de School van de Kraanvogel

Film

Filmpje: Chen-stijl Yi Lu

Na bij­na ander­half jaar geb­lesseerd geweest te zijn aan mijn rug mis ik nog wat pow­er, maar in ieder geval kan ik weer oefe­nen. Met dank aan Armand van Mid­den­dorp voor de opname en aan Peter en Suze voor gebruik van de oefen­ruimte van ’t Syn­di­caat.

Daoïsme, Filosofie, Instructie, Qigong

There’s one to rule them all

Wij wor­den beheersd en gecon­troleerd door vier ‘spo­ken’. De eerste heet Denken, de tweede Emoties, de derde heet Voe­len en de vierde is Lichaam.

Het eerste spook

Denken maakt dat we over­ra­tionalis­eren. We zijn ver­geten dat het slechts een gereed­schap dient te zijn, en in de huidi­ge maatschap­pij wordt teveel geth­e­o­re­tiseerd en te weinig empirisch gehan­deld. Zelfs onze weten­schap, die mod­erne religie, gaat uit van het bewi­jzen van een the­o­rie in plaats van kijken naar wat er gebeurt. Stel dat de Aarde een tik kri­jgt en daar­door een uur sneller gaat draaien per dag, dan is de weten­schap in staat om te zeggen dat de Aarde ver­keerd draait want op het machien­t­je dat ‘hor­loge’ heet valt de met­ing ineens anders uit: een the­o­rie ‑tijdsmet­ing- is tot een waarheid gemaakt die boven de feit­elijke waarheid uit­sti­jgt.

Vroeger, toen ik een ven­t­je van een jaar of vijf­tien, zestien was nam meneer Tan, mijn Tit Khun-ler­aar, me een keer apart. Ik was gefrus­treerd aan het rak­en door de ‑in mijn ogen- geringe vooruit­gang die ik boek­te in mijn oefen­ing en dat was hem blijk­baar opgevallen. “Je denkt teveel” adviseerde hij, maar merk­te tegelijk­er­ti­jd dat ik daar niet zoveel mee kon. Dus begon hij opnieuw, dit­maal vanu­it een andere inval­shoek. 

Nu was in die tijd Dis­cov­ery Chan­nel net nieuw op de tv (zo lang is dit alweer gele­den) en nog voor­namelijk gevuld met natu­ur­films, iets wat ook tij­dens de train­ing regel­matig ter sprake kwam. Wij, leer­lin­gen, waren erg onder de indruk van de macht, pracht en kracht van de dieren die getoond wer­den, en had­den het er vaak over. 

“Weet jij”, vroeg meneer Tan, “hoe een tijger zijn prooi vangt?” Dat wist ik wel, en ik vertelde hoe een tijger zijn klauwen om zijn prooi sloeg en ver­vol­gens de coup de grace uit­deelde met zijn tanden. Want dat had ik op tv gezien. “Hoe kan hij dat dan?” Vroeg meneer Tan, semi-onnozel. Ik antwo­ordde dat de klauwen van een tijger net waren als die van een kat, met nagels die er uit kon­den schi­eten als hij ze nodig had.

“Oh” zei meneer Tan, en hij frun­nik­te nadenk­end aan zijn kin. “En als die tijger gewoon over de rot­sen loopt, wat doet hij dán met die nagels?”

“Dan trekt hij ze in”.

“Pre­cies!” Meneer Tan priemde tri­om­fan­telijk met zijn wijsvinger naar mijn neus. “Jij bent net als een tijger die rond­loopt met voort­durend zijn nagels uit. Als een tijger dat te vaak doet sli­jten die nagels en kan hij zijn eten niet meer van­gen”. Hij legde uit: “Denken is net zoi­ets: je moet het gebruiken als je het nodig hebt. Wan­neer je het níet nodig hebt, laat het dan voor wat het is, maak het niet te belan­grijk. Het is maar een gereed­schap”.

Het zou zek­er twintig jaar duren voor ik doorhad wat hij bedoelde maar het was, en is nog steeds, een wijze les: je bent je denken niet, het is maar een gereed­schap. Laat het de boel niet over­stem­men

Het tweede spook

Ergens ver in het verleden, miss­chien al sinds de tijd van Abélard en Héloïse, zijn wij begonnen met het ide­alis­eren van emoties. Het is zelfs tot hoog­ste cul­tu­ur ver­heven om Emotie het meest en het vaakst de baas te lat­en zijn over de drie andere spo­ken. Als je tv kijkt gaat het alleen maar over emotiegere­la­teerde zak­en: je hoort er niet bij (emotie) als je niet dit of dat flauwekul­pro­dukt koopt, oh kijk toch eens hoe die beroemd­heid ver­liefd is (emotie) op die andere, stem op mij want als je op die ander stemt dan ben je geen oké per­soon (emotie), kijk eens hoe zielig (emotie) de men­sjes zijn in deze doc­u­men­taire … Ik heb dus geen tv meer want het gaat werke­lijk ner­gens over, er wordt alleen maar inge­speeld op Emotie. 

Als je ergens ration­eel op reageert dan klopt er blijk­baar iets niet aan je: blijk­baar is zelfs het Denken-spook ondergeschikt gemaakt aan Emotie. Je moet en zult emo­tion­eel zijn. En als je hoort zeggen “denk toch eens na, je weet toch dat je het anders moet doen?” Dan wordt er niet bedoeld dat je daad­w­erke­lijk na moet gaan denken: nee, het is een inspe­len op de emotie van een schoud­erk­lop­je willen kri­j­gen van de sprek­er. Meer niet. Onze wereld is stuk omdat wij emotie de baas hebben lat­en wor­den met lieden ron­dom ons die daar ‑of het de wereld nou schaadt of niet- hand­ig gebruik van mak­en. Door te zèggen dat we na moeten denken (maar zon­der dat te hard te menen).

Het derde spook

Als Emotie de keiz­er is met al zijn pracht en praal en zijn ‘als je niet doet of je me leuk vin­dt hak ik je hoofd af’ dan is Denken zijn eerste min­is­ter, en Voe­len ‘het volk’: onderge­waardeerd door de elite, ge- dan­wel mis­bruikt wan­neer en hoe het uitkomt. Dit voe­len is geen ‘emo­tion­eel voe­len’, het is het soort voe­len dat je pas gewaar kunt wor­den na jaren inten­sieve train­ing: de interne train­ing van Kung­fu.

Voe­len wordt ons niet aan­geleerd vanu­it onze cul­tu­ur, en al even­min vanu­it onze schol­ing. Mócht je zo gelukkig zijn dat je spon­taan op deze vaardigheid stu­it bij jezelf kri­jg je al snel de hele wereld over je heen: ‘je denkt niet na’ of ‘je bent niet gezel­lig’.

Interne train­ing daar­ente­gen gaat júist over dit voe­len, dit waarne­men, dit alomte­gen­wo­ordig in je lichaam aan­wezig zijn. Het gaat júist over niet nadenken en niet bezig hoeven zijn met wat anderen van je denken of willen.

Veel mod­erne mind­ful­ness-achtige cur­sussen (raar woord trouwens… had dat niet mind-empti­ness moeten zijn?) die zich baseren op oude tra­di­ties halen als doel ‘gelukkig zijn’ uit die oude tra­di­ties. Laat je niet gek mak­en: zolang Emotie de baas is zul je nóóit gelukkig zijn want er is alti­jd wel iemand die meer heeft, mooier heeft, jou niet aardig genoeg vin­dt enzovoorts. De tra­di­ties waar uit geput wordt waren hele­maal niet bezig met verzadigd zijn of met emo­tionele vol­doen­ing, ze waren bezig met voe­len. Met bewustz­i­jn, bewust zijn

Het vierde spook 

Het lichaam is in feite het paard van of voor de drie andere spo­ken. Bij onge­trainde mensen zie je hoe Emotie op het paard zit met Denken er vlak voor lopend, met de hand aan de teugel. De één is de toe­gang tot de ander: je praat er ration­eel tegen en kri­jgt een emo­tion­eel antwo­ord; je geeft uit­leg aan de leer­ling hoe hij/zij iets beter kan doen en je kri­jgt een uit­ge­breid antwo­ord waarin de leer­ling zichzelf verdedigt alsof je een per­soon­lijke aan­val hebt gepleegd.

Bij uiter­mate goed geoe­fende mensen zit juist Voe­len in het zadel. Deze mensen wor­den niet ver­sto­ord door emo­tion­eel gekra­keel of door te ver of diep over iets nadenken. Als Voe­len in het zadel zit hoeft het paard niet te ren­nen omdat de beri­jder van het moment ‑Emotie of Denken- de ander voor wil bli­jven. Het hoeft niet naar links of naar rechts omdat iemand anders dat wil, het paard mag gewoon paard zijn.

Zo had ik ‑jaren gele­den alweer- een gesprek met een Kung­fu-meester. Hij had geen leer­lin­gen, wilde die ook niet, maar wilde mij wel wat helpen met de vra­gen waar ik mee zat op het gebied van mijn interne train­ing: ik wilde graag beter wor­den (‘willen’ is Emotie) in mijn interne oefen­ing, en had al van alles gelezen aan oude tek­sten (‘studie’ is Denken). Eén van de zak­en die ik tegenkwam was de kwest­ie van het celibaat: voor het behoud van je energie zou je je moeten onthouden van seks. Hij keek mij geschokt aan: hoe ik aan die onzin kwam? Dat was iets van religie, niet van interne train­ing! Gewoon nor­maal doen was goed genoeg vond hij (en aan zijn interne kwaliteit viel in ieder geval niet te twi­jfe­len). Het paard moet grazen maar nooit meer eten dan hij op kan, en niet grazen omdat Denken vin­dt dat het nu eten­sti­jd is en dat een por­tie zus en zo groot moet zijn, of grazen omdat dat voor Emotie zo goed oogt voor de vrien­den waar hij bij wil horen. Een paard eet omdat het honger heeft, rent omdat het ergens naar­toe of juist van­daan moet en rust als er niks is om te moeten. Het­zelfde gold vol­gens hem voor seks.

In feite leerde hij mij de kern van het Dao­isme: eten als je honger hebt, slapen als je moe bent. Voe­len wie je bent.

De Ghost­buster

“Maar hoe doe je dat dan?” is een veel­ge­ho­orde vraag. Eigen­lijk is het antwo­ord hierop heel sim­pel, en bestaat het uit twee stap­pen. Eén: je moet het daad­w­erke­lijk willen. ‘Willen’ is een makke­lijk gebruikt woord en zwaar in waarde gede­val­ueerd; hoe vaak hoor ik niet van iemand dat hij/zij echt Tai Chi wil leren, om dan, als ik een keer daar­na vraag of er thuis een uurt­je per dag is geoe­fend, aangekeken te wor­den alsof ik gek ben… Het woord ‘willen’ wordt erg goed­koop gebruikt. 

Mijn moed­er zei alti­jd ‘niet kun­nen is niet willen’ en oh jee wat had ik daar een berg bezwaren tegen, hoe durfde ze dat zeggen! Maar inmid­dels weet ik dat ze gelijk heeft: wat onmo­gelijk is dat kan gewoon niet maar daar­buiten zijn zelfs onbereik­bare din­gen bereik­baar, zolang je maar bereid bent om de pri­js ervoor te betal­en. Prins Gau­ta­ma wilde ver­licht­ing en ver­li­et daar zijn gezin en harem en zijn prins-zijn voor om lat­er de Boed­dha te wor­den. Wil je iets zó graag? Of toch een beet­je min­der? Hoeveel min­der dan?

Dit is het ‘willen’ waar ik het over heb. Als je door nauwgezet je interne train­ing te doen je qi goed hebt opge­bouwd en je jezelf bek­waamd hebt in wat ‘voe­len’ is, dan wordt je wil sterk. En het is die wil die maakt dat Emotie ‑de keiz­er- van het paard wordt gesodemie­terd en dat de macht daar komt waar die thuishoort. Bij Voe­len.

Uncategorized

Tai Chi en de seizoenen

In de afgelopen week kwam ik een artikelt­je tegen dat getiteld was “Koud begin van de lente”. Het begint met de zin “De lente begint koud”, onder­wi­jst ons ver­vol­gens wan­neer de lente begint en vertelt daar­na dat het weer nat en koud is. Hoewel het niet met woor­den gezegd wordt is er dus blijk­baar een idee ver­bon­den aan het con­cept ‘lente’ waarin lente een peri­ode is waarin het warmer en droger had moeten te zijn.

Ik vind dit een erg merk­waardig artikelt­je.

De natu­ur op onze aarde bestaat in gol­ven, var­iërend van koud­er naar warmer en weer omge­keerd. Die golf­be­weg­ing is afhanke­lijk van een groot aan­tal fac­toren zoals, bij wijze van voor­beeld, de stand van de aarde ten opzichte van de zon. Hoe gróót die tem­per­atu­ur­vari­aties zijn en of het nat­ter of droger is, is boven­di­en ook nog eens afhanke­lijk van een com­plex aan diverse mileutech­nis­che en kli­ma­tol­o­gis­che omstandighe­den, deels eigen aan de aarde (zoals bijvoor­beeld de invloed van El Niño, van de vervuilende vulka­a­nu­it­barstin­gen en eens in de zoveel duizend jaar van de wis­sel­ing van de mag­netis­che polen) en tegen­wo­ordig deels veroorza­akt door de mens.

Maar dat golf­be­weg­ing­spro­ces is geen con­stante, en is dat ook nooit geweest; in de loop van tien­duizen­den jaren zijn er diverse ijsti­j­den geweest, de aarde is tro­pisch geweest, enzovoorts. Er zit geen regel­maat  in.

Echter, op een gegeven moment kwam het meest gevaar­lijke roofdi­er ooit op aarde: de vena­tor intel­li­gens, ‘de intel­li­gente jager’. Wij. We leer­den dat het onder­scheid tussen dag en nacht belan­grijk is want som­mige dieren vang je beter ’s nachts, andere makke­lijk­er overdag. Lat­er gin­gen we het land bebouwen en daar leer­den we van dat er peri­odes zijn om te zaaien en peri­odes om te oog­sten. En zo groei­den we, in de loop van vele tien­duizen­den jaren, naar een tijdsin­del­ing toe. 

Waar dit aan­vanke­lijk alleen maar posi­tief uit­pak­te omdat we luis­ter­den naar ‑gevoelig waren voor- de golf­be­weg­ing van de natu­ur begon de ellende toen we dit soort obser­vaties gin­gen over­dra­gen via schrift. Vanaf dat punt wor­den het wet­matighe­den, neergeschreven ‘als het zus voelt is het tijd voor zo’-observaties wer­den opgelegde ‘op deze dag van die maand moet je dit doen’-regels. We gin­gen onszelf steeds meer overgeven aan de beschreven wet­matigheid en steeds min­der voe­len en waarne­men wat er daad­w­erke­lijk gebeurde. 

De stap die hierop vol­gde is de stap waar wij mid­denin zit­ten: we leg­den de beschreven wet­matigheid vast in benoemde een­heden — de seizoe­nen, weken, dagen, uren, minuten. En we zijn totaal ongevoelig gewor­den voor wat die wet­matigheid in feite was, en is: een poging tot vast­leggen van een onregel­matige golf­be­weg­ing in de natu­ur.

Terugk­erend naar waar dit ver­haal mee begon ga ik nu kei­hard zeggen: de lente is hele­maal niet koud begonnen. Hoo­gu­it is onze beschri­jv­ing van de golf­be­weg­ing van de natu­ur niet toereik­end. We zouden er beter aan doen om het idiote idee van een vast ritme te ver­geten, en opnieuw te leren observeren. Vergeet woor­den zoals win­ter en zomer; doe gewoon een jas aan als het koud is en doe ‑em uit wan­neer het warm is. Vergeet alles wat wij als kun­st­matige wet over de echte natu­ur hebben gelegd en observeer, voel.

Bij Tai Chi bestaat een­zelfde prob­leem. Tai Chi is een kri­jgskun­st, en in feite is een kri­jgskun­st niet meer dan de kun­st van het win­nen in een fysiek con­flict. Dat is ‘de natu­ur’ van Tai Chi. Als kri­jgskun­st zijn er diverse con­cepten van aan­pak te ontle­den over hoe je het doel ‑win­nen- kunt bereiken. Soms hard, soms zacht, dat soort zak­en. Er is een oud Chi­nees werk­mod­el (oefen­ing in qi en de inter­ac­tie tussen yin en yang) dat zich heel goed laat hanteren om vaardig te wor­den in die con­cepten, en eigen­lijk is dit alles.

Maar dan moet deze vaardigheid wor­den overge­dra­gen…  En dat gebeurt via een sys­teem, een wet­matigheid. Dat sys­teem werkt in feite achter­stevoren: waar je vroeger aan je leer­ling zou onder­wi­jzen hoe een bepaalde inter­ac­tie moet voe­len om resul­taat te bereiken waar­na het vanzelf een fysieke vorm kri­jgt begint het onder­wi­js tegen­wo­ordig met die fysieke vorm, waar nie­mand aan­vanke­lijk van weet of begri­jpt waar die vor­mgev­ing voor is. Ver­vol­gens evolueren er aller­lei regelt­jes over het pre­cies kri­j­gen van die vor­mgev­ing, er komen ook nog eens regelt­jes voor die regelt­jes, en uitein­delijk weet nie­mand meer waar het in de kern over gaat. 

Dat is het punt waarop er gezegd gaat wor­den “Tai Chi is een gezond­hei­d­skun­st”: dat is gewoon een andere manier om te zeggen “de lente begint koud”.

Scroll naar boven