De Drie Definities van Tai Chi zoals die door de School van de Kraanvogel worden gehanteerd luiden:
Tai Chi-boksen is peng-boksen;
Tai Chi-boksen is de Dertien Houdingen;
Tai Chi-boksen is de lange rivier.
Zoals zoveel Chinese uitspraken kunnen, en moeten, ze op verschillende niveaus worden begrepen.
Aan de ene kant zijn het los naast elkaar staande uitspraken waarbij elke uitspraak op meerdere levels kan, en moet, worden begrepen: in het begin ‑op een basisniveau- zijn ze letterlijk bedoeld en geven een uitleg over lichaamsconstructie of over technieken. Beheerst men dit, dan kan er worden verdiept en kan elke uitspraak abstract worden uitgelegd als een beschrijving of analyse van specifieke ‘krachten’. En uiteindelijk kan er, per uitspraak, bestudeerd worden hoe de volledige uitspraak een beschrijving is van de totale samenstelling van één complete handeling. Bij de Dertien Houdingen bijvoorbeeld betekent dit laatste dat één handeling álle Acht Deuren en álle Vijf Stappen in zich moet hebben om correct te worden uitgevoerd.
Aan de andere kant schuilt er een didactische volgorde in de Drie Definities waarbij eerst peng moet worden begrepen, dan kunnen de Dertien Houdingen worden uitgelegd en uiteindelijk is het zaak om alles vloeiend en voortdurend in elkaar over te laten lopen, ‘als een lange rivier’.
Waar komen de Definities vandaan?
De definities worden niet letterlijk zo gezegd in de Tai Chi-Klassieken of door de meesters (behalve de eerste); ze zijn er wel uit gedestilleerd.
De eerste definitie van Tai Chi: “Tai Chi-boksen is peng-boksen”
De meester Kuo Lien-Ying zegt “men kan stellen dat Tai Chi-boksen gelijk is aan peng jing boksen want zonder peng jing is er geen Tai Chi boksen” (in: Guttmann, trans., Kuo Lien-Ying, The T’ai Chi Boxing Chronicle (1994, Berkeley), p. 44).
De tweede definitie van Tai Chi: “Tai Chi-boksen is de Dertien Houdingen”
In de Klassieken staat:
十三總勢莫輕視 shisan zong shi mo qing shi:“De Dertien Houdingen moeten niet licht worden beschouwd”. (十三勢行功歌訣, 王宗岳 shisan shi xinggong gejue, Wang Zongyue)
十三總勢訣,自古少人學 shisan zong shi jue, zi gu shao ren xue: “Het geheim van de Dertien Houdingen is vroeger door maar weinig mensen bestudeerd”. (時三勢歌,李亦畬 shisan shi ge, Li Yiyu)
太極拳十三勢大義 taijiquan shisan shi da yi: “De belangrijke betekenis van de Dertien Houdingen van Taijiquan” (NB dit is de titel van een tekst van de Wu 吳‑stijl).
…出于自然十三勢也 …chuyu ziran shisan shi ye: “…de Dertien Houdingen komen voort uit de natuur”. (八門五步, 楊鈺(班侯) ba men wu bu, Yang Yu (Ban Hou))
De derde definitie van Tai Chi: “Tai Chi-boksen is de lange rivier”
In de Klassieken staat:
長拳者如長江大海滔滔不絕也 chang quan zhe ru chang jiang da hai taotao bu jue ye:“Lang Boksen is als een lange rivier en de grote zee die onophoudelijk voortrolt”. (太極拳倫,張三豐/王宗岳 taijiquan lun, Zhang Sanfeng/Wang Zongyue)
Met Lang Boksen wordt de beoefening van Tai Chi bedoeld:
自己用功,一勢一式,用成之後,合之為長,滔滔不斷,周而復始,所以名長拳也 ziji yong gong, yi shi yi shi, yong cheng zhi hou, he zhi wei chang, taotao bu duan, zhou er fu shi, suoyi ming chang quan ye: “Wanneer je oefent en je bent goed geworden in elke houding en elke stap, voeg ze dan samen tot ze lang zijn, onophoudelijk en ongebroken, voltooi het en begin opnieuw, dit is waarom de naam ‘lang boksen’ luidt”. (八五十三勢長拳觧,楊鈺(班侯) ba shi wu shisan shi chang quan jie, Yang Yu (Ban Hou))
De meest veelzijdige van alle uitspraken is ‘loslaten!’ Er zijn twee manieren waarop deze uitspraak wordt gebruikt.
De eerste uitleg is simpel en letterlijk: niet langer vasthouden dan nodig. Wat het dan ook is dat je vasthoudt.
In het verlengde daarvan moet ik denken aan hoe ik ooit in een natuurfilm zag hoe jonge mensapen zich, na hun geboorte, onmiddellijk vastklampen aan hun moeder. Bij ons, verre neven van die apen, lijkt dit niet meer voor te komen maar toch kun je aan baby’s merken dat het niet ècht verdwenen is. Let maar eens op de vastheid en opmerkelijke kracht van hun greep, en de neiging om vuistjes te maken. Iets vastpakken is dan ook iets dat we van nature in ons hebben en daarmee ook, in overdrachtelijke zin, het altijd ergens grip op willen hebben.
In de ogen van velen is vechtkunst een doelgerichte vaardigheid. Doelgericht, want we worden aangevallen en willen onszelf verdedigen. Dat alleen is al een doel. Tijdens de verdedigende handelingen zien we mogelijkheden hoe we kunnen blokkeren, ontsnappen of waar we de ander kunnen treffen. Ook dat zijn doelen die we onszelf stellen. We willen winnen, niet verliezen. Alweer een doel. Al deze doelen zijn in feite ideeën; we worden omgegooid omdat we het idee van staan hadden, dat idee is verstoord geraakt en vervolgens blijven we onszelf ‑ondanks het omvallen- vastklampen aan dat idee van staan. Zodoende streven we naar overeind blijven, en in die zin is het vasthouden aan een idee dus in principe een goed iets: niemand wil omvallen. Maar dat is precies wat er gebeurt, juist omdat we vast blijven houden aan het idee van staan.
In vechtkunst geldt dat wanneer ik de handeling ‘slaan’ uitvoer, dan is dat niet in het wilde weg maar naar een bepaald doel: de buik bijvoorbeeld, of het gezicht. Er zit dus een idee achter de handeling, de handeling ‑het slaan- zelf heeft een bepaalde intentie en ook intentie is een idee. In veel andere scholen word je erop getraind om ‘doelgericht’ te blijven, om vast te houden aan de ideeën die je hebt ingezet ‘want alleen op die manier bereik je succes’. Onzin: het is juist dé manier om je ondergang tegemoet te gaan. Want wanneer ik mis blijf ik net iets te lang op mijn aanvankelijke doel gericht omdat ik niet alleen mijn arm, maar ook mijn idee moet herroepen. Daardoor ben ik niet op tijd om te reageren op de reactie van de tegenstander omdat ik nog vasthoud aan mijn idee. En waar het de grotere lijnen van het gevecht ‑en misschien zelfs wel van ‘het leven’- betreft betekent het dat ik, wanneer ik vastzit in mijn doelgerichtheid, in mijn idee, ik blind ben voor de alternatieve mogelijkheden. Simpelweg omdat ik ze niet wil zien.
‘Loslaten’ betekent dan ook zoveel meer dan alleen maar ‘niet vasthouden’; het betekent ook dat je niet probeert te forceren wat je wil hebben maar wat (in ieder geval op dat moment) buiten bereik ligt, en dat je juist dat doet wat jou wordt aangeboden en voor de voeten komt. Loslaten gaat dan ook over het bewandelen ‑over het toestaan- van de makkelijke weg. En dat is heel moeilijk.
Voor de tweede manier om ‘loslaten’ te begrijpen moeten we wat filosofischer te werk gaan. Daar wil ik je in meenemen aan de hand van twee voorbeelden.
Het eerste voorbeeld is de tijd.
Wij mensen hebben een tijdsbesef. De zon gaat op, de zon gaat onder, en aan de hand daarvan bepalen we onze afspraken. In de kern is dat een natuurlijk proces: sommige prooien vang je ’s nachts, andere in de vroege ochtend, enzovoorts. Als je er niet op de juiste tijd bent vang je niks en krijg je honger. Later werd dat voor een deel verlegd naar het juiste zaai- of oogstmoment in het jaar, maar het idee bleef hetzelfde.
Echter, ergens in de geschiedenis zijn we die tijd gaan ‘vangen’, we zijn haar gaan benoemen. We hebben klokjes gemaakt met streepjes erop, die streepjesindeling zijn we ‘de tijd’ gaan noemen en vervolgens hebben we de èchte tijd naast ons neergelegd. Waar we zouden moeten slapen als het donker is en actief zijn tijdens het daglicht zijn we regeltjes gaan maken die ons opleggen dat we tussen die en die streepjes moeten werken, van zus-tot-zo laat moeten slapen, enzovoorts. We zijn machines gaan maken die volgens die regeltjes werken en die machines ‑of ‘machinerieën’ waar het maatschappelijke of werkprocessen betreft- zijn afhankelijk van onze bediening, dus wij dwingen onszelf weer binnen die machineregeltjes. We hebben de tijd geconstateerd, daar een matrix overheen gelegd die vaker niet dan wel overeenstemt met het origineel en vervolgens zijn we volgens die kunstmatige, zelfverzonnen matrix gaan leven. We hebben de natuur volledig naast ons neergelegd en verzwakken onze gevoeligheid en onze natuurlijke energie door buiten het ritme van de wereld rondom ons te leven.
Een tweede voorbeeld is de natuur en hoe wij ermee omgaan.
Wij hebben een bepaald gevoel van belangrijkheid, ja zelfs van arrogantie; we noemen onszelf zelfs ‘de kroon van de schepping’. Maar die zogenaamde belangrijkheid heeft gemaakt dat wij alles om ons heen kapot denken te mogen maken. Eén van de gevolgen daarvan is een verandering in ons leefmilieu, in wat wij ‘de natuur’ noemen. De vervuiling die wij toevoegen aan de natuurlijke uitstootprocessen heeft versnellende negatieve invloed op dat leefmilieu.
Inmiddels zijn we zover dat we waarnemen dat de seizoenen veranderen, en we zeggen zelfs “de natuur is van slag”. Maar dat is onzin, de natuur is helemaal niet van slag: ze fluctueert, ze gaat mee met de input (onder andere de door ons geproduceerde vervuiling) die ze krijgt, en ze verandert in een tempo dat hooguit zo langzaam gaat dat wij het niet als natuurlijke golfbeweging herkennen omdat we te kort leven en waarnemen. Maar ergens was er ooit een idioot die het in zijn hoofd haalde om zaken te benoemen: van dan tot dan is het winter en dan hoort er sneeuw te vallen, van dan tot dan is het zomer en dan moet het lekker warm zijn. Nu komt onze aarde in een ander deel van haar golfbeweging (al of niet door ons ‘geholpen’) en in plaats van dat wij ons nu aanpassen aan hoe de natuur zich gedraagt willen wij haar dwingen om binnen onze gefantaseerde winter-en-zomer-regeltjes te blijven.
Deze twee voorbeelden illustreren een filosofisch soort ‘loslaten’. Wij hebben eerst een matrix gemaakt die kunstmatig is (ons idee van de tijd of van het ritme van de natuur) en vervolgens gaan we ons naar die matrix gedragen in plaats van naar de ware aard áchter die matrix: de echte tijd of de ware natuur.
Vechtkunst gaat over het hanteren van dergelijke kunstmatige matrixen. We houden ons niet bezig met hoe een beweging feitelijk verloopt, hoe de golfbeweging die de interactie tussen ons en de ander is heen en weer pulseert. We zien alleen maar de ‘ik ben goed en hij is slecht’-emotie, we voelen alleen maar de angst of woede (of beide) en worden blind voor het feitelijke verloop van de interactie. We hebben regeltjes gemaakt in de zin van wel of niet sportief zijn en het vechten volledig onttrokken aan wat vechten eigenlijk is. Het is niet voor niks dat de Daodejing begint met “道可道非常道” – dao ke dao fei chang dao: ‘de weg die in woorden gevat kan worden is niet de bestendige weg’. Woorden zijn een kunstmatige matrix die de mens oplegt aan haar omgeving, om vervolgens aan dat kunstmatige vast te houden en de ware aard van diezelfde omgeving te vergeten.
‘Loslaten’ gaat dan ook over ‘ophouden te willen begrijpen’, te ‘be-grijpen’; laat het idee van willen winnen of niet willen verliezen los, laat je angsten en woede los, laat je ideeën over hoe te handelen los; en kijk ‑nee: voel- de interactie.
Toen ik aan mijn vechtkunsttraining begon was ik een jaar of twaalf, dertien. Uiteraard wilde ik weten hoe ik me moest verdedigen tegen dit en wat ik kon doen tegen dat, en ik leerde een veelheid aan technieken.
Die in het midden op de achterste rij, dat ben ik toen ik zestien was. Op de voorgrond meneer Tan (links op de afbeelding).
Na een korte tijd rond te hebben geshopt in Karate, Taekwondo (oude stijl) en Pençak Silat kwam ik terecht bij meneer Tan. Daar leerde ik niet ’tegen dit doe je dat’, maar ik kreeg een beweging te leren die ik eerst naar tevredenheid moest kunnen uitvoeren, en daarna kwam er een korte uitleg over wat je moet die beweging ‘deed’ inclusief een bijbehorende partneroefening.
Op zich is dat natuurlijk niet zo’n vreemde onderwijsstructuur, sterker nog: ongemerkt zit die in alle krijgskunsten en vechtsporten. Neem bijvoorbeeld boksen: je leert een beweging waarbij je gezegd wordt dat dat een stoot is, en vervolgens ga je die oefenen. Bij Karate idem dito: dit is een stoot, dat is een trap, zus en zo’n beweging is een wering. Same difference.
Het punt is natuurlijk dat je als beginner niks wéét, en er moet ergens begonnen worden. Dus gebruikt de lesstructuur ‑die een stijlschool in feite ís- bij wijze van ingang die handelingen die je sowieso al kent en begrijpt; allen worden ze nu op een stijlspecifieke manier gevormd en aangeleerd.
Dit is wat ik later ben gaan benoemen als ‘het niveau van de tienduizend dingen’: tegen dit doe je dat, dit is schoppen, dit is slaan. En zo voort.
Ik vond Chinese stijlen leuk om te oefenen maar ik vond ze, op het begripsniveau dat ik toen had, wel inefficiënt: waarom zoveel aandacht aan het correct uitvoeren van de vormgeving van een bepaalde stap? Waarom niet meteen oefenen in de betekenis van die stap?
De Tit Khun-stijl die ik leerde had vijf ‘stapvormen’, elk gerelateerd aan een bepaalde richting. En zoals ik hierboven al vertelde kreeg ik elke stapvorm nauwgezet uitgelegd wat je met die beweging deed. En daar begon mijn pad van zelfmisleiding.
Meneer Tan probeerde mij in al zijn wijsheid van dat pad weg te houden. Zijn methode bestond uit verhaaltjes en anekdotes (zie HIER). Nu wat het de tijd van Bruce Lee, en een beroemde uitspraak van Bruce Lee was ‘absorb what is useful’. Wij, leerlingen, zaten daardoor op een keer te praten over technieken van andere stijlen die Tit Khun niet had en vroegen op een gegeven moment aan meneer Tan of hij misschien ooit technieken had overgenomen uit andere stijlen. Zijn antwoord was, alweer, een verhaaltje: “Als je een techniek ziet bij een andere stijl die je erg goed vindt, dan moet je die overnemen natuurlijk! Zelf doe ik dat altijd zo: eerst kijk ik naar hoe ik me met Tit Khun tegen die techniek moet verdedigen. Als dat niet zo moeilijk blijkt te zijn als het aanvankelijk leek heb ik geen reden meer om die techniek mooi te vinden natuurlijk; maar als ik me er moeilijk tegen denk te kunnen verdedigen beschouw ik het als een mooie techniek. Vóórdat ik ‘m nu overneem vraag ik me eerst af of Tit Khun misschien een beweging heeft die heel wel voor die techniek gebruikt kan worden, maar ik heb daar gewoon nooit eerder bij stilgestaan. Kom ik zo’n beweging niet tegen, dan neem ik die techniek over. Maar blijkt Tit Khun een beweging al te hebben die de toepassing van die techniek toelaat dan hoeft dat niet, en heb ik mijn eigen stijl verdiept!” Uiteraard vroegen wij meteen welke technieken hij dan uiteindelijk had overgenomen. Meneer Tan glimlachte, ging achterover zitten en zei: “Geen”.
Het zou nog zeker dertig jaar duren voor ik daadwerkelijk begreep wat hij met deze uitleg wilde zeggen.
Dat lag niet aan hem, dat lag aan mij, de leerling. Tegenwoordig leer ik mijn eigen leerlingen dat ‘mijn’ kunst leren net zoiets is als het beklimmen van een ladder: je kunt net zo hoog stijgen als je treden kunt loslaten. Maar dat begreep ik zelf, in mijn eigen leertijd, heel lang niet.
Een voorbeeld: de stap/techniek die bij Tit Khun bekend staat als ‘pat kwa’. Als solo-stap ziet die er ongeveer zo uit:
En de toepassing die ik erbij geleerd kreeg was deze:
Een soort van ‘enkelbreek-techniek’ die aan de binnenkant/voorzijde van de tegenstander wordt gebruikt. Dit heb ik jarenlang zo geoefend, en later zelf ook onderwezen. Later leerde ik bij meneer Tan de vormen (zeg maar: de ‘kata’) van Tit Khun, en daarin kwam die stap meerdere malen voor; maar dan wel op een manier waardoor die onmogelijk deze betekenis kon hebben. Dús werd het bijbehorende verhaal dat de toepassing afweek van de vormgeving in de vorm; hetzelfde flauwekulargument dat je tegenwoordig ook veel hoort in Tai Chi-kringen als het gaat over toepassingen van ‘de vorm’.
Nee, hartstikke fóut: de toepassing is juist exact zoals je die aanleert! Je moet alleen de aangeleerde basistoepassing, die je al zoveel jaren geoefend hebt, eerst loslaten om te kunnen inzien dat niet de vorm, maar de toepassing van die vorm anders is. Het duurde bij mij (maar ik ben een trage leerling) ruim dertig jaar voor ik überhaupt op dat idee kwam…
Mijn punt is eigenlijk: je leert eerst ‘de tienduizend dingen’: tegen dit doe je dat. Maar een goede stijlschool voert je verder dan dat: je leert vormgevingen van hóe je je handeling moet uitvoeren om vervolgens die specifieke handeling los te kunnen laten en de vormgeving voor zichzelf te laten spreken. Wat kun je er nog meer mee? Zo wordt je opleiding steeds conceptueler tot je uiteindelijk uitkomt op de basisconcepten; in het typisch traditioneel-Chinese vocabulaire ga je van ‘de tienduizend dingen’ naar ‘de vijf elementen’, en vandaar groei je weer door naar ‘yin en yang’ om uiteindelijk uit te komen bij de Dao. Van tienduizend details naar, uiteindelijk, één centraal concept.
Een stijl leert je dus feitelijk geen technieken of technisch handelen; integendeel. In werkelijkheid is een stijl ‑na het aanleren van materiaal om mee te werken- een soort van raadsel dat de leerling krijgt toegeworpen. Natuurlijk kun je blijven hangen in de basisuitleg van wat je doet met een bepaalde beweging, en ja: daar kun je heel goed mee worden. Maar that’s not the point: het aangeleerde is niet meer dan een inleiding en motivatie voor de beginnende leerling om die specifieke beweging überhaupt te willen oefenen. Maar om verder te kunnen te groeien in de concepten die de stijl achter de schermen probeert te onderwijzen is het zaak om die eerste uitleg ‑uiteraard na voldoende beheersing- ook weer te kunnen loslaten. Je leert geen beperkingen, je wordt geschoold in vrijheid.
Nawoord: ik kwam op het idee voor dit artikeltje door een filmpje dat ik ergens op Facebook (klik HIER) tegenkwam. Het is een reclamefilmpje van een paar Karateleraren die ‘alternatieve toepassingen’ van de handelingen uit een kata demonstreren, om zo te laten zien dat de ‘schoppen-en-slaan’-stijl die (in hun ogen blijkbaar) Karate ‘is’ ook anders gebruikt kan worden. Hebben ze iets nieuws ontdekt? Nee, niet iets nieuws. Hebben ze iets ‘ont-dekt’: ja, ze hebben de schil van datgene wat hen was aangeleerd (Karatebewegingen gaan over schoppen, slaan en blokken) van zich af kunnen werpen. Een stijl is geen leerschool in beperkingen (‘deze ene beweging doet het ene dát’), het is een opeenstapeling van raadsels (‘wat kun je allemaal met deze ene beweging?’ ‘Wat is het ene achterliggende, alomvattende concept ervan?’) om je de weg naar vrijheid te wijzen.
Laat je trede los en beklim je ladder.
Het klopt dat de prijzen van deze boeken wat hoger zijn. De redenen daarvoor zijn, enerzijds, dat het Nederlandse taalgebied erg klein is voor de 'Tai Chi-markt', en anderzijds dat het eigen publicaties zijn die op bestelling worden aangemaakt. Dat is duurder dan een reguliere uitgever die grote oplages maakt, maar laat wel de vrijheid met betrekking tot de inhoud bestaan: een eerdere samenwerking met een grote, commerciële uitgever resulteerde in dwang vanuit de uitgever om de inhoud beperkt te houden tot populaire, oppervlakkige inhoud.
Disclaimer
De informatie, video’s en oefeningen op deze website zijn bedoeld voor educatieve en informatieve doeleinden. De getoonde vechtsporttechnieken en gezondheidsoefeningen worden uitgevoerd door getrainde professionals. Probeer deze handelingen niet zelfstandig na te doen zonder deskundige begeleiding. Onjuiste uitvoering kan leiden tot blessures of andere gezondheidsrisico’s. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts of gecertificeerde instructeur.