in ‘lou xi’ (in de pop­u­laire ver­tal­ing: ‘strijken langs de knie’) en ‘ao bu’ (‘draaistap’); echter, in feite moet de opdel­ing als vol­gt: ‘lou xi ao’ en ‘bu’ (‘bu’ betekent ‘stap’). Het is dus een ‘lou xi ao’-stap, wat dan weer een duidelijkere uit­leg geeft over de func­tie.

Het ‘lou xi’-gedeelte van de naam wordt door­gaans ver­taald als ‘strijken langs de knie’, maar dat is erg vreemd en onjuist: het woord­je ‘langs’ stáát namelijk ner­gens. Wat er wel staat is ‘knie strijken’; dat kan wel ‘langs de knie’ beteke­nen, maar voor het­zelfde geld is het te lezen als ‘van de knie’ of ‘met de knie’. Verder kent het Chi­nees geen enkel- of meer­voud, dus het kan net zo goed ver­taald wor­den als ‘knieën strijken’. Het is die laat­ste uit­leg die recht doet aan de func­tie: met de eigen knie wordt de knie van de ander geblok­keerd ter­wi­jl, tegelijk­er­ti­jd, aan de bovenkant ons lichaam iet­wat wringt waar­door het lichaam van de ander wordt ‘gedraaid en gebro­ken’. Ook hier weer geeft de tech­nis­che naam dus tegelijk­er­ti­jd duid­ing over wat we zelf doen èn over wat de ander onder­gaat[8].

Shou hui pipa

‘Shou hui pipa’ is een voor­beeld van een mengvorm van dichter­lijke en tech­nis­che namen, en betekent ‘han­den spe­len de (Chi­nese) luit’. Een Chi­nese luit lijkt een beet­je op een gitaar maar wordt ver­ti­caal vast­ge­houden, en de beweg­ing lijkt daar­door op het langs de snaren strijken van dit instru­ment.

In de Tai Chi-Klassieken schri­jft de meester Yang Ban­hou dat ‘shou hui pipa’ een door­borende en neu­tralis­erende ‘jing’ heeft[9]. Hoewel Chen Yan­lin, de eerste auteur die uit­ge­brei­de infor­matie over de Yang-sti­jl Tai Chi ‘ver­raadt’ aan het pub­liek, beschri­jft hoe ‘shou hui pipa’ een soort van armk­lem zou zijn[10] (ik vat zijn uitvo­erige func­tieom­schri­jv­ing even kort samen) is die uit­leg meer bedoeld voor het grote pub­liek; doel van zo’n algemene beschri­jv­ing was niet zozeer een feit­elijke tech­nis­che uit­leg, maar de lez­er een idee geven zodat hij de beweg­ing met inten­tie kon vullen. De tech­nis­che uit­leg moest daar­bij wel moreel ver­ant­wo­ord bli­jven en we vin­den in het werk van Chen dan ook ner­gens een beschri­jv­ing van func­ties die wreed of bloed­dorstig zou kun­nen overkomen.

Yang Ban­hou lost dit morele prob­leem anders op: door een ogen­schi­jn­lijk vage beschri­jv­ing te geven van de ‘energie’ is het aan de lez­er zelf om de func­tie van de han­del­ing in te vullen.

De stap kent, door het ‘strijk­ende’ effect, twee tegengestelde beweg­in­gen. Het deel dat achter­waarts lijkt te gaan (maar in feite op de plaats bli­jft) ‘neu­traliseert’ de inkomende kracht van de ander, ter­wi­jl het deel dat voor­waarts priemt ‘door­boort’: bij ‘shou hui pipa’ wordt de keel van de ander aangevallen en met de vingers door­bo­ord.

Hier geeft het dichter­lijke aspect van de naam tevens een tech­nis­che uit­leg: het schi­jnt zo te zijn (maar weten doe ik het niet) dat, door­dat wan­neer bij iemand de keel wordt doorgesto­ken met de vingers (zoals in deze ‘shou hui pipa’ gebeurt: van­daar de ver­wi­jz­ing naar ‘doorboren’-energie) en de wind­pi­jp bloot komt te liggen, door het ade­men een gelu­id wordt voort­ge­bracht dat ongeveer klinkt als ‘pie-paa’. Van­daar de naam.

Pi shen chui

‘Pi shen chui’ betekent ‘scheren langs het lichaam-slag’ en is een tech­nis­che naam: ze geeft weer wat zow­el mij als de ander overkomt. De ander komt naar voren met zijn aan­val en ik ‘scheer’ daar­langs, ter­wi­jl de ander ook langs mij scheert.

Jin bu ban lan chui

Ook ‘jin bu ban lan chui’ valt in de groep van tech­nis­che namen. Echter, de ver­tal­ing ‘voor­waarts stap­pen, par­eren, weren en slaan’ doet geen recht aan wat er in het Chi­nees gezegd wordt. Dat heeft alles te mak­en met de term ‘jin bu’.

Het Chi­nees is een con­textuele taal. Woor­den hebben natu­urlijk hun alledaagse beteke­nis, maar soms wordt zo’n alledaags woord gebruikt bin­nen het kad­er van een spec­i­fieke dis­ci­pline. Het Chi­nese woord ‘zou’ bijvoor­beeld betekent gewoon ‘lopen’, maar wordt ook in Tai Chi gebruikt. Alleen is de beteke­nis dan een vari­atie op dat ‘lopen’, en daarom wordt in de Tai Chi-Klassieken ook éérst uit­gelegd wat er bin­nen het Tai Chi-denken met ‘zou’ wordt bedoeld; dat doet men door uit te leggen ‘ren gang wo rou, wei zhi zou’: pop­u­lair wordt dit zin­net­je ver­taald met ‘als de ander hard is en ik ben zacht dan is dat ‘mee­gaan’’, maar feit­elijk wordt er uit­gelegd dat als de ander hard is en ik ben zacht, dan beschri­jven we dat met het woord voor ‘lopen’. Het is dus een uit­leg over hoe een bepaald alge­meen gang­baar woord wordt gebruikt als tech­nis­che term.

Bij ‘jin bu’ is iets soort­gelijks aan de hand. Let­ter­lijk ‑in het algemene taal­ge­bruik- betekent het inder­daad ‘voor­waartse stap’; echter, Tai Chi is een kri­jgskun­st en daar­door moet de ter­mi­nolo­gie uit­gelegd wor­den in een kri­jgs- (lees: mil­i­taire) con­text. Een voor­beeld van ‘jin bu’ in mil­i­taire con­text zien we in de film ‘Troy’ (2004): voor de eerste aan­val van de Grieken stellen de Tro­ja­nen zich op voor hun stadsmuur, en wan­neer de Griekse aan­val begint dri­jven de Tro­ja­nen de Grieken terug de zee in. Dát is ‘jin bu’: in mil­i­taire zin ‘opdri­jven’, ‘voor­waarts gaan ter­wi­jl je de druk er op houdt’.

‘Jin bu ban lan chui’ is onlos­make­lijk ver­bon­den aan, en een onmid­del­lijk ver­volg op, de voor­gaande han­del­ing ‘pi shen chui’, en daar­door valt in som­mige Tai Chi-stro­min­gen de naamgev­ing van ‘pi shen chui’ (maar daar­door ook de func­tie-uit­leg) weg[11].

Ru feng si bi

‘Ru feng si bi’ wordt pop­u­lair ‘ver­taald’ als ‘schi­jn­bare sluit­ing’. Hoewel de naam op ver­fraaide wijze vertelt wat er gebeurt en daar­door wat dichter­lijk lijkt is het een tech­nis­che term, omdat hij tegelijk­er­ti­jd omschri­jft wat jij doet èn wat de ander onder­gaat.

Wat er let­ter­lijk staat is ‘zoals je ‘feng’, zo doe je ‘bi’’, of, iet­wat kor­ter maar min­der let­ter­lijk: ‘’bi’ op de manier van ‘feng’’.

Zow­el ‘feng’ als ‘bi’ kun­nen wij in het Ned­er­lands nauwelijks anders ver­tal­en als ‘dicht­doen’ of ‘sluiten’, maar de twee woor­den duiden in het Chi­nees op ver­schil­lende manieren van sluiten. Bij ‘feng’ kun je denken aan hoe iemand uit het raam van een oud huis hangt en dan de luiken sluit door bei­de armen kruis­lings naar elka­ar toe te bewe­gen; echter, ‘feng’ wordt bin­nen de kri­jgskun­sten gebruikt als term voor ‘afhouden’ of ‘afscher­men’, zoals een bokser zijn bei­de armen naar elka­ar toe brengt om de sla­gen van de ander daarop op te van­gen en zo de aan­val af te houden. Al met al geeft ‘feng’ dus in één woord zow­el een visuele uit­leg (‘alsof je de ramen sluit’) als een prak­tis­che (‘houd de ander op afs­tand’).

Bij ‘bi’ gaat het meer om iets dichtkni­jpen en afs­luiten, zoals je een water­slang dichtkni­jpt waar­door het water niet meer verder kan; ‘kni­jpend sluiten’ is een lelijke, maar meer cor­recte weer­gave. ‘Bi’ is een vak­term uit qin­na (de kun­st van breek- en klemtech­nieken), dianx­ue (het manip­uleren van acupunc­tu­ur­pun­ten voor gevechts­doelein­den) en uit de tra­di­tionele Chi­nese medici­j­nen­leer (waar het ‘stag­natie’ betekent, ook een vorm van ‘ges­loten zijn’) en moet hier dan ook op die manier wor­den begrepen[12].

De volledi­ge naam leert ons dat je ‑vol­gens de uit­leg van Yang Ban­hou[13]- de ander afhoudt ‘op de manier hoe je de luiken sluit’ (lees: met gekruiste armen) en hoe je hem opsluit in zijn cen­trum waar­bij je, omge­keerd bezien, de armen van de ander kruist en je eigen cen­trum beschermt.

Shizi shou

‘Shizi shou’ is een dichter­lijke naam die geen enkele uit­leg geeft over de func­tie (die in feite een ‘feng’, een ‘afhouden’, is) maar die de visuele vorm beschri­jft: ‘shizi’ betekent ‘het karak­terteken ‘tien’’ en ‘shou’ betekent ‘han­den’- je houdt je han­den in de vorm van het karak­terteken voor het getal tien. Dit schri­jf je als een kruis 十 en van­daar de naam.

[1] (Liang, 1995), p. 171.

[2] (Ames, 1993), p. 71–82.

[3] (Ames, 1993), p. 81.

[4] (Liang, 1995), p. 1461.

[5] Voor de orig­inele tekst zie (Yang, 2001), p.1. Ver­tal­ing van de orig­inele tekst van mijzelf; in de ver­tal­ing van Yang zit­ten serieuze fouten.

[6] (Gu, 1982), p. 109.

[7] (Wu, 1975), p. 5.

[8] (Jansen, 2011), p. 79–83.

[9] (Wu, 1975), p. 5; ver­taald in (Jansen, 2011), p. 112.

[10] (Chen, 1943), p. 88; ver­taald in (Jansen, 2011), p. 148–149.

[11] Zie bijvoor­beeld (Yang Z. , 1991), p. 64.

[12] (Jansen, 2011), p. 85–87.

[13] (Wu, 1975), p.5; ver­taald in (Jansen, 2011), p.125–126.

Verwijzingen

Ames, R. T. (1993). Sun-tzu — The Art Of War­fare. New York: Bal­lan­tine Books.

Gu, L. (1982). Tai­ji­quan Shu. Shang­hai: Shang­hai Jiaoyu Chuban­she.

Jansen, R. (2011). De 108-vorm Yang-sti­jl Tai Chi — over tek­sten en toepassin­gen. Den Haag: de School van de Kraan­vo­gel.

Liang, S.-C. (1995). Far East Chi­nese-Eng­lish Dic­tio­nary. Tai­wan: Far East Book Co.

Pang, T. (1987). On Tai Chi Chuan. Wash­ing­ton: Aza­lea Press.

Wile, D. (1983). T’ai-chi Touch­stones — Yang Fam­i­ly Secret Trans­mis­sions. New York: Sweet Ch’i Press.

Wu, M. (1975). tai­ji­quan jiu jue zhu xie. Hong Kong: Taip­ing Ju Chuban.

Yang, J.-M. (2001). Tai Chi Secrets of the Wu & Li Styles. Boston: YMAA Pub­li­ca­tion Cen­ter.

Daoïsme, Filosofie, Instructie, Tit Khun, vormen

De misleiding van het aangeleerde

Toen ik aan mijn vechtkun­st­train­ing begon was ik een jaar of twaalf, der­tien. Uit­er­aard wilde ik weten hoe ik me moest verdedi­gen tegen dit en wat ik kon doen tegen dat, en ik leerde een veel­heid aan tech­nieken.

Die in het mid­den op de achter­ste rij, dat ben ik toen ik zestien was. Op de voor­grond meneer Tan (links op de afbeeld­ing).

Na een korte tijd rond te hebben geshopt in Karate, Taek­won­do (oude sti­jl) en Pençak Silat kwam ik terecht bij meneer Tan. Daar leerde ik niet ’tegen dit doe je dat’, maar ik kreeg een beweg­ing te leren die ik eerst naar tevre­den­heid moest kun­nen uitvo­eren, en daar­na kwam er een korte uit­leg over wat je moet die beweg­ing ‘deed’ inclusief een bijbe­horende part­neroe­fen­ing.

Op zich is dat natu­urlijk niet zo’n vreemde onder­wi­jsstruc­tu­ur, sterk­er nog: onge­merkt zit die in alle kri­jgskun­sten en vecht­sporten. Neem bijvoor­beeld bok­sen: je leert een beweg­ing waar­bij je gezegd wordt dat dat een stoot is, en ver­vol­gens ga je die oefe­nen. Bij Karate idem dito: dit is een stoot, dat is een trap, zus en zo’n beweg­ing is een wer­ing. Same dif­fer­ence.

Het punt is natu­urlijk dat je als begin­ner niks wéét, en er moet ergens begonnen wor­den. Dus gebruikt de lesstruc­tu­ur ‑die een sti­jlschool in feite ís- bij wijze van ingang die han­delin­gen die je sowieso al kent en begri­jpt; allen wor­den ze nu op een sti­jl­spec­i­fieke manier gevor­md en aan­geleerd.

Dit is wat ik lat­er ben gaan benoe­men als ‘het niveau van de tien­duizend din­gen’: tegen dit doe je dat, dit is schop­pen, dit is slaan. En zo voort.

Ik vond Chi­nese sti­jlen leuk om te oefe­nen maar ik vond ze, op het begrip­sniveau dat ik toen had, wel inef­fi­ciënt: waarom zoveel aan­dacht aan het cor­rect uitvo­eren van de vor­mgev­ing van een bepaalde stap? Waarom niet meteen oefe­nen in de beteke­nis van die stap?

De Tit Khun-sti­jl die ik leerde had vijf ‘stapvor­men’, elk gere­la­teerd aan een bepaalde richt­ing. En zoals ik hier­boven al vertelde kreeg ik elke stapvorm nauwgezet uit­gelegd wat je met die beweg­ing deed. En daar begon mijn pad van zelfmis­lei­d­ing.

Meneer Tan probeerde mij in al zijn wijsheid van dat pad weg te houden. Zijn meth­ode bestond uit ver­haalt­jes en anek­dotes (zie HIER).
Nu wat het de tijd van Bruce Lee, en een beroemde uit­spraak van Bruce Lee was ‘absorb what is use­ful’. Wij, leer­lin­gen, zat­en daar­door op een keer te prat­en over tech­nieken van andere sti­jlen die Tit Khun niet had en vroe­gen op een gegeven moment aan meneer Tan of hij miss­chien ooit tech­nieken had overgenomen uit andere sti­jlen. Zijn antwo­ord was, alweer, een ver­haalt­je: “Als je een tech­niek ziet bij een andere sti­jl die je erg goed vin­dt, dan moet je die overne­men natu­urlijk! Zelf doe ik dat alti­jd zo: eerst kijk ik naar hoe ik me met Tit Khun tegen die tech­niek moet verdedi­gen. Als dat niet zo moeil­ijk blijkt te zijn als het aan­vanke­lijk leek heb ik geen reden meer om die tech­niek mooi te vin­den natu­urlijk; maar als ik me er moeil­ijk tegen denk te kun­nen verdedi­gen beschouw ik het als een mooie tech­niek.
Vóór­dat ik ‘m nu overneem vraag ik me eerst af of Tit Khun miss­chien een beweg­ing heeft die heel wel voor die tech­niek gebruikt kan wor­den, maar ik heb daar gewoon nooit eerder bij stilges­taan. Kom ik zo’n beweg­ing niet tegen, dan neem ik die tech­niek over. Maar blijkt Tit Khun een beweg­ing al te hebben die de toepass­ing van die tech­niek toe­laat dan hoeft dat niet, en heb ik mijn eigen sti­jl verdiept!
Uit­er­aard vroe­gen wij meteen welke tech­nieken hij dan uitein­delijk had overgenomen. Meneer Tan glim­lachte, ging achterover zit­ten en zei: “Geen”.

Het zou nog zek­er der­tig jaar duren voor ik daad­w­erke­lijk begreep wat hij met deze uit­leg wilde zeggen.

Dat lag niet aan hem, dat lag aan mij, de leer­ling. Tegen­wo­ordig leer ik mijn eigen leer­lin­gen dat ‘mijn’ kun­st leren net zoi­ets is als het bek­lim­men van een lad­der: je kunt net zo hoog sti­j­gen als je tre­den kunt loslat­en. Maar dat begreep ik zelf, in mijn eigen leer­ti­jd, heel lang niet.

Een voor­beeld: de stap/techniek die bij Tit Khun bek­end staat als ‘pat kwa’. Als solo-stap ziet die er ongeveer zo uit:

En de toepass­ing die ik erbij geleerd kreeg was deze:

Een soort van ‘enkel­breek-tech­niek’ die aan de binnenkant/voorzijde van de tegen­stander wordt gebruikt. Dit heb ik jaren­lang zo geoe­fend, en lat­er zelf ook onder­wezen.
Lat­er leerde ik bij meneer Tan de vor­men (zeg maar: de ‘kata’) van Tit Khun, en daarin kwam die stap meerdere malen voor; maar dan wel op een manier waar­door die onmo­gelijk deze beteke­nis kon hebben. Dús werd het bijbe­horende ver­haal dat de toepass­ing afweek van de vor­mgev­ing in de vorm; het­zelfde flauweku­largu­ment dat je tegen­wo­ordig ook veel hoort in Tai Chi-krin­gen als het gaat over toepassin­gen van ‘de vorm’.

Nee, hart­stikke fóut: de toepass­ing is juist exact zoals je die aan­leert! Je moet alleen de aan­geleerde basis­toepass­ing, die je al zoveel jaren geoe­fend hebt, eerst loslat­en om te kun­nen inzien dat niet de vorm, maar de toepass­ing van die vorm anders is. Het duurde bij mij (maar ik ben een trage leer­ling) ruim der­tig jaar voor ik über­haupt op dat idee kwam…

Mijn punt is eigen­lijk: je leert eerst ‘de tien­duizend din­gen’: tegen dit doe je dat. Maar een goede sti­jlschool voert je verder dan dat: je leert vor­mgevin­gen van hóe je je han­del­ing moet uitvo­eren om ver­vol­gens die spec­i­fieke han­del­ing los te kun­nen lat­en en de vor­mgev­ing voor zichzelf te lat­en spreken. Wat kun je er nog meer mee? Zo wordt je oplei­d­ing steeds con­ceptuel­er tot je uitein­delijk uitkomt op de basis­con­cepten; in het typ­isch tra­di­tion­eel-Chi­nese vocab­u­laire ga je van ‘de tien­duizend din­gen’ naar ‘de vijf ele­menten’, en van­daar groei je weer door naar ‘yin en yang’ om uitein­delijk uit te komen bij de Dao. Van tien­duizend details naar, uitein­delijk, één cen­traal con­cept.

Een sti­jl leert je dus feit­elijk geen tech­nieken of tech­nisch han­de­len; inte­gen­deel. In werke­lijkheid is een sti­jl ‑na het aan­leren van mate­ri­aal om mee te werken- een soort van raad­sel dat de leer­ling kri­jgt toege­wor­pen. Natu­urlijk kun je bli­jven hangen in de basisuit­leg van wat je doet met een bepaalde beweg­ing, en ja: daar kun je heel goed mee wor­den. Maar that’s not the point: het aan­geleerde is niet meer dan een inlei­d­ing en moti­vatie voor de begin­nende leer­ling om die spec­i­fieke beweg­ing über­haupt te willen oefe­nen. Maar om verder te kun­nen te groeien in de con­cepten die de sti­jl achter de scher­men probeert te onder­wi­jzen is het zaak om die eerste uit­leg ‑uit­er­aard na vol­doende beheers­ing- ook weer te kun­nen loslat­en. Je leert geen beperkin­gen, je wordt geschoold in vri­jheid.

Nawo­ord: ik kwam op het idee voor dit artikelt­je door een film­p­je dat ik ergens op Face­book (klik HIER) tegenkwam. Het is een reclame­film­p­je van een paar Karatel­er­aren die ‘alter­natieve toepassin­gen’ van de han­delin­gen uit een kata demon­str­eren, om zo te lat­en zien dat de ‘schoppen-en-slaan’-stijl die (in hun ogen blijk­baar) Karate ‘is’ ook anders gebruikt kan wor­den. Hebben ze iets nieuws ont­dekt? Nee, niet iets nieuws. Hebben ze iets ‘ont-dekt’: ja, ze hebben de schil van dat­gene wat hen was aan­geleerd (Karate­be­weg­in­gen gaan over schop­pen, slaan en blokken) van zich af kun­nen wer­pen. Een sti­jl is geen leer­school in beperkin­gen (‘deze ene beweg­ing doet het ene dát’), het is een opeen­stapel­ing van raad­sels (‘wat kun je alle­maal met deze ene beweg­ing?’ ‘Wat is het ene achterliggende, alom­vat­tende con­cept ervan?’) om je de weg naar vri­jheid te wijzen.

Laat je trede los en bek­lim je lad­der.

Scroll naar boven