de School van de Kraanvogel

There’s one to rule them all

Wij wor­den beheersd en gecon­troleerd door vier ‘spo­ken’. De eerste heet Denken, de tweede Emoties, de derde heet Voe­len en de vierde is Lichaam.

Het eerste spook

Denken maakt dat we over­ra­tionalis­eren. We zijn ver­geten dat het slechts een gereed­schap dient te zijn, en in de huidi­ge maatschap­pij wordt teveel geth­e­o­re­tiseerd en te weinig empirisch gehan­deld. Zelfs onze weten­schap, die mod­erne religie, gaat uit van het bewi­jzen van een the­o­rie in plaats van kijken naar wat er gebeurt. Stel dat de Aarde een tik kri­jgt en daar­door een uur sneller gaat draaien per dag, dan is de weten­schap in staat om te zeggen dat de Aarde ver­keerd draait want op het machien­t­je dat ‘hor­loge’ heet valt de met­ing ineens anders uit: een the­o­rie ‑tijdsmet­ing- is tot een waarheid gemaakt die boven de feit­elijke waarheid uit­sti­jgt.

Vroeger, toen ik een ven­t­je van een jaar of vijf­tien, zestien was nam meneer Tan, mijn Tit Khun-ler­aar, me een keer apart. Ik was gefrus­treerd aan het rak­en door de ‑in mijn ogen- geringe vooruit­gang die ik boek­te in mijn oefen­ing en dat was hem blijk­baar opgevallen. “Je denkt teveel” adviseerde hij, maar merk­te tegelijk­er­ti­jd dat ik daar niet zoveel mee kon. Dus begon hij opnieuw, dit­maal vanu­it een andere inval­shoek. 

Nu was in die tijd Dis­cov­ery Chan­nel net nieuw op de tv (zo lang is dit alweer gele­den) en nog voor­namelijk gevuld met natu­ur­films, iets wat ook tij­dens de train­ing regel­matig ter sprake kwam. Wij, leer­lin­gen, waren erg onder de indruk van de macht, pracht en kracht van de dieren die getoond wer­den, en had­den het er vaak over. 

“Weet jij”, vroeg meneer Tan, “hoe een tijger zijn prooi vangt?” Dat wist ik wel, en ik vertelde hoe een tijger zijn klauwen om zijn prooi sloeg en ver­vol­gens de coup de grace uit­deelde met zijn tanden. Want dat had ik op tv gezien. “Hoe kan hij dat dan?” Vroeg meneer Tan, semi-onnozel. Ik antwo­ordde dat de klauwen van een tijger net waren als die van een kat, met nagels die er uit kon­den schi­eten als hij ze nodig had.

“Oh” zei meneer Tan, en hij frun­nik­te nadenk­end aan zijn kin. “En als die tijger gewoon over de rot­sen loopt, wat doet hij dán met die nagels?”

“Dan trekt hij ze in”.

“Pre­cies!” Meneer Tan priemde tri­om­fan­telijk met zijn wijsvinger naar mijn neus. “Jij bent net als een tijger die rond­loopt met voort­durend zijn nagels uit. Als een tijger dat te vaak doet sli­jten die nagels en kan hij zijn eten niet meer van­gen”. Hij legde uit: “Denken is net zoi­ets: je moet het gebruiken als je het nodig hebt. Wan­neer je het níet nodig hebt, laat het dan voor wat het is, maak het niet te belan­grijk. Het is maar een gereed­schap”.

Het zou zek­er twintig jaar duren voor ik doorhad wat hij bedoelde maar het was, en is nog steeds, een wijze les: je bent je denken niet, het is maar een gereed­schap. Laat het de boel niet over­stem­men

Het tweede spook

Ergens ver in het verleden, miss­chien al sinds de tijd van Abélard en Héloïse, zijn wij begonnen met het ide­alis­eren van emoties. Het is zelfs tot hoog­ste cul­tu­ur ver­heven om Emotie het meest en het vaakst de baas te lat­en zijn over de drie andere spo­ken. Als je tv kijkt gaat het alleen maar over emotiegere­la­teerde zak­en: je hoort er niet bij (emotie) als je niet dit of dat flauwekul­pro­dukt koopt, oh kijk toch eens hoe die beroemd­heid ver­liefd is (emotie) op die andere, stem op mij want als je op die ander stemt dan ben je geen oké per­soon (emotie), kijk eens hoe zielig (emotie) de men­sjes zijn in deze doc­u­men­taire … Ik heb dus geen tv meer want het gaat werke­lijk ner­gens over, er wordt alleen maar inge­speeld op Emotie. 

Als je ergens ration­eel op reageert dan klopt er blijk­baar iets niet aan je: blijk­baar is zelfs het Denken-spook ondergeschikt gemaakt aan Emotie. Je moet en zult emo­tion­eel zijn. En als je hoort zeggen “denk toch eens na, je weet toch dat je het anders moet doen?” Dan wordt er niet bedoeld dat je daad­w­erke­lijk na moet gaan denken: nee, het is een inspe­len op de emotie van een schoud­erk­lop­je willen kri­j­gen van de sprek­er. Meer niet. Onze wereld is stuk omdat wij emotie de baas hebben lat­en wor­den met lieden ron­dom ons die daar ‑of het de wereld nou schaadt of niet- hand­ig gebruik van mak­en. Door te zèggen dat we na moeten denken (maar zon­der dat te hard te menen).

Het derde spook

Als Emotie de keiz­er is met al zijn pracht en praal en zijn ‘als je niet doet of je me leuk vin­dt hak ik je hoofd af’ dan is Denken zijn eerste min­is­ter, en Voe­len ‘het volk’: onderge­waardeerd door de elite, ge- dan­wel mis­bruikt wan­neer en hoe het uitkomt. Dit voe­len is geen ‘emo­tion­eel voe­len’, het is het soort voe­len dat je pas gewaar kunt wor­den na jaren inten­sieve train­ing: de interne train­ing van Kung­fu.

Voe­len wordt ons niet aan­geleerd vanu­it onze cul­tu­ur, en al even­min vanu­it onze schol­ing. Mócht je zo gelukkig zijn dat je spon­taan op deze vaardigheid stu­it bij jezelf kri­jg je al snel de hele wereld over je heen: ‘je denkt niet na’ of ‘je bent niet gezel­lig’.

Interne train­ing daar­ente­gen gaat júist over dit voe­len, dit waarne­men, dit alomte­gen­wo­ordig in je lichaam aan­wezig zijn. Het gaat júist over niet nadenken en niet bezig hoeven zijn met wat anderen van je denken of willen.

Veel mod­erne mind­ful­ness-achtige cur­sussen (raar woord trouwens… had dat niet mind-empti­ness moeten zijn?) die zich baseren op oude tra­di­ties halen als doel ‘gelukkig zijn’ uit die oude tra­di­ties. Laat je niet gek mak­en: zolang Emotie de baas is zul je nóóit gelukkig zijn want er is alti­jd wel iemand die meer heeft, mooier heeft, jou niet aardig genoeg vin­dt enzovoorts. De tra­di­ties waar uit geput wordt waren hele­maal niet bezig met verzadigd zijn of met emo­tionele vol­doen­ing, ze waren bezig met voe­len. Met bewustz­i­jn, bewust zijn

Het vierde spook 

Het lichaam is in feite het paard van of voor de drie andere spo­ken. Bij onge­trainde mensen zie je hoe Emotie op het paard zit met Denken er vlak voor lopend, met de hand aan de teugel. De één is de toe­gang tot de ander: je praat er ration­eel tegen en kri­jgt een emo­tion­eel antwo­ord; je geeft uit­leg aan de leer­ling hoe hij/zij iets beter kan doen en je kri­jgt een uit­ge­breid antwo­ord waarin de leer­ling zichzelf verdedigt alsof je een per­soon­lijke aan­val hebt gepleegd.

Bij uiter­mate goed geoe­fende mensen zit juist Voe­len in het zadel. Deze mensen wor­den niet ver­sto­ord door emo­tion­eel gekra­keel of door te ver of diep over iets nadenken. Als Voe­len in het zadel zit hoeft het paard niet te ren­nen omdat de beri­jder van het moment ‑Emotie of Denken- de ander voor wil bli­jven. Het hoeft niet naar links of naar rechts omdat iemand anders dat wil, het paard mag gewoon paard zijn.

Zo had ik ‑jaren gele­den alweer- een gesprek met een Kung­fu-meester. Hij had geen leer­lin­gen, wilde die ook niet, maar wilde mij wel wat helpen met de vra­gen waar ik mee zat op het gebied van mijn interne train­ing: ik wilde graag beter wor­den (‘willen’ is Emotie) in mijn interne oefen­ing, en had al van alles gelezen aan oude tek­sten (‘studie’ is Denken). Eén van de zak­en die ik tegenkwam was de kwest­ie van het celibaat: voor het behoud van je energie zou je je moeten onthouden van seks. Hij keek mij geschokt aan: hoe ik aan die onzin kwam? Dat was iets van religie, niet van interne train­ing! Gewoon nor­maal doen was goed genoeg vond hij (en aan zijn interne kwaliteit viel in ieder geval niet te twi­jfe­len). Het paard moet grazen maar nooit meer eten dan hij op kan, en niet grazen omdat Denken vin­dt dat het nu eten­sti­jd is en dat een por­tie zus en zo groot moet zijn, of grazen omdat dat voor Emotie zo goed oogt voor de vrien­den waar hij bij wil horen. Een paard eet omdat het honger heeft, rent omdat het ergens naar­toe of juist van­daan moet en rust als er niks is om te moeten. Het­zelfde gold vol­gens hem voor seks.

In feite leerde hij mij de kern van het Dao­isme: eten als je honger hebt, slapen als je moe bent. Voe­len wie je bent.

De Ghost­buster

“Maar hoe doe je dat dan?” is een veel­ge­ho­orde vraag. Eigen­lijk is het antwo­ord hierop heel sim­pel, en bestaat het uit twee stap­pen. Eén: je moet het daad­w­erke­lijk willen. ‘Willen’ is een makke­lijk gebruikt woord en zwaar in waarde gede­val­ueerd; hoe vaak hoor ik niet van iemand dat hij/zij echt Tai Chi wil leren, om dan, als ik een keer daar­na vraag of er thuis een uurt­je per dag is geoe­fend, aangekeken te wor­den alsof ik gek ben… Het woord ‘willen’ wordt erg goed­koop gebruikt. 

Mijn moed­er zei alti­jd ‘niet kun­nen is niet willen’ en oh jee wat had ik daar een berg bezwaren tegen, hoe durfde ze dat zeggen! Maar inmid­dels weet ik dat ze gelijk heeft: wat onmo­gelijk is dat kan gewoon niet maar daar­buiten zijn zelfs onbereik­bare din­gen bereik­baar, zolang je maar bereid bent om de pri­js ervoor te betal­en. Prins Gau­ta­ma wilde ver­licht­ing en ver­li­et daar zijn gezin en harem en zijn prins-zijn voor om lat­er de Boed­dha te wor­den. Wil je iets zó graag? Of toch een beet­je min­der? Hoeveel min­der dan?

Dit is het ‘willen’ waar ik het over heb. Als je door nauwgezet je interne train­ing te doen je qi goed hebt opge­bouwd en je jezelf bek­waamd hebt in wat ‘voe­len’ is, dan wordt je wil sterk. En het is die wil die maakt dat Emotie ‑de keiz­er- van het paard wordt gesodemie­terd en dat de macht daar komt waar die thuishoort. Bij Voe­len.

Scroll naar boven