de School van de Kraanvogel

Tai Chi

Instructie, Lerarenopleiding, Principes, Tai Chi, Tit Khun

Een theorie van Alles

Er zijn al artikelt­jes en blog-post­ings van de School van de Kraan­vo­gel sinds begin 2000. Hieron­der een repost/herschrijving (de ter­mi­nolo­gie is aangepast naar hoe we deze tegen­wo­ordig hanteren) van een post van Woens­dag 1 juni 2011.

Ten aanzien van sti­jlen komt het veel voor dat er in tech­nieken en sti­jlen wordt gedacht in plaats van in con­cepten: vari­aties van gri­jpen, slaan, trap­pen en wer­pen wor­den inten­sief en apart bestudeerd.
Vol­gens onze stro­ming is echter het enige echte ver­schil dat ertoe doet de gevecht­saf­s­tand: vecht de sti­jl op korte, mid­del- of lange afs­tand?

Als dat een­maal bepaald is, is het ver­vol­gens zaak om op die voorkeur­saf­s­tand te gaan werken met het enige gevechtscon­cept dat er werke­lijk toe doet: “het dant­ian moet voort­durend in beweg­ing zijn”. Uit­er­aard gaat het daar­bij om het dant­ian van de ánder, dat onder ónze con­t­role in beweg­ing moet bli­jven. Het laat zich ‘ver­tal­en’ naar het voort­durend in dis­bal­ans houden van de ander — door voort­durende druk uit te oefe­nen houd je zijn zwaartepunt net boven zijn voeten weg en hij mag daar geen rust­punt in vin­den.

Afhanke­lijk van je afs­tandsvoorkeur en ‑spe­cial­isatie oefen je ver­vol­gens de bij jouw voorkeur­saf­s­tand behulpzame en onder­s­te­unende tech­nieken. Alle han­delin­gen die hoo­gu­it wat from­me­len op de plaats zon­der de ander uit bal­ans te houden kun je gerust ver­w­er­pen.

Met betrekking tot dit ‘de druk erop houden’ kom je drie con­ceptuele meth­od­es tegen vol­gens welke je dit zou kun­nen doen:

faciliterend
con­struc­tief
cir­cu­lair

’De druk erop houden’ impliceert het opzoeken van de weer­stand van de ander en die ver­vol­gens onder jouw con­t­role geplaatst zien te kri­j­gen. Het belan­grijk­ste prob­leem dat je dan tegenkomt is de vraag: hoe ga je om met teveel tegen­druk?

1. faciliterend
Het antwo­ord van ‘onze’ Tai Chi is faciliteren: je bli­jft weliswaar voor­waartse druk gener­eren, maar dat doe je alleen daar waar je een door­gang (een ‘leegte’) tegenkomt ter­wi­jl je bin­nen dezelfde han­del­ing de volle ruimte geeft aan de tegen­druk van de ander — je staat hem toe zijn ‘ding’ te doen en com­pleteren.

2. struc­tureel
Het antwo­ord van de stro­min­gen die het grote pub­liek als ‘hard’ of ‘extern’ bestem­pelt (maar die even­goed ‘intern’ kun­nen zijn) zit in het opdri­jven van de ander vanu­it een voort­durend in stand gehouden lichaamsstruc­tu­ur. En wan­neer dan de tegen­druk teveel mocht wor­den stu­iteren de beoe­fenaren van deze meth­ode als vanzelf van de ander af om ver­vol­gens opnieuw te begin­nen met druk gener­eren vanu­it een totaal andere inval­shoek.

1. en 2. zijn dus ver­schil­lende manieren van omgang met de eigen lichaamsstruc­tu­ur: bij 1. is er sprake van ‘com­pressie — expan­sie’ en bij 2. is er sprake van een voort­durend in stand gehouden struc­tu­ur.

Als je deze twee com­bi­neert kri­jg je

3. cir­cu­lair
Opti­male lichaamsstruc­tu­ur is alti­jd rond. Als je met deze ronde struc­tu­ur een teveel aan tegen­druk moet ver­w­erken ter­wi­jl je niet kunt mee-ver­plaat­sen met de over­druk die je onder­gaat (omdat je zelf ook aan het opdri­jven bent), dan rol je als het ware vanzelf langs de ander af.
Deze meth­ode zie je mooi terugkomen bij som­mige scholen in Baguazhang, maar wordt zek­er ook in Tai Chi en Tit Khun gebruikt.

Als je de boven­staande din­gen niet uit­gelegd kri­jgt zul je oev­er­loos moeten oefe­nen in zus verdedi­gen tegen zo’n aan­val; maar vol­gens ons idee is er niet veel meer dan ‘er bovenop vliegen’ als het ware, en ver­vol­gens de druk erop houden zon­der te duwen tot je hem kunt ver­slaan op de wijze die op dat moment en onder die omstandighe­den maatschap­pelijk accept­abel is.

En zoals alti­jd geldt: het is makke­lijk prat­en zodra je het over con­cepten hebt, want con­cepten zijn per defin­i­tie een­voudig. Het ver­vol­gens ook dóen, dáárin schuilt de moeil­ijkheid…

Instructie, Lerarenopleiding, Neidan, Principes, Roel Jansen, Tai Chi, vormen

Duurtraining 108-vorm

Er zijn al artikelt­jes en blog-post­ings van de School van de Kraan­vo­gel sinds begin 2000. Hieron­der een repost van een post van maandag 5 juli 2010.
De afbeeld­ing is lat­er toegevoegd.

Afgelopen zater­dag was het dan zover: het was tijd voor de beloofde duur­train­ing in de 108-vorm Yang-sti­jl Tai Chi.
Onze duur­train­ing is gebaseerd op een ver­haal over Yang Cheng­fuwiki, waarin door een oogge­tu­ige wordt verteld hoe hij met een vriend ‘de vorm’ 12 keer liep. Dat is dus twaalf keer maal ongeveer een half uur per uitvo­er­ing: dan zit je op zes (!) uur con­tinu.

Voor ons, ster­fe­lijke men­sjes, is drie uur echter al heel wat.

In die drie uur hebben we eerst tweemaal de vorm nor­maal gelopen en daar­na een keer in ‘fotografeer-tem­po’: elke posi­tie wordt ongeveer drie, vier rustige ademhalin­gen aange­houden. Je kunt dan jezelf con­trol­eren op de manier die je wilt: je houd­ing en con­struc­tie bijvoor­beeld, of ‑zoals ikzelf meestal doe- je ademhal­ing verder ‘je voet­zolen in’ lat­en zinken.
Op deze manier duurt het volledig door­lopen van de vorm ongeveer een uur en ik kan je verzek­eren: je staat te trillen op je benen en het zweet gutst aan alle kan­ten. Heer­lijk.

En daar­na hebben we uit­er­aard de drie uur vol­ge­maakt met opnieuw de vorm in nor­maal tem­po lopen. Overi­gens, voor­gaande keren hebben we veel gespeeld met tem­po-wis­selin­gen; de com­plete vorm bijvoor­beeld een keer bin­nen de vijf minuten lopen, of hem lopen met een voort­durend ‘laden — loslat­en’. Maar er waren dit­maal een paar mensen bij die de vorm nog niet zo goed beheer­sten, en er waren mensen bij van de ‘Kraanvogel’-school uit Best en ik wist niet of zij die tem­powis­selin­gen al eens een keer had­den geoe­fend.

In ieder geval was het weer ontzettend leuk en leerza­am om gedaan te hebben, en ik zie nu al uit naar de vol­gende duur­train­ing in decem­ber!

Naschrift: 

Dit gaat over een oefens­essie die we vijf­tien jaar gele­den ooit gedaan hebben en ik zeg je: het was zwáár. En dan hebben we nog niet eens gevarieerd in oefen­hoogte — immers, het staat geschreven dat Tai Chi getraind werd in de drie hoogtes hoog, mid­den en laag waar­bij ‘mid­den’ de oefen­hoogte is die tegen­wo­ordig als dé manier wordt gezien. 

Filosofie, Instructie, kracht, Qigong, Tai Chi

Tai Chi en de Derde Wet van Newton

Tegen­wo­ordig ken­nen we Isaac New­ton als de weten­schap­per die onder een appel­boom ligt en, op het idee gebracht door­dat er een appel uit de boom valt, het principe van de zwaartekracht for­muleert.

In werke­lijkheid wás hij hele­maal geen weten­schap­per in de mod­erne beteke­nis van dat woord; dat is hoe wij, vanu­it onze tijd, met terug­w­erk­ende kracht graag naar New­ton kijken. Zoals tegen­wo­ordig alge­meen bek­end was hij gewoon bezig met ‘de natu­ur’. 

Weten­schap zoals we dat nu ken­nen was nog geen strak gedefinieerde dis­ci­pline en liep door elka­ar met zienswi­jzen uit wat wij nu als andere, los van weten­schap staande, dis­ci­plines beschouwen. Vroeger echter was het zek­er niet vreemd (of van elka­ar onder­schei­d­baar) dat iemand als New­ton ‑naast zijn vak als munt­meester en wiskundi­ge- ook natu­urkundi­ge, astronoom, natu­ur­filosoof en alchemist was — het waren nog geen aparte dis­ci­plines. WIJ zijn dege­nen die, zoveel hon­derd jaar na zijn over­li­j­den, hier gren­zen tussen zijn gaan trekken.

Om een brugget­je te slaan van New­ton naar de antieke kri­jgskun­st Tai Chi moeten we ook deze kun­st eerst losweken van hoe er in onze tijd, “met de ken­nis van nu”, naar wordt gekeken. En daar zijn ‑naast de meer reële Tai Chi-stro­min­gen–  twee pop­u­laire, wijd­ver­brei­de hoofd­stro­min­gen te onder­schei­den die zich bei­den baseren op hoe er in de oude tek­sten over Tai Chi geschreven wordt — in ter­men van ‘qi’ en ‘Daoïsme’.

Als we daar even met zeven mijl­slaarzen (lees: wat min­der gen­u­anceerd) doorheen walsen is de eerste stro­ming ‘spir­itueel’. Alles is energie (dat ben ik wel met ze eens) en liefde, ‘want Daoïsme gaat toch ook over één zijn met de natu­ur’ (onzin).
De ver­sprei­ders zijn door­gaans mensen die, euh, ‘wat moeite hebben met feit­en’. 

Aan de andere kant van ditzelfde spec­trum vin­den we de ‘vechters’ die qi zoeken aan te wen­den als geheimzin­nige kracht. Ze kun­nen vre­selijk verd­walen in con­tact-spel­let­jes die ‑eerlijk is eerlijk- op zich heel knap zijn en getu­igen van grote sen­si­tiviteit, maar die op geen enkele manier gaan voorkomen dat je klap­pen kri­jgt in een heuse con­frontatie.

Natu­urlijk is dit alle­maal karikat­u­raal bedoeld, en als pret­tige tijds­beste­d­ing is het één niet min­der dan het ander en alle­maal even waarde­vol, leuk en inter­es­sant. Het kun­nen ook ‑zoals bij mijzelf- fas­es zijn, immers, ik ben begonnen toen ik twaalf was en wilde niks liev­er dan een tweede Kwai Chang Caine wor­den — hoe vaag wil je het hebben.

Wat ik tegen­wo­ordig inter­es­sant vind aan deze ver­schil­lende, ogen­schi­jn­lijk niet-real­is­tis­che zienswi­jzen op Tai Chi is dat ze zich alle­maal baseren op de tek­sten van de Tai Chi-Klassieken. Daarin wordt met regel­maat gezegd dat je qi (‘energie’) moet gebruiken in plaats van li (wat wordt uit­gelegd als ‘kracht’), en er wordt vaak gesug­gereerd dat er een band is met het Daoïsme.

Maar de uit­leg die aan de tek­sten wordt gegeven, díe is ‘met de ogen van nu’, en er wordt op basis van die (mijns inziens ver­keerde) uit­leg een soort van ener­getis­che kri­jgskun­st gere­con­strueerd die niet alleen niet werkt maar die ook totaal niet overeenkomt met de reële skill-set waar het in het verleden over ging. 
Mijn punt is: Tai Chi is, of was in ieder geval ooit, een te vrezen kri­jgskun­st. Dat is het niet gewor­den door magis­che kracht­en maar door kei­hard werken, door inzicht in menselijk (vecht-) gedrag en door diep­gaand inzicht in krachtver­w­erk­ing. De hele qi-ter­mi­nolo­gie was, in die tijd en cul­tu­ur, gewoon de soort-van-weten­schap­pelijke manier om al die inzicht­en onder te bren­gen in een (voor die tijd en bin­nen die con­text nor­maal) vocab­u­laire.

En dat bracht me dus op Isaac New­ton: hoe zou hij de krachtver­w­erk­ing van Tai Chi beschreven hebben?
Dat leek me een leuke vraag om aan AI te stellen en dat gaf een ver­rassend antwo­ord:

Tai Chi als kri­jgskun­st met een focus op sen­si­tiviteit en het behouden van je eigen struc­tu­ur, ter­wi­jl je de energie van de tegen­stander begelei­dt, sluit erg mooi aan bij de Derde Wet van New­ton.

Hier is de uit­leg van de Derde Wet van New­ton () en hoe je die kunt zien en toepassen in je Tai Chi:

De Derde Wet van Newton: Actie en Reactie

De Derde Wet van New­ton stelt:

Voor elke actiekracht is er een gelijke en tegengestelde reac­tiekracht.

  • Gelijk: De kracht­en zijn even groot in mag­ni­tude (sterk­te).

  • Tegengesteld: De kracht­en werken in tegengestelde richt­ing.

  • Actie en Reac­tie: Deze twee kracht­en werken alti­jd op ver­schil­lende objecten; de actiekracht werkt op het ene object en de reac­tiekracht op het andere.

Een Simpel Voorbeeld

Als je op de vlo­er staat:

  1. Actie: Jouw lichaam oefent een kracht () naar bene­den uit op de vlo­er.

  2. Reac­tie: De vlo­er oefent een gelijke en tegengestelde kracht () naar boven uit op jouw voeten.

Deze twee kracht­en zijn even groot, maar hef­fen elka­ar niet op voor jouw lichaam, omdat ze op ver­schil­lende objecten (jij en de vlo­er) werken. De reac­tiekracht van de vlo­er is wat je draagt en voorkomt dat je door de vlo­er heen zakt.

Implementatie in Tai Chi (Krijgskunst)

De essen­tie van de Derde Wet – dat je alti­jd een even grote kracht terugkri­jgt – is cru­ci­aal voor deze beschri­jv­ing van Tai Chi: “uiter­mate sen­si­tief omgaan met de inkomende kracht van de tegen­stander, waar­door je diens beweg­ing facili­teert, toes­taat, ter­wi­jl je je eigen fysieke struc­tu­ur intact houdt.”

1. Structurele Integriteit: Gronding en de Vloer

In Tai Chi is grond­ing (je ‘wor­tel’) fun­da­menteel. De wet legt uit waarom:

  • Wan­neer je je eigen struc­tu­ur intact houdt en een kracht (van de tegen­stander) naar bene­den of de zijkant lei­dt, reageert de grond op jouw afvo­er van die kracht.

  • Als je struc­tu­ur goed is (gewricht­en opgestapeld, cen­trum aan­wezig), fungeert je lichaam als een massieve, maar flex­i­bele kolom die de kracht trans­porteert naar de aarde.

  • Je gebruikt de reac­tiekracht van de aarde (de nor­maalkracht) als je onder­s­te­un­ing. Je duwt niet tegen de tegen­stander; je leunt op de reac­tiekracht van de grond die door je intacte struc­tu­ur heen werkt.

    Toepass­ing:
    Zorg dat je struc­tu­ur zo goed is dat de reac­tiekracht van de vlo­er recht door je lichaam kan lopen zon­der gewricht­en te buigen of je struc­tu­ur te verzwakken. Je bent de gelei­der van kracht naar de grond en de gebruik­er van de reac­tiekracht die terugkomt.

2. Sensitiviteit en het Omgaan met Inkomende Kracht

Dit is het ‘faciliteren, toestaan’-gedeelte:

  • Als de tegen­stander jou duwt (Actie op jouw lichaam), reageert jouw lichaam met een even grote en tegengestelde kracht (Reac­tie op de tegen­stander). Je kunt deze reac­tie niet ver­mi­j­den.

  • In plaats van een harde, starre te creëren die lei­dt tot een blokkade (waar­door de en elka­ar oph­ef­fen en jul­lie bei­den tot stil­stand komen of de zwak­ste struc­tu­ur faalt), gebruik je sen­si­tiviteit om de te lei­den, trans­formeren of om te buigen.

    Toepass­ing: Je erkent de inkomende kracht () en laat deze niet stop­pen tegen een star punt. Door mee te bewe­gen (cirke­len, spi­raal, weg­draaien) zorg je ervoor dat de reac­tiekracht () die onver­mi­jdelijk ontstaat, niet lood­recht op je struc­tu­ur bli­jft staan, maar afgli­jdt of wordt omgezet in een tan­gen­tiële (zijwaartse) beweg­ing, waar­door de tegen­stander zijn eigen even­wicht ver­li­est. Je facili­teert de reac­tiekracht door diens pad te veran­deren.

3. De ‘Vrije’ Kracht van de Tegenstander Gebruiken

De sen­si­tiviteit stelt je in staat om het moment te vin­den waarop de tegen­stander te veel kracht genereert in een bepaalde richt­ing (te veel ‘Actie’).

  • Omdat de Actiekracht een gelijke en tegengestelde Reac­tiekracht terugkri­jgt, geldt: hoe hard­er de tegen­stander duwt, hoe grot­er de kracht die jij kunt gebruiken (door diens beweg­ing te faciliteren).

  • Jouw taak is niet om hard­er terug te duwen, maar om de struc­tu­ur van de tegen­stander te breken of diens bal­anspunt te ver­schuiv­en op het moment dat de tegen­stander de groot­ste Actiekracht genereert. Je ‘lift’ of ‘richt’ hun eigen Actiekracht om tegen hen­zelf te werken.

Samenvattend:

De Derde Wet van New­ton is de fun­der­ing van je kri­jgskun­st. Elke keer dat een tegen­stander con­tact maakt, is er een kracht­paar. Jouw train­ing in sen­si­tiviteit en struc­turele integriteit is de meth­ode om ervoor te zor­gen dat jij de meester bent van de reac­tiekracht die alti­jd zal ontstaan.

Tot zover het antwo­ord van AI en ik zweer het je: Isaac New­ton was een Tai Chi-meester! 🙂

Scroll naar boven