de School van de Kraanvogel

Chinese termen

Baguazhang, Boekbespreking, Chinese termen, Filosofie, Instructie, Principes

Boekbespreking — ‘A Shadow on Fallen Blossoms’

Ik heb een kast vol boeken; uit som­mige heb ik geleerd hoe het wél moet, uit andere hoe het liev­er anders moet; som­mige boeken waren des­ti­jds leerza­am ter­wi­jl ik er nu van denk ‘waarom heb ik dat ooit gelezen’, andere boeken gaan tot op de dag van van­daag ver boven mijn begripsver­mo­gen uit; maar uit elk boek heb ik in de loop der jaren iets kun­nen meepikken waar­door zow­el mijn inzicht­en als mijn vaardighe­den kon­den groeien. In deze blog-serie deel ik ze graag met jul­lie.

A Shad­ow on Fall­en Blos­soms – The 36 and 48 Tra­di­tion­al Vers­es of Baguazhang
Auteur: Andrea Mary Falk
Uit­gev­er­ij: tgl books, Québec (2017)

Hoewel mijn school in de volksmond bek­end staat als ‘een Tai Chi-school’ klopt dat in feite niet: het is een school in interne kri­jgskun­st. Vecht­en heeft immers geen sti­jl — hoo­gu­it zijn er meth­od­es om spec­i­fieke vaardighe­den te ver­w­er­ven; en wat wij tegen­wo­ordig ‘een sti­jl’ noe­men is in feite niet meer dan een gefos­siliseerde over­drachtsmeth­ode. Daar­bij moet de leer­ling niet zozeer de vor­mgevin­gen leren maar wordt hij veron­der­steld zelf verder te zoeken: zo kan hij tot herken­ning te komen van de kern­principes die via die vor­mgevin­gen wor­den overge­dra­gen.

Dat betekent dat wij veel meer onder­wi­jzen dan ‘alleen maar’ Tai Chi; en omdat principes leren ken­nen maatwerk is loopt elke leer­ling ‑anders gebouwd, ander tem­pera­ment- naar buiten met een eigen sti­jlen- en oefenin­gen­pakket.

Eén van de sti­jlen c.q. instruc­tiemeth­od­es die, vanu­it die inval­shoek bezien, in mijn school alleen beperkt wor­den onder­wezen is Baguazhang. In de School van de Kraan­vo­gel is dat een inter­pre­tatie van Wudang Baguazhang van Fei Yin­tao, maar er zijn heel veel ver­schil­lende stro­min­gen.

Zo ver­schil­lend als die stro­min­gen ook mogen zijn (de ene stro­ming is beïn­vloed door shuai jiao, de andere door tan­tui, enzovoorts), de principes waar ze omheen gebouwd zijn bli­jven het­zelfde. Zodoende zijn de oude geschriften van Baguazhang voor elke vari­ant rel­e­vant maar ook voor elke interne sti­jlschool die door het con­cept ‘sti­jl’ heen heeft weten te prikken.

Een rev­o­lu­tion­air Chi­nees boek dat over Baguazhang pub­liceerde was geschreven door Yan Dehua in 1936, waar­bij het rev­o­lu­tion­aire daaraan (naar Chi­nese begrip­pen van die tijd) was dat hij niet zozeer de houdin­gen beschreef maar de toepassin­gen. Eerdere auteurs zoals de beroemde meester Sun Lutang beschreven alleen de posi­ties en, typ­isch voor Sun Lutang, een filosofis­che achter­grond.

Andrea Mary Falk ‑zelf een kundig Baguazhang-meester- heeft het boek van Yan Dehua ver­taald en in 2000 uit­gegeven onder de titel Yan Dehua s Bagua Appli­ca­tions, en in haar sum­miere voor­wo­ord zegt ze “This is pure baguazhang – noth­ing more needs to be said. For this rea­son I have not edit­ed or made any com­men­tary at all, and kept thew flavour of the orig­i­nal book as much as pos­si­ble”.
Oftewel: ze heeft er niks aan toegevoegd, niks bij uit­gelegd — ze heeft alleen maar één op één ver­taald want meer was, vol­gens haar, niet nodig.

Inder­daad ver­taalt Falk ver­vol­gens alleen maar zon­der voet­noten, op- of aan­merkin­gen, en de tekst en afbeeldin­gen in het boek van Yan Dehua zijn ver­vol­gens zó duidelijk dat iedereen die thuis is in de Chi­nese interne kri­jgskun­sten de oefenin­gen relatief makke­lijk kan repro­duc­eren en incor­por­eren.

Nou is een interne sti­jlschool ‑in dit geval Baguazhang- meer dan ‘de toepassin­gen’- er zijn achterliggende rede­nen, principes, die het waarom van deze toepassin­gen verk­laren. Boven­di­en zijn toepassin­gen hoo­gu­it een voor­beeld van ‘hoe het zou kun­nen’, en zek­er niet van ‘hoe het zou moeten’. Echter, principes, con­cepten en ideeën uit­leggen vraagt soms hele lap­pen tekst waarin je makke­lijk over de kern heen leest en ‑belan­grijk voor degene die niet wil ‘weten’ maar wil ‘kun­nen’- die vaak moeil­ijk te onthouden zijn.

Bij Baguazhang is de oploss­ing hier­voor gevon­den in de vorm van korte ver­sjes, een soort van one­lin­ers eigen­lijk maar dan op rijm. Daar zijn twee series van, namelijk een rijt­je van 36 en een rijt­je van 48 ver­sjes.

Er is inmid­dels een uit­ge­brei­de reeks aan boeken, zek­er in het Chi­nees, die tekst en uit­leg geven over de beteke­nis van deze ver­sjes. Maar het is dezelfde Andrea Mary Falk die ik al eerder noemde die alle vari­aties naast elka­ar gelegd heeft en die, in haar boek A Shad­ow on Fall­en Blos­soms – The 36 and 48 Tra­di­tion­al Vers­es of Baguazhang, ver­vol­gens de ver­schil­lende ver­sies met elka­ar is gaan vergelijken. 

Wat zegt deze anders dan die, waarom, tot welke betekenisver­schillen lei­dt het – dat soort vra­gen. Tussendoor geeft ze via opmerkin­gen in de hoofdtekst en in voet­noten blijk van een enorme ken­nis op het gebied van interne kri­jgskun­sten­sc­holen en ‑tek­sten in het alge­meen en valt er ook voor niet-Baguazhang beoe­fe­naars veel te leren.

Zo heeft ze zin­volle din­gen te zeggen of de typ­is­che Tai Chi-houd­ing dan bian, over shi (式 en 勢), ze beschri­jft veldge­waar­word­ing en benoemt het ver­schil tussen het dant­ian en de onder­buik, ze geeft een over­drachtelijke uit­leg van de Lange Riv­i­er, geeft een metafy­sis­che uit­leg over de ‘heng-’ en ‘ha-‘klanken, ze geeft een tech­nis­che uit­leg over bi 閉 (bek­end in Tai Chi uit de naam ru feng si bi), tussen neus en lip­pen door beschri­jft ze de his­to­rie van de reden voor naamgev­ing van ‘de’ drie interne sti­jlen, ze benoemt op acad­emisch onder­bouwde wijze de onzin van het kop­pe­len van filosofis­che con­cepten aan kri­jgskun­st, en nog veel en veel meer.

Punt is: als je hier niet op let lees je er over­heen door­dat het alle­maal korte, makke­lijk te mis­sen opmerkin­gen zijn in haar uit­leg over de beteke­nis van een bepaald vers en de vergelijk­ing daar­van met andere vari­anten. Het boek is veel rijk­er dan je op het eerste gezicht zou verwacht­en en geeft niet alleen blijk van de enorme ken­nis en vaardigheid (om de tek­sten te kun­nen inter­preteren moet je zelf over een behoor­lijke vaardigheid beschikken) van de auteur maar deelt in ieder geval die ken­nis ruim­schoots met de lez­er.

En hoewel de titel van het boek sug­gereert dat het over bloe­sems gaat denk ik daar anders over: je denkt dat je een bloe­sem koopt maar je kri­jgt een vrucht.

Van harte aan­bev­olen!

PS: een excel­lente en goed onder­bouwde ver­tal­ing in het Ned­er­lands van de 36 en 48 Baguazhang-verzen bestaat ook (weliswaar zon­der de aan­vul­lende com­mentaren zoals Falk die geeft) en heb ik in mijn bez­it, maar ik kan er geen online link van vin­den. Mocht je hierin geïn­ter­esseerd zijn dan ver­wi­js ik je met plezi­er door naar de web­site van de auteur.

* Er wordt com­missie ver­di­end via de inges­loten links naar Amazon.nl in het boven­staande artikel.

Chinese termen, Filosofie, Instructie, kracht, Lerarenopleiding, Principes, Roel Jansen, Tai Chi, Tit Khun, Uncategorized, Zegswijzen

De Dertien Houdingen van Tai Chi

De Der­tien Houdin­gen van Tai Chi wor­den door ver­schil­lende stro­min­gen en meesters anders uit­gelegd. Voor de één gaat het om con­crete houdin­gen en han­delin­gen, de ander heeft er weer andere ideeën over. Bin­nen de School van de Kraan­vo­gel wor­den ze als vol­gt gezien:

Het getal 13 ver­wi­jst naar een groep van 8, de ba men ‘Acht Deuren’ genaamd; dit zijn peng, , ji, an, cai, lie, zhou en kao. Deze Acht Deuren bestaan op hun beurt weer uit twee groepen: de eerste vier vor­men de ‘con­troleurs’ en de tweede vier vor­men de ‘cor­rec­tors’. Dit is omdat je bij de con­troleurs via con­tact de ander afhoudt en van je af werpt, ter­wi­jl je bij de cor­rec­tors het ver­bro­ken con­tact weer her­stelt — althans: bij de con­troleurs is peng de ‘kracht’ via welke je de ander ‘leest’ en , ji en an zijn hier vari­aties van; en bij de cor­rec­tors is cai dé manier om iemand, na het con­tact ver­bro­ken te hebben, terug te halen maar het risi­co bestaat dat de ander dit overneemt en tegen jou gebruikt; lie, zhou en kao zijn dan vari­aties om het mogelijke prob­leem dat hier­door kan ontstaan (nl. dat de ander zich tegen jou aan­werpt) te voorkomen of op te lossen.

De tweede groep van de 13 shi staat bek­end als de wux­ing 五行. Dit is de naam van wat bij ons bek­end staat als ‘de Vijf Elementen/Fases’, maar xing 行 betekent eigen­lijk zoveel als ‘gaan’ en sug­gereert dus beweg­ing. Het is belan­grijk om in acht te nemen dat we in een mil­i­taire (kri­jgskun­st was vroeger een mil­i­taire aan­gele­gen­heid en zek­er geen gezond­hei­dsspel!) con­text zit­ten en dat we ‑aangezien Chi­nees een zeer con­textgevoelige taal is- dus ook in die sfeer moeten ver­tal­en. Mil­i­tair gezien hebben we het dan zek­er niet over ‘ele­menten’ of ‘fas­es’ en ook niet over ‘gaan’, maar over ‘manoeu­vr­eren’. Het gaat zodoende om vijf strate­gieën om te manoeu­vr­eren, om je te ver­plaat­sen. We hebben het dan over:

jin bu 進步
lett. ‘voor­waartse stap’; echter, in mil­i­taire con­text betekent het ‘opdri­jven’.
tui bu 退步
lett. ‘achter­waartse stap’; echter, in mil­i­taire con­text is dit het antwo­ord op ‘opdri­jven’, waar­bij je dus bewust en gecon­troleerd achter­waarts aansluit op de jou opdri­jvende kracht.
zuo gu 左顧
vaak foutief ver­taald als ‘links schouwen’ (een archaïsch woord voor ‘kijken’); echter, ‘links’ kan ook beteke­nen ‘links zijn’, dus: ‘aan de link­erkant zijn en (naar de tegen­stander) kijken’. Dit heeft betrekking op een aan­val, door de ander, met de rechter arm; daar­door kom je nu aan de rugz­i­jde van de tegen­stander, dus je mag het begri­jpen als ‘achter de rug van de ander gaan’.
you pan 右盘
vaak foutief ver­taald als ‘rechts bezien’ (een ánder archaïsch woord voor ‘kijken’); echter, ‘rechts’ kan ook beteke­nen ‘rechts zijn’, dus: ‘aan de rechterkant zijn en (naar de tegen­stander) kijken’. Dit heeft betrekking op een aan­val, door de ander, met de rechter arm. Daar­door kom je nu aan de voorz­i­jde van de ander, dus je mag het begri­jpen als ‘gaan naar recht voor de ander’.
zhong ding 中定
vaak foutief ver­taald als ‘cen­traal even­wicht’; foutief, want ding 定 betekent dat iets ‘zek­er’ is, ‘vast­gesteld’, ‘con­creet’, ‘com­pact’. In de con­text van gezond­heid en bal­ans zou ‘even­wicht’ hier dus een weer­gave van kun­nen zijn maar de con­text is mil­i­tair. Het betekent dan ook dat het cen­trum com­pact, solide, is. Lees: dat je op je plaats bli­jft.

De wux­ing 五行 mak­en in Tai Chi deel uit van het grotere geheel van de shisan shi 十三式, vaak ver­taald als ‘de der­tien houdin­gen’. Overi­gens is deze naam niet goed te ver­tal­en: voor het Chi­nese begrip shi 式 in mil­i­taire con­text hebben wij geen woord. Het gaat om een kleine gevecht­seen­heid, bestaande uit sol­dat­en met zwaard en schild en, daarachter opgesteld, sol­dat­en met speren in ver­schil­lende lengte, die zich als een­heid in wis­se­lende con­struc­ties kun­nen opstellen. Een frontli­jn bestaat dan uit meerdere van dergelijke een­heden en vormt een aaneenges­loten rij. Op com­man­do kan zo’n een­heid haar interne opstelling wijzi­gen — denk aan naar voren gericht zijn tegen en frontaal aan­val­lende vijand waar­bij de sol­dat­en met zwaard en schild vooraan staan, ter­wi­jl ze tegen rui­ter­ij wor­den bescher­md door de lange speren die van achteren over hun schoud­ers naar voren steken, om dan plots de interne con­struc­tie te moeten wijzi­gen tegen een aan­val vanaf de zijkant bijvoor­beeld. Zo’n ‘interne con­struc­tie’, dwz de opstelling van zo’n kleine een­heid, is een shi 式. Het werd in vroegere tij­den door (door de keiz­er ver­bo­den) dorpsmil­i­ties vaak op ver­bor­gen wijze getraind via oefen­ing in de drak­en­dans, en je kunt dit heden ten dage nog herken­nen in die train­in­gen.

Zoals je ziet zijn de 13 shi abstracte begrip­pen (als in: het zijn geen con­crete han­delin­gen, stap­pen of beweg­in­gen) die gewoon vrij bestudeerd en beoe­fend kun­nen wor­den. Hoewel ze via geschriften his­torisch aan Tai Chi ver­bon­den zijn kun je ze pri­ma bestud­eren vanu­it, en toepassen in, welke andere sti­jl van vecht­en dan ook.

#taichi #taichichuan #tai­ji­quan #tai­ji #taichi­quan #inter­nal­mar­tialarts #nei­ji­aquan #kung­fu #titkhun #thitkun #roel­jansen #schoolvan­dekraan­vo­gel

Chinese termen, Instructie, kracht, Principes, Tai Chi, Tit Khun

De kracht van geen-kracht

Hoewel bek­end is van Yang Luchan, de grond­leg­ger van Yang-sti­jl Tai Chi, dat hij ‑zoals alle kri­jgskun­ste­naars aan het begin van de negen­tiende eeuw- met spec­i­fieke zware gewicht­en oefende heeft Tai Chi van zichzelf geen kracht­train­ing; sterk­er, sneller of hard­er zijn heeft geen beteke­nis in Tai Chi, sterk­er nog: het kan averechts werken.

Voor­beeld van zo’n zware oefen­steen; vaardigheid in het werken met zulke enorme gewicht­en maak­te deel uit van Keiz­er­lijke exa­m­ens. Andere ‘objecten’ waarmee getraind werd waren zware helle­baar­den (die vaak ruim hon­derd kilo wogen!), extra zware hand­bo­gen, enzovoorts. De foto komt van de Face­book-pag­i­na van Dmit­ry Moi­seev die zich spe­cialiseert in dit soort oude train­meth­od­es.

Toch hebben we in mijn school ‘object­train­ing’ — diverse soorten heel spec­i­fieke train­ing waar­bij wel degelijk gebruik wordt gemaakt van gewicht­en. Deze object­train­ing is niet bedoeld om sterk­er te wor­den maar gericht op het doen toen­e­men van sen­si­tiviteit en, daar­naast, om het ‘schaduwen’ te onder­s­te­unen: in Tai Chi draait namelijk alles om gevoels­ge­waar­word­ing.

Echter, wij hebben één train­ingsmeth­ode die wel degelijk echte kracht­train­ing is: voor de han­den. Waarom is dat?

Op zich is die kracht­train­ing voor de han­den ner­gens voor nodig, maar het is de enige vorm van kracht­train­ing die je ener­getis­che sen­si­tiviteit­son­twik­kel­ing niet in de weg zit; en de reden om deze train­ing erbij te houden is (behalve dat ik het per­soon­lijk gewoon leuk vind om te doen) eerst en vooral om de mind van de leer­ling tevre­den te houden: “Oh, kracht­train­ing mag niet maar dit mag gelukkig nog wél”. Lat­er, als de leer­ling dan iets van het ener­getis­che niveau gaat ‘pakken’, heeft niets hem in de weg ges­taan bij het ontwikke­len van de ben­odigde sen­si­tiviteit — ook zijn eigen mind niet die anders geen vertrouwen gehad zou hebben in het ‘geen kracht’-principe. Maar eigen­lijk doen we totaal niets met die hand­kracht.

Als je de tegen­stander als een boom ziet zou je kun­nen stellen dat ‘kracht-sti­jlen’ (hard­er, sterk­er, sneller enzovoorts) de stam kun­nen omkap­pen door­dat ze, als een houthakker, de uit­stek­ende takken beet­je bij beet­je hebben afge­bro­ken, net zolang tot ze bij de stam komen.

Sti­jlsc­holen zoals Tai Chi, Tit Khun, Baguazhang en dergelijke werken daar­ente­gen meer als de wind: die is hele­maal niet met het omhakken van de stam bezig maar omgeeft de hele boom zoveel mogelijk en bli­jft dat doen, ongeacht hoe de boom ver­vormt onder het waaien van de wind. Dus de boom buigt zus van­wege de wind maar over­al is wind, dan buigt de boom zo van­wege de wind maar ook dan is er nog steeds over­al wind: over­al is wind, ongeacht hoe de boom meegeeft. Dan is de wind weer hier, dan weer daar, en de boom zoekt zich te verdedi­gen tegen een aan­val die er hele­maal niet is. Daar­door beweegt ze heen-en-weer, zus-en-zo, en omdat ze te stug is om de wind bli­jvend te vol­gen hakt de boom uitein­delijk zichzelf om.

De wind heeft geen vijand.

Dit noe­men we, in Tai Chi-ter­men, ‘jin’ 勁. Jin staat lijn­recht tegen­over ‘li’ 力. Hoewel een woor­den­boek bei­de ter­men als ‘kracht’ ver­taalt is er een groot ver­schil:

Li 力 is de kracht die ik zelf inzet om een fysiek resul­taat te bereiken. Jin 勁 daar­ente­gen is de kracht die mijn tegen­stander ervaart ter­wi­jl ik geen kracht heb ingezet.

Jin is de kracht van de wind.

Scroll naar boven