de School van de Kraanvogel

Tit Khun

Chinese termen, Filosofie, Instructie, kracht, Lerarenopleiding, Principes, Roel Jansen, Tai Chi, Tit Khun, Uncategorized, Zegswijzen

De Dertien Houdingen van Tai Chi

De Der­tien Houdin­gen van Tai Chi wor­den door ver­schil­lende stro­min­gen en meesters anders uit­gelegd. Voor de één gaat het om con­crete houdin­gen en han­delin­gen, de ander heeft er weer andere ideeën over. Bin­nen de School van de Kraan­vo­gel wor­den ze als vol­gt gezien:

Het getal 13 ver­wi­jst naar een groep van 8, de ba men ‘Acht Deuren’ genaamd; dit zijn peng, , ji, an, cai, lie, zhou en kao. Deze Acht Deuren bestaan op hun beurt weer uit twee groepen: de eerste vier vor­men de ‘con­troleurs’ en de tweede vier vor­men de ‘cor­rec­tors’. Dit is omdat je bij de con­troleurs via con­tact de ander afhoudt en van je af werpt, ter­wi­jl je bij de cor­rec­tors het ver­bro­ken con­tact weer her­stelt — althans: bij de con­troleurs is peng de ‘kracht’ via welke je de ander ‘leest’ en , ji en an zijn hier vari­aties van; en bij de cor­rec­tors is cai dé manier om iemand, na het con­tact ver­bro­ken te hebben, terug te halen maar het risi­co bestaat dat de ander dit overneemt en tegen jou gebruikt; lie, zhou en kao zijn dan vari­aties om het mogelijke prob­leem dat hier­door kan ontstaan (nl. dat de ander zich tegen jou aan­werpt) te voorkomen of op te lossen.

De tweede groep van de 13 shi staat bek­end als de wux­ing 五行. Dit is de naam van wat bij ons bek­end staat als ‘de Vijf Elementen/Fases’, maar xing 行 betekent eigen­lijk zoveel als ‘gaan’ en sug­gereert dus beweg­ing. Het is belan­grijk om in acht te nemen dat we in een mil­i­taire (kri­jgskun­st was vroeger een mil­i­taire aan­gele­gen­heid en zek­er geen gezond­hei­dsspel!) con­text zit­ten en dat we ‑aangezien Chi­nees een zeer con­textgevoelige taal is- dus ook in die sfeer moeten ver­tal­en. Mil­i­tair gezien hebben we het dan zek­er niet over ‘ele­menten’ of ‘fas­es’ en ook niet over ‘gaan’, maar over ‘manoeu­vr­eren’. Het gaat zodoende om vijf strate­gieën om te manoeu­vr­eren, om je te ver­plaat­sen. We hebben het dan over:

jin bu 進步
lett. ‘voor­waartse stap’; echter, in mil­i­taire con­text betekent het ‘opdri­jven’.
tui bu 退步
lett. ‘achter­waartse stap’; echter, in mil­i­taire con­text is dit het antwo­ord op ‘opdri­jven’, waar­bij je dus bewust en gecon­troleerd achter­waarts aansluit op de jou opdri­jvende kracht.
zuo gu 左顧
vaak foutief ver­taald als ‘links schouwen’ (een archaïsch woord voor ‘kijken’); echter, ‘links’ kan ook beteke­nen ‘links zijn’, dus: ‘aan de link­erkant zijn en (naar de tegen­stander) kijken’. Dit heeft betrekking op een aan­val, door de ander, met de rechter arm; daar­door kom je nu aan de rugz­i­jde van de tegen­stander, dus je mag het begri­jpen als ‘achter de rug van de ander gaan’.
you pan 右盘
vaak foutief ver­taald als ‘rechts bezien’ (een ánder archaïsch woord voor ‘kijken’); echter, ‘rechts’ kan ook beteke­nen ‘rechts zijn’, dus: ‘aan de rechterkant zijn en (naar de tegen­stander) kijken’. Dit heeft betrekking op een aan­val, door de ander, met de rechter arm. Daar­door kom je nu aan de voorz­i­jde van de ander, dus je mag het begri­jpen als ‘gaan naar recht voor de ander’.
zhong ding 中定
vaak foutief ver­taald als ‘cen­traal even­wicht’; foutief, want ding 定 betekent dat iets ‘zek­er’ is, ‘vast­gesteld’, ‘con­creet’, ‘com­pact’. In de con­text van gezond­heid en bal­ans zou ‘even­wicht’ hier dus een weer­gave van kun­nen zijn maar de con­text is mil­i­tair. Het betekent dan ook dat het cen­trum com­pact, solide, is. Lees: dat je op je plaats bli­jft.

De wux­ing 五行 mak­en in Tai Chi deel uit van het grotere geheel van de shisan shi 十三式, vaak ver­taald als ‘de der­tien houdin­gen’. Overi­gens is deze naam niet goed te ver­tal­en: voor het Chi­nese begrip shi 式 in mil­i­taire con­text hebben wij geen woord. Het gaat om een kleine gevecht­seen­heid, bestaande uit sol­dat­en met zwaard en schild en, daarachter opgesteld, sol­dat­en met speren in ver­schil­lende lengte, die zich als een­heid in wis­se­lende con­struc­ties kun­nen opstellen. Een frontli­jn bestaat dan uit meerdere van dergelijke een­heden en vormt een aaneenges­loten rij. Op com­man­do kan zo’n een­heid haar interne opstelling wijzi­gen — denk aan naar voren gericht zijn tegen en frontaal aan­val­lende vijand waar­bij de sol­dat­en met zwaard en schild vooraan staan, ter­wi­jl ze tegen rui­ter­ij wor­den bescher­md door de lange speren die van achteren over hun schoud­ers naar voren steken, om dan plots de interne con­struc­tie te moeten wijzi­gen tegen een aan­val vanaf de zijkant bijvoor­beeld. Zo’n ‘interne con­struc­tie’, dwz de opstelling van zo’n kleine een­heid, is een shi 式. Het werd in vroegere tij­den door (door de keiz­er ver­bo­den) dorpsmil­i­ties vaak op ver­bor­gen wijze getraind via oefen­ing in de drak­en­dans, en je kunt dit heden ten dage nog herken­nen in die train­in­gen.

Zoals je ziet zijn de 13 shi abstracte begrip­pen (als in: het zijn geen con­crete han­delin­gen, stap­pen of beweg­in­gen) die gewoon vrij bestudeerd en beoe­fend kun­nen wor­den. Hoewel ze via geschriften his­torisch aan Tai Chi ver­bon­den zijn kun je ze pri­ma bestud­eren vanu­it, en toepassen in, welke andere sti­jl van vecht­en dan ook.

#taichi #taichichuan #tai­ji­quan #tai­ji #taichi­quan #inter­nal­mar­tialarts #nei­ji­aquan #kung­fu #titkhun #thitkun #roel­jansen #schoolvan­dekraan­vo­gel

Chinese termen, Instructie, kracht, Principes, Tai Chi, Tit Khun

De kracht van geen-kracht

Hoewel bek­end is van Yang Luchan, de grond­leg­ger van Yang-sti­jl Tai Chi, dat hij ‑zoals alle kri­jgskun­ste­naars aan het begin van de negen­tiende eeuw- met spec­i­fieke zware gewicht­en oefende heeft Tai Chi van zichzelf geen kracht­train­ing; sterk­er, sneller of hard­er zijn heeft geen beteke­nis in Tai Chi, sterk­er nog: het kan averechts werken.

Voor­beeld van zo’n zware oefen­steen; vaardigheid in het werken met zulke enorme gewicht­en maak­te deel uit van Keiz­er­lijke exa­m­ens. Andere ‘objecten’ waarmee getraind werd waren zware helle­baar­den (die vaak ruim hon­derd kilo wogen!), extra zware hand­bo­gen, enzovoorts. De foto komt van de Face­book-pag­i­na van Dmit­ry Moi­seev die zich spe­cialiseert in dit soort oude train­meth­od­es.

Toch hebben we in mijn school ‘object­train­ing’ — diverse soorten heel spec­i­fieke train­ing waar­bij wel degelijk gebruik wordt gemaakt van gewicht­en. Deze object­train­ing is niet bedoeld om sterk­er te wor­den maar gericht op het doen toen­e­men van sen­si­tiviteit en, daar­naast, om het ‘schaduwen’ te onder­s­te­unen: in Tai Chi draait namelijk alles om gevoels­ge­waar­word­ing.

Echter, wij hebben één train­ingsmeth­ode die wel degelijk echte kracht­train­ing is: voor de han­den. Waarom is dat?

Op zich is die kracht­train­ing voor de han­den ner­gens voor nodig, maar het is de enige vorm van kracht­train­ing die je ener­getis­che sen­si­tiviteit­son­twik­kel­ing niet in de weg zit; en de reden om deze train­ing erbij te houden is (behalve dat ik het per­soon­lijk gewoon leuk vind om te doen) eerst en vooral om de mind van de leer­ling tevre­den te houden: “Oh, kracht­train­ing mag niet maar dit mag gelukkig nog wél”. Lat­er, als de leer­ling dan iets van het ener­getis­che niveau gaat ‘pakken’, heeft niets hem in de weg ges­taan bij het ontwikke­len van de ben­odigde sen­si­tiviteit — ook zijn eigen mind niet die anders geen vertrouwen gehad zou hebben in het ‘geen kracht’-principe. Maar eigen­lijk doen we totaal niets met die hand­kracht.

Als je de tegen­stander als een boom ziet zou je kun­nen stellen dat ‘kracht-sti­jlen’ (hard­er, sterk­er, sneller enzovoorts) de stam kun­nen omkap­pen door­dat ze, als een houthakker, de uit­stek­ende takken beet­je bij beet­je hebben afge­bro­ken, net zolang tot ze bij de stam komen.

Sti­jlsc­holen zoals Tai Chi, Tit Khun, Baguazhang en dergelijke werken daar­ente­gen meer als de wind: die is hele­maal niet met het omhakken van de stam bezig maar omgeeft de hele boom zoveel mogelijk en bli­jft dat doen, ongeacht hoe de boom ver­vormt onder het waaien van de wind. Dus de boom buigt zus van­wege de wind maar over­al is wind, dan buigt de boom zo van­wege de wind maar ook dan is er nog steeds over­al wind: over­al is wind, ongeacht hoe de boom meegeeft. Dan is de wind weer hier, dan weer daar, en de boom zoekt zich te verdedi­gen tegen een aan­val die er hele­maal niet is. Daar­door beweegt ze heen-en-weer, zus-en-zo, en omdat ze te stug is om de wind bli­jvend te vol­gen hakt de boom uitein­delijk zichzelf om.

De wind heeft geen vijand.

Dit noe­men we, in Tai Chi-ter­men, ‘jin’ 勁. Jin staat lijn­recht tegen­over ‘li’ 力. Hoewel een woor­den­boek bei­de ter­men als ‘kracht’ ver­taalt is er een groot ver­schil:

Li 力 is de kracht die ik zelf inzet om een fysiek resul­taat te bereiken. Jin 勁 daar­ente­gen is de kracht die mijn tegen­stander ervaart ter­wi­jl ik geen kracht heb ingezet.

Jin is de kracht van de wind.

Daoïsme, Filosofie, Instructie, Tit Khun, vormen

De misleiding van het aangeleerde

Toen ik aan mijn vechtkun­st­train­ing begon was ik een jaar of twaalf, der­tien. Uit­er­aard wilde ik weten hoe ik me moest verdedi­gen tegen dit en wat ik kon doen tegen dat, en ik leerde een veel­heid aan tech­nieken.

Die in het mid­den op de achter­ste rij, dat ben ik toen ik zestien was. Op de voor­grond meneer Tan (links op de afbeeld­ing).

Na een korte tijd rond te hebben geshopt in Karate, Taek­won­do (oude sti­jl) en Pençak Silat kwam ik terecht bij meneer Tan. Daar leerde ik niet ’tegen dit doe je dat’, maar ik kreeg een beweg­ing te leren die ik eerst naar tevre­den­heid moest kun­nen uitvo­eren, en daar­na kwam er een korte uit­leg over wat je moet die beweg­ing ‘deed’ inclusief een bijbe­horende part­neroe­fen­ing.

Op zich is dat natu­urlijk niet zo’n vreemde onder­wi­jsstruc­tu­ur, sterk­er nog: onge­merkt zit die in alle kri­jgskun­sten en vecht­sporten. Neem bijvoor­beeld bok­sen: je leert een beweg­ing waar­bij je gezegd wordt dat dat een stoot is, en ver­vol­gens ga je die oefe­nen. Bij Karate idem dito: dit is een stoot, dat is een trap, zus en zo’n beweg­ing is een wer­ing. Same dif­fer­ence.

Het punt is natu­urlijk dat je als begin­ner niks wéét, en er moet ergens begonnen wor­den. Dus gebruikt de lesstruc­tu­ur ‑die een sti­jlschool in feite ís- bij wijze van ingang die han­delin­gen die je sowieso al kent en begri­jpt; allen wor­den ze nu op een sti­jl­spec­i­fieke manier gevor­md en aan­geleerd.

Dit is wat ik lat­er ben gaan benoe­men als ‘het niveau van de tien­duizend din­gen’: tegen dit doe je dat, dit is schop­pen, dit is slaan. En zo voort.

Ik vond Chi­nese sti­jlen leuk om te oefe­nen maar ik vond ze, op het begrip­sniveau dat ik toen had, wel inef­fi­ciënt: waarom zoveel aan­dacht aan het cor­rect uitvo­eren van de vor­mgev­ing van een bepaalde stap? Waarom niet meteen oefe­nen in de beteke­nis van die stap?

De Tit Khun-sti­jl die ik leerde had vijf ‘stapvor­men’, elk gere­la­teerd aan een bepaalde richt­ing. En zoals ik hier­boven al vertelde kreeg ik elke stapvorm nauwgezet uit­gelegd wat je met die beweg­ing deed. En daar begon mijn pad van zelfmis­lei­d­ing.

Meneer Tan probeerde mij in al zijn wijsheid van dat pad weg te houden. Zijn meth­ode bestond uit ver­haalt­jes en anek­dotes (zie HIER).
Nu wat het de tijd van Bruce Lee, en een beroemde uit­spraak van Bruce Lee was ‘absorb what is use­ful’. Wij, leer­lin­gen, zat­en daar­door op een keer te prat­en over tech­nieken van andere sti­jlen die Tit Khun niet had en vroe­gen op een gegeven moment aan meneer Tan of hij miss­chien ooit tech­nieken had overgenomen uit andere sti­jlen. Zijn antwo­ord was, alweer, een ver­haalt­je: “Als je een tech­niek ziet bij een andere sti­jl die je erg goed vin­dt, dan moet je die overne­men natu­urlijk! Zelf doe ik dat alti­jd zo: eerst kijk ik naar hoe ik me met Tit Khun tegen die tech­niek moet verdedi­gen. Als dat niet zo moeil­ijk blijkt te zijn als het aan­vanke­lijk leek heb ik geen reden meer om die tech­niek mooi te vin­den natu­urlijk; maar als ik me er moeil­ijk tegen denk te kun­nen verdedi­gen beschouw ik het als een mooie tech­niek.
Vóór­dat ik ‘m nu overneem vraag ik me eerst af of Tit Khun miss­chien een beweg­ing heeft die heel wel voor die tech­niek gebruikt kan wor­den, maar ik heb daar gewoon nooit eerder bij stilges­taan. Kom ik zo’n beweg­ing niet tegen, dan neem ik die tech­niek over. Maar blijkt Tit Khun een beweg­ing al te hebben die de toepass­ing van die tech­niek toe­laat dan hoeft dat niet, en heb ik mijn eigen sti­jl verdiept!
Uit­er­aard vroe­gen wij meteen welke tech­nieken hij dan uitein­delijk had overgenomen. Meneer Tan glim­lachte, ging achterover zit­ten en zei: “Geen”.

Het zou nog zek­er der­tig jaar duren voor ik daad­w­erke­lijk begreep wat hij met deze uit­leg wilde zeggen.

Dat lag niet aan hem, dat lag aan mij, de leer­ling. Tegen­wo­ordig leer ik mijn eigen leer­lin­gen dat ‘mijn’ kun­st leren net zoi­ets is als het bek­lim­men van een lad­der: je kunt net zo hoog sti­j­gen als je tre­den kunt loslat­en. Maar dat begreep ik zelf, in mijn eigen leer­ti­jd, heel lang niet.

Een voor­beeld: de stap/techniek die bij Tit Khun bek­end staat als ‘pat kwa’. Als solo-stap ziet die er ongeveer zo uit:

En de toepass­ing die ik erbij geleerd kreeg was deze:

Een soort van ‘enkel­breek-tech­niek’ die aan de binnenkant/voorzijde van de tegen­stander wordt gebruikt. Dit heb ik jaren­lang zo geoe­fend, en lat­er zelf ook onder­wezen.
Lat­er leerde ik bij meneer Tan de vor­men (zeg maar: de ‘kata’) van Tit Khun, en daarin kwam die stap meerdere malen voor; maar dan wel op een manier waar­door die onmo­gelijk deze beteke­nis kon hebben. Dús werd het bijbe­horende ver­haal dat de toepass­ing afweek van de vor­mgev­ing in de vorm; het­zelfde flauweku­largu­ment dat je tegen­wo­ordig ook veel hoort in Tai Chi-krin­gen als het gaat over toepassin­gen van ‘de vorm’.

Nee, hart­stikke fóut: de toepass­ing is juist exact zoals je die aan­leert! Je moet alleen de aan­geleerde basis­toepass­ing, die je al zoveel jaren geoe­fend hebt, eerst loslat­en om te kun­nen inzien dat niet de vorm, maar de toepass­ing van die vorm anders is. Het duurde bij mij (maar ik ben een trage leer­ling) ruim der­tig jaar voor ik über­haupt op dat idee kwam…

Mijn punt is eigen­lijk: je leert eerst ‘de tien­duizend din­gen’: tegen dit doe je dat. Maar een goede sti­jlschool voert je verder dan dat: je leert vor­mgevin­gen van hóe je je han­del­ing moet uitvo­eren om ver­vol­gens die spec­i­fieke han­del­ing los te kun­nen lat­en en de vor­mgev­ing voor zichzelf te lat­en spreken. Wat kun je er nog meer mee? Zo wordt je oplei­d­ing steeds con­ceptuel­er tot je uitein­delijk uitkomt op de basis­con­cepten; in het typ­isch tra­di­tion­eel-Chi­nese vocab­u­laire ga je van ‘de tien­duizend din­gen’ naar ‘de vijf ele­menten’, en van­daar groei je weer door naar ‘yin en yang’ om uitein­delijk uit te komen bij de Dao. Van tien­duizend details naar, uitein­delijk, één cen­traal con­cept.

Een sti­jl leert je dus feit­elijk geen tech­nieken of tech­nisch han­de­len; inte­gen­deel. In werke­lijkheid is een sti­jl ‑na het aan­leren van mate­ri­aal om mee te werken- een soort van raad­sel dat de leer­ling kri­jgt toege­wor­pen. Natu­urlijk kun je bli­jven hangen in de basisuit­leg van wat je doet met een bepaalde beweg­ing, en ja: daar kun je heel goed mee wor­den. Maar that’s not the point: het aan­geleerde is niet meer dan een inlei­d­ing en moti­vatie voor de begin­nende leer­ling om die spec­i­fieke beweg­ing über­haupt te willen oefe­nen. Maar om verder te kun­nen te groeien in de con­cepten die de sti­jl achter de scher­men probeert te onder­wi­jzen is het zaak om die eerste uit­leg ‑uit­er­aard na vol­doende beheers­ing- ook weer te kun­nen loslat­en. Je leert geen beperkin­gen, je wordt geschoold in vri­jheid.

Nawo­ord: ik kwam op het idee voor dit artikelt­je door een film­p­je dat ik ergens op Face­book (klik HIER) tegenkwam. Het is een reclame­film­p­je van een paar Karatel­er­aren die ‘alter­natieve toepassin­gen’ van de han­delin­gen uit een kata demon­str­eren, om zo te lat­en zien dat de ‘schoppen-en-slaan’-stijl die (in hun ogen blijk­baar) Karate ‘is’ ook anders gebruikt kan wor­den. Hebben ze iets nieuws ont­dekt? Nee, niet iets nieuws. Hebben ze iets ‘ont-dekt’: ja, ze hebben de schil van dat­gene wat hen was aan­geleerd (Karate­be­weg­in­gen gaan over schop­pen, slaan en blokken) van zich af kun­nen wer­pen. Een sti­jl is geen leer­school in beperkin­gen (‘deze ene beweg­ing doet het ene dát’), het is een opeen­stapel­ing van raad­sels (‘wat kun je alle­maal met deze ene beweg­ing?’ ‘Wat is het ene achterliggende, alom­vat­tende con­cept ervan?’) om je de weg naar vri­jheid te wijzen.

Laat je trede los en bek­lim je lad­der.

Scroll naar boven